Use cases voor het gebruik van samenhangende datastandaarden in de ondergrond

CROW technische documentatie, referentieversie

Meer informatie over dit document
Laatste werkversie:
https://docs.crow.nl/bim-ondergrond/architectuurframework
Geschiedenis:
Wijzigingsgeschiedenis
Redacteur:
Elisabeth de Vries
Feedback:
GitHub Stichting-CROW/bim-ondergrond (wijzigingsverzoeken, nieuw issue, openstaande issues)
Annotaties door Hypothes.is (privacybeleid).

Samenvatting

Dit document beschrijft use cases voor de toepassing van open standaarden in de ondergrond van stedelijke gebieden. Het doel is om goede informatie te kunnen produceren, publiceren en beheren over de benodigde functies en het bijjbehorende ruimtegebruik in de ondergrond. Met deze informatie kunnen gemeenten een integraal antwoord ontwerpen op maatschappelijke opgaven als energietransitie, klimaat adaptatie, diverse vervangingsopgaven (bestaande ondergrondse netwerken, kademuren, riolering etc) en een gezonde en leefbare stad met een goede bodem en (grond)waterkwaliteit.

Status van dit document

Deze paragraaf beschrijft de status van dit document ten tijde van publicatie. Het is mogelijk dat er actuelere versies van dit document bestaan. Bekijk de lijst van CROW technische standaarden op docs.crow.nl en alle CROW-publicaties via www.crow.nl.

Dit is een reviewversie en is nog niet vastgesteld. Een publicatie als referentieversie impliceert geen onderschrijven door CROW.

Belanghebbenden, geïnteresseerde partijen en anderen worden uitgenodigd dit document te reviewen en hun commentaar in te zenden vóór 1 januari 2024. Zowel inhoudelijk als technisch commentaar als commentaar betreffende de implementeerbaarheid is welkom.

GitHub Issues wordt gebruikt voor de discussie van dit document. Eén issue per onderwerp vereenvoudigt de verwerking.

Reviewcommentaar mag ook achtergelaten worden als Hypothes.is annotaties. Gebruik het publieke kanaal voor je commentaar.

1. Inleiding

Dit onderdeel is niet normatief.

1.1 Aanleiding

De CityDeal Openbare Ruimte externe link heeft aan CROW gevraagd om te verkennen wat nodig is aan datastandaarden en afspraken om informatie over de ondergrond in de openbare ruimte van gemeenten beter te kunnen opstellen, beheren en publiceren. Uitgangspunt hierbij is werken op basis van gebiedscasussen, liefst met een verschillende schaal, verschillende problematiek en met grote en middelgrote gemeenten. De CityDeal omarmt de ontwikkelingen van BORius waarbinnen dit projectvoorstel past en wil met haar bijdrage voor dit project een impuls geven aan BORius. Hiervoor werken de deelnemende gemeenten nauw samen om de bevindingen en resultaten in de gemeentelijke praktijk te beproeven en toe te passen.

Gebiedscasussen uit de CityDeal: Tilburg: Klimaatmaatregelen binnenstand; Amersfoort: Verbeerd programma openbare ruimte; Zoetermeer: Meerzicht, integrale wijkaanpak; Amstyerdam: Wallengebied, integrale ontwerpaanpak
Figuur 1 Gebiedscasussen uit de CityDeal

1.2 Context

Met alle maatschappelijke opgaven als energietransitie, klimaat adaptatie, diverse vervangingsopgaven (bestaande ondergrondse netwerken, kademuren, riolering etc) en het streven naar een gezonde en leefbare stad met een goede bodem en (grond)waterkwaliteit, is het steeds meer een puzzel om in de ondergrond alles passend te krijgen. Een voorbeeld: ruimte maken voor parkeervakken in het heden, kan betekenen dat men in de ondergrond straks geen ruimte meer heeft voor de voorzieningen die nodig zijn voor de energietransitie. Daarom moeten oplossingen intergaal worden ontwikkeld. Hiervoor is goede informatie nodig over de functies en het ruimtegebruik in de ondergrond. De informatie over de ondergrond wordt geproduceerd en beheerd door verschillende partijen. Bij het overwegen van aanpassingen aan de openbare ruimte is informatie over de bestaande situatie en gewenste toekomstige functionaliteiten versnipperd en niet-samenhangend beschikbaar. De gevolgen van keuzes zijn daarom niet altijd zichtbaar. Het zou een doorbraak zijn als verschillende tools op ieder moment de beschikbare informatie over de ondergrond zouden kunnen raadplegen en ontsluiten. Met daarbij als uitgangspunt dat data-eigenaren controle houden over hun eigen data en in hun eigen bedrijfsomgeving kunnen blijven werken.

Verschillende soorten informatie: Beheerinformatie (conditiemetingen, materiaalkosten), kwaliteitsinformatie (besluiten, eisen, verificatie, validatie), meetinformatie (x,y,z, meetonnauwkeurigheid), ontwerp en bouw (2D, 3D, parameters, analyses), Stuurinformatie (kosten, presntaties, risico's)
Figuur 2 Verschillende soorten informatie over het stedelijk gebied

1.2.1 BORius

Het Programma BORius is een initiatief van CROW en Stichting Rioned. De hoofddoelstelling: “In 2030 beschikken Assetmanagers en hun (keten)partners in de openbare ruimte en infrastructuur over een samenhangend stelsel objectstandaarden in de leefomgeving om de data over hun beheerde assets efficiënt op orde te houden en uit te wisselen”. De onderliggende doelstellingen van het programma zijn:

  • Logische informatiestructuur: Beter samenhangende informatiemodellen voor alle beheerde assets in de Openbare Ruimte en Infrastructuur
  • Uitwisselproces: Op meer gestandaardiseerde manier data delen in de keten voor eenduidige interpretatie
  • Samenhang, adoptie, en beheer: Meer actuele standaarden en werkwijzen voor informatieuitwisseling in de keten

1.3 Vraagstelling vanuit CityDeal

Vanuit bovenstaande context komt het Ontwikkelteam OT5 van de CityDeal Openbare Ruimte tot deze vragen:

1.4 Probleem

De huidige werkwijze leidt tot fragmentatie in data, waarbij het in samenhang bevragen van de data een puzzel is. Ook moet een databeheerder data naar verschillende bronnen sturen, en zelf de puzzel maken hoe deze bronnen met ongelijksoortige standaarden te voeden vanuit de eigen asset data.

In het onderstaande voorbeeld worden voorbeelden gegeven van dit probleem.

Noot: Standaarden als puzzelstukjes
Ongelijksoortige standaarden (fruit, vervoermiddelen) bij de verschillende soorten informatie: Beheerinformatie (conditiemetingen, materiaalkosten), kwaliteitsinformatie (besluiten, eisen, verificatie, validatie), meetinformatie (x,y,z, meetonnauwkeurigheid), ontwerp en bouw (2D, 3D, parameters, analyses), Stuurinformatie (kosten, presntaties, risico's)
Figuur 3 Ongelijksoortige standaarden bij de verschillende soorten informatie over het stedelijk gebied

1.5 Doel, nut en waarde

1.5.1 Korte termijn

Het korte termijn doel van dit project is laten zien in een showcase, hoe het op elkaar aansluiten van standaarden kan helpen bij het gebruik van data over de openbare ruimte en infrastructuur.

1.5.2 Middellange termijn

De standaarden moeten waarschijnlijk verder worden uitgebreid om de volledige informatiebehoefte te dekken, dit zal verder moeten worden uitgewerkt in het BORius programma.

1.6 Doel document

Dit document beschrijft use-cases, inhoudelijke en technische uitgangspunten voor standaarden, toepassingsprofielen en uitwisselafspraken om de ondergrond goed in beeld te brengen. Met dit document geven we betrokken partijen (binnen en buiten de Citydeal) inzicht over een aanpak om data-standaarden over de ondergrond met elkaar te verbinden zodat deze in samenhang toegepast kunnen worden. Dit plan geeft uiteindelijk input aan de volgende fase die binnen het programma BORius zal worden opgepakt.

1.7 Aanpak

In eerste instantie was een aanpak geformuleerd, waarbij met databeheerders zou worden samengewerkt bij het uitwerken van use cases. Gezien de beperkte beschikbaarheid van dergelijke professionals, die hard nodig zijn voor operationele taken, is besloten om CROW de beschikking te geven over datasets waarmee een showcase gemaakt kon worden. CROW heeft:

Daarmee wordt getoont hoe handig het is, als datasets in linked data staan en de onderliggende informatiemodellen met elkaar verbonden zijn.

1.8 Leeswijzer

Dit document beschrijft de volgende zaken:

3. Use case beschrijft uses cases met een weergave van het probleem, de stakeholders, het werkproces en de informatiebehoefte.

4. Technische uitgangspunten beschrijft de technische uitgangspunten en eisen aan de informatiemodellen en andere datastandaarden die gebruikt worden in de boven- en ondergrondse openbare ruimte.

5. Showcase beschrijft de activiteiten die uitgevoerd zijn om te komen tot een showcase.

5. Conclusies en aanbevelingen geeft de conclusies uit dit project een aanbevelingen voor het vervolg.

2. Use Cases

Dit onderdeel is niet normatief.

2.1 Definitie use case

Use case

Beschrijving van een systeem vanuit het gebruikersperspectief, met een actor, de initiator van de interactie, en het systeem zelf als een opeenvolging van eenvoudige stappen. […] Actoren kunnen eindgebruikers, andere systemen of hardware (apparatuur) zijn. Elke usecase is een complete serie van zogenaamde "events", beschreven vanuit het standpunt van de actor. Bron: Wikipedia
Visualisatie hoe vanuit een use case met werkproces, informatiebehoefte en gebruikte systemen gewerkt kan worden aan het afspreken van datapakketjes die worden uitgewisseld tussen landelijke voorzieningen, in de beheerorganisaties, in de projectorganisaties en met opdrachtnemers in het stedelijke gebied
Figuur 4 De opgave voor partijen die werken in het stedelijke gebied: Van use case naar begrijpelijke datapakketjes

2.2 Hoog over scenario

In een hoog over scenario valt een use van van het beheer en gebruik van asset data over rioleringen.

In een gemeente kan het best zo zijn dat Assetmanager Riolering een applicatie voor Riolering gebruikt en andere Assetmanagers een integraal systeem. Die eerste Assetmanager moet dan ofwel data aan de anderen leveren voor het integrale beeld (situatie 1); ofwel data ontvangen van de anderen voor het verkrijgen van overzicht/bepaalde berekeningen (situatie 2).

2.3 Casus Wallengebied: principeprofielen ondergrondse netten

We hebben de casus onderzocht van "principe-ontwerpen van toekomstige ondergronde infrastructuur in het Wallengebied" en daarbij de volgende use cases beschreven:

2.4 Use case 1: in kaart brengen bestaande situatie

2.4.1 Doelstelling

De ontwerper wil de bestaande ligging van ondergrondse objecten en relevante bovengrondse objecten in kaart brengen. Het gaat om gegevens die gestructureerd zijn via GWSW, IMBOR, IMKL, IMGEo.

2.4.2 Actoren

2.4.2.1 Gebruikers
  • Databeheerders
  • Ontwerpers binnen een integraal project van een gemeente

2.4.3 Beschrijving

2.4.3.1 Stap 1: Verzamelen datasets

De ontwerper verzoekt de beheerders van de assets om de datasets die nodig zijn voor het in kaart brengen van de bestaande situatie aan te leveren. Deze datasets zijn gebaseerd op de open standaarden IMBOR, IMKL, IMGeo en GWSW (en meer?)

  • Uit het Rioleringsysteem moeten type, liggings- en dimensiegegevens komen van een representatief aantal objecten;
  • Uit het BORsysteem moeten type, liggings- en dimensiegegevens komen van een representatief aantal objecten;
  • Uit de systemen van Netbeheerders en het Kadaster (Klik) de liggingssgegevens van bestaande kabels en leidingen.
  • Alle datasets zijn als RDF beschikbaar en geclassificeerd aan respectievelijk GWSW en IMBOR en andere standaarden.
2.4.3.2 Stap 2: Verwerken datasets

De ontwerper verwerkt de aangeleverde datasets in het ontwerpproces. Hierbij worden de datasets geanalyseerd en omgezet naar een bruikbaar format.

  • Middels de alignment die gemaakt is tussen standaarden worden conclusies getrokken over welke objecten hetzelfde zijn en zodoende welke gegevens gecombineerd kunnen worden;
  • Deze 'nieuwe' gegevenset wordt beschikbaar gemaakt in een (visueel) systeem;
  • De gebruiker gebruikt de gecombineerde gegevens om het ondergrondse ruimtegebruik in kaart te hebben.
2.4.3.3 Stap 3: Onderzoeken compleetheid en informatie

Voordat de ontwerper aan de slag gaat met de verwerkte datasets, wordt onderzocht of de datasets compleet zijn en voldoende informatie bevatten om mee te kunnen werken.

2.4.3.4 Stap 4: In kaart brengen bestaande situatie

Met behulp van de verwerkte datasets en eventueel aangevuld met eigen metingen, brengt de ontwerper de bestaande situatie in kaart.

2.4.3.5 Alternatieve scenario's
  • Als de gegevens niet correct worden gecombineerd, kan het zijn dat het volledige ondergrondse ruimtegebruik niet correct wordt weergegeven. In dat geval moet de gebruiker de gegevens opnieuw combineren of de fout corrigeren.
  • Als er wijzigingen worden aangebracht in de beiden datsets, moeten de gegevens opnieuw worden geëxporteerd en gecombineerd om het volledige ondergrondse ruimtegebruik up-to-date te houden.

2.4.4 Data bestaande situatie

2.4.4.1 Bomen

De ontwerper heeft de volgende input nodig vanuit de assetbeheerder / bestaande situatie:

  • Welke gegevens zijn nodig om bij het ontwerpen rekening te kunnen houden met de bestaande bomen?
  • Welke gegevens zijn bekend bij de beheerder van de openbare ruimte?
  • Welke informatiemodellen worden gebruikt door deze beheerder?
  • Dekken deze informatiemodellen de informatiebehoefte af?
2.4.4.2 Rioleringen

De ontwerper heeft de volgende input nodig vanuit de assetbeheerder / bestaande situatie

  • Welke gegevens zijn nodig om bij het ontwerpen rekening te kunnen houden met de bestaande riolering?
  • Wat zijn de maten en ligging van de riolering?
  • Welke gegevens zijn bekend bij de beheerder van de riolering?
  • Welke informatiemodellen worden gebruikt door deze beheerder? IMBOR en GWSW?
  • Dekken deze informatiemodellen de informatiebehoefte af?
  • Wat voor objecten liggen er boven de uit te graven/te vervangen riolering?
  • Wat is het afgekoppelde oppervlak?
  • Zijn de afwateringsvoorzieningen voldoende voor dit verharde gebied?
  • Wat is de doorstroming van het oppervlaktewatersysteem?
  • Wat is de bergingscapaciteit van het oppervlaktewatersysteem?
2.4.4.3 Electriciteitskabels

De ontwerper heeft de volgende input nodig vanuit de assetbeheerder / bestaande situatie

  • Welke gegevens zijn nodig om bij het ontwerpen rekening te kunnen houden met de bestaande electriciteitskabels?
  • Wat zijn de maten en ligging van de electricitietskabels?
    • Amsterdam werkt met een uitlegschema: per type kabel diameter, dekking (=diepte) en vrije werkruimte (=schrikruimte, minimale afstand tot andere objecten.) In IMKL wordt geen onderscheid gemaakt voor type kabels, transport, middenspanningskabel of huisaansluiting dus weet de ontwerper niet zeker of hij de juiste maten kent.
  • Welke gegevens zijn bekend bij de beheerders van de electriciteitskabels?
  • Welke informatiemodellen worden gebruikt door deze beheerders? IMBOR en/of IMKL?
  • Dekken deze informatiemodellen de informatiebehoefte af?

2.5 Use Case 2: ontwerpuitgangspunten nieuwe situatie

2.5.1 Doelstelling

De ontwerper wil weten wat de eisen en parameters zijn bij het ontwerpen van een nieuwe situatie, om te kunnen bepalen waar infrastructuur mag komen en hoeveel ruimte hiervoor gereserveerd moet worden.

2.5.2 Actoren

2.5.2.1 Leveranciers
  • Kennisinstituten die normen maken
  • Assetmanagementorganisaties die eigen eisen maken
2.5.2.2 Gebruikers
  • Ontwerpers binnen een integraal project van een gemeente

2.5.3 Beschrijving

De ontwerper verzamelt alle eisen die in relevante normen en standaarden staan, en die van de asset management organisaties, en kan deze eisen gebruiken tijdens het bepalen van de ligging en de ruimtereservering van ondergrondse infra.

2.5.3.1 Alternative scenario's

De ontwerper moet soms zelf eisen afleiden uit documenten of achterhalen via de beheerder.

2.5.4 Data

2.5.4.1 Bomen

De ontwerper heeft de volgende input nodig vanuit normen, standaarden met ontwerparameters en eisen

  • Welke parameters zijn nodig om te weten hoeveel ruimte de wortels van de boom nodig hebben?
  • Is hier een datastandaard of informatiemodel voor?
  • Dekt deze standaard de informatiebehoefte af?
  • Welke andere eisen zijn er, om te garanderen dat de boom gezond blijft?
  • Zijn er assets, waarbij een zekere afstand moet worden aangehouden tot de stam van de boom?
  • Is hier een datastandaard of informatiemodel voor?
  • Dekt deze standaard de informatiebehoefte af?
  • Waar wijkt de huidige situatie af van die regels?
2.5.4.2 Rioleringen

De ontwerper heeft de volgende input nodig vanuit normen, standaarden met ontwerparameters en eisen

  • Welke parameters/eisen zijn nodig om te weten wat de afmetingen moeten zijn van de onderdelen van het riool en welke ligging het riool kan hebben? Welke diepte mag het riool hebben?
  • Is hier een datastandaard of informatiemodel voor? GWSW?
  • Dekt deze standaard de informatiebehoefte af?
  • Zijn er assets, waarbij een zekere afstand moet worden aangehouden tot onderdelen van het riool?
  • Is hier een datastandaard of informatiemodel voor?
  • Dekt deze standaard de informatiebehoefte af?
  • Waar wijkt de huidige situatie af van de ontwerpparameters? Leidt dit tot alternatieve "supotimale maar geaccepteerde afwijkingen van de eisen en parameters?"
  • Je hebt voor bepaalde analyses van afwatering en je oppervlaktewaternetwerk ook BOR-gegevens nodig. Een oppervlaktewatersysteem bestaat ook uit Watergangen, Watervlaktes, Duikers etc. Het is vaak zo dat gemeentes en waterschappen de waterpeilen, oppervlaktes, bergende vermogens bepalen. Het bergende oppervlak en het bergende vermogen van verharding en gras- en kruidachtigen kan ook relevant zijn, evenals het type verharding (Betonverharding, Elementenverharding, Asfaltverharding).
2.5.4.3 Electriciteitskabels

De ontwerper heeft de volgende input nodig vanuit normen, standaarden met ontwerparameters en eisen

  • waar mogen de kabels en leidingen liggen?
  • welke parameters hebben deze kabels en leidingen:
  • hoe dik moeten ze zijn,
  • welke regels zijn er voor diepte van de kabels?
  • Welke schrikafstanden hebben de kabels ten opzichte van andere kabels, huizen en andere objecten? * Waar wijkt de huidige afstand af van die regels? > Leidt dit tot alternatieve "suboptimale maar geaccepteerde afwijkingen van de eisen en parameters?"
  • Is hier een datastandaard of informatiemodel voor? IMKL?
  • Dekt deze standaard de informatiebehoefte af?

2.6 Use Case 3: In kaart brengen beleid en plannen

2.6.1 Doelstelling

De ontwerper wil weten welke ondergronds objecten aanwezig moeten zijn in de nieuwe situatie: input vanuit beleid en de planfase.

2.6.2 Actoren

2.6.2.1 Leveranciers
  • Asset managers
  • Beleidsmakers
2.6.2.2 Gebruikers
  • Ontwerpers binnen een integraal project van een gemeente

2.6.3 Beschrijving

De ontwerper verzamelt data van plannen en het beleid om te weten met welke scenario's qua inrichting van de openbare ruimte rekening gehouden moet worden.

2.6.3.1 Alternative scenario's

De ontwerper moet soms zelf plannen en scenario's afleiden uit documenten of achterhalen via de beheerder.

2.6.4 Data

2.6.4.1 Bomen

De ontwerper heeft de volgende input nodig vanuit beleidsdoelen en een strategisch assetmanagementplan:

  • Is er een plankaart / toekomstvisie / groenplan bomenarchitectuur waarop aangegeven staat welke bestaande en nieuwe bomen in de toekomst aanwezig moeten zijn?
  • Is er een datastandaard voor deze informatie?
  • Dekt deze standaard de informatiebehoefte af?
2.6.4.2 Rioleringen

De ontwerper heeft de volgende input nodig vanuit beleidsdoelen en een strategisch assetmanagementplan:

  • Is er een plankaart / toekomstvisie / strategisch plan waarop aangegeven staat welke stromen in de toekomst moeten worden afgevoerd via de riolering? Alleen het afvalwater van huishoudens en bedrijven, of ook van hemelwater? Is berekend waar afvoer van hemelwater noodzakelijk blijft? Welke bergingscapaciteit gewenst is?
  • Zit deze informatie in het GWSW? Is hier een andere informatiestandaard voor?
  • Dekt deze standaard de informatiebehoefte af?
2.6.4.3 Electriciteitskabels

De ontwerper heeft als doel een ruimtereservering te kunnen maken voor toekomstige kabels en leidingen. De ontwerper heeft de volgende input nodig vanuit beleidsdoelen en een strategisch assetmanagementplan:

  • Is er een plankaart / toekomstvisie / strategisch plan waarop aangegeven staat welke toekomstige capaciteit gevraagd wordt per aansluiting? Is dit afhankelijk van een scenario voor de energietransitie?
  • Zit deze informatie in IMKL? Is hier een andere informatiestandaard voor?
  • Dekt deze standaard de informatiebehoefte af?

2.7 Use case 4 Opstellen principeprofielen

2.7.1 Doelstelling

De ontwerper wil principeprofielen maken voor de inrichting van de ondergrond van een straat met aan één zijde gebouwen en aan de andere zijde een gracht en daarbij de afwegingen weergeven bij het ontwerp, zoals afwijking van de eisen over afstanden tot andere objecten omdat er niet voldoende ruimte is.

2.7.2 Actoren

2.7.2.1 Gebruikers
  • Ontwerpers binnen een integraal project van een gemeente
  • Netbeheerders

2.7.3 Beschrijving

De ontwerper maakt principeprofielen op basis van de benodigde infrastructuur en de beschikbare ruimte. In deze principeprofielen wordt de ruimtereservering geschetst voor objecten.

2.7.4 Data

De ontwerper genereert hier principeprofielen, dwarsdoorsnedes van een straat met de bijbehorende verificatie van eisen.

2.8 Use case 5 Afwegingskader

2.8.1 Doelstelling

De ontwerper wil aangeven welke variabelen leiden tot welk principeprofiel, zodat er een onderbouwde afweging gemaakt kan worden voor het te kiezen principeprofiel bij elke straat.

2.8.2 Actoren

2.8.2.1 Gebruikers
  • Ontwerpers binnen een integraal project van een gemeente
  • Netbeheerders

2.8.3 Beschrijving

De ontwerper geeft bij elk principeprofiel aan, voor welk scenario deze geldt en onder welke omstandigheden dit profiel kan worden toegepast.

2.8.4 Data

De ontwerper genereert hier een afweginskader bij de principeprofielen en/of metadata.

3. Technische uitgangspunten

Dit onderdeel is niet normatief.

3.1 Inleiding

Dit hoofdstuk beschrijft de technische uitgangspunten en eisen aan de informatiemodellen en andere datastandaarden die gebruikt worden in de boven- en ondergrondse openbare ruimte.

3.2 NEN 2660-2

Een basaal uitgangspunt is dat alle standaarden gemodelleerd worden volgens de [NEN_2660_2_2022]. Dit zorgt ervoor dat standaarden beter op elkaar kunnen worden aangesloten.

3.3 Duurzame correcte mapping

Om data in samenhang te kunnen bevragen is het nodig dat verschillende standaarden/modellen op elkaar 'gemapt' worden. In dit specifieke geval gaat het om de IMBOR ontologie en de GWSW ontologie. Data over de ondergrond is namelijk geclassificeerd naar die twee ontologieën. En inhoudelijk vergelijking tussen de twee is relatief eenvoudig te maken. CROW en Rioned hebben dit ook reeds gedaan. Echter de methode hiervoor en de vastlegging hiervan is specifiek voor deze mapping. Hierdoor is het voor gebruikers en softwareleveranciers ondoenlijk om zich hier op te baseren.

Wat nog ontbreekt is een standaardaanpak voor ontologie matching (ook wel "mapping" of "linking" genoemd). Ontologie matching is belangrijk in de heterogene omgeving waarin ontologieën worden ontworpen, ontwikkeld en geacht worden te werken. Methodologisch is het de moeite waard om relaties tussen ontologieën uit te drukken omdat dit het volgende mogelijk maakt:

De laatste reden is vrij dringend. Momenteel wordt dit vaak overgelaten aan de softwareleveranciers of modelleurs, terwijl ontologie- (of "standaard"-)beheerders hier meer aandacht aan zouden kunnen en moeten besteden. Zeker softwareleveranciers die ontologieën moeten gebruiken in hun software hebben te maken met meerdere, gedistribueerde en evoluerende ontologieën. Voor hen is duidelijkheid over hoe die in samenhang te gebruiken zeer belangrijk. Voorspelbaarheid over de structuur van de afstemming en de informatie over herkomst, auteurschap en versiebeheer van deze afstemming wordt beschouwd als een grote stimulans voor toepassing.

Binnen dit project hanteren (en ontwikkelen we tegelijkertijd) daarom de Ontology whitepaper van CROW.

4. Showcase

4.1 Inleiding

CROW heeft een showcase gemaakt voor het verbinden van datastandaarden in de ondergrond met datasets van gemeente Amsterdam en samenwerkpartners in het Wallengebied.

4.2 Doel showcase

Het doel van dit project was aantonen dat 1) het mogelijk is om data uit verschillende gedistribueerde bronnen te combineren en 2) aan te tonen dat dit meerwaarde / meer inzicht geeft. Om dit aan te tonen is besloten om binnen één gebied data te combineren uit verschillende ‘bronnen’. In dit geval was dit:

Door deze bronnen te combineren zou er een nagenoeg volledig overzicht moeten kunnen ontstaan van het ondergronds ruimtegebruik.

4.3 Aanpak

Om het doel te realiseren zijn (hoog over) de volgende stappen ondernomen

  1. Datasets verzameld (4 maal)
    • Representatieve selectie gemaakt
  2. Betrokken ontologieën (datamodellen) verzameld (4 maal)
  3. Datasets omgezet naar RDF (3 maal)
    • “RDF-Geopackages” ontwikkeld
  4. RDF omgezet naar NEN2660-2 RDF
    • Schema vertaling gemaakt
  5. Ontology-alignment gemaakt
    • Ontology-alignment-standaard ontwikkeld
  6. Verschillende RDF-sets beschikbaar gesteld als SPARQL-Endpoints
  7. Federatieve query’s gemaakt
  8. Datastory gemaakt

4.4 Verzamelen datasets en ontologiën

Allereerst zijn er datasets verzameld. Dit betreft instantiedata van assets binnen het Wallengebied. Specialisten vanuit Amsterdam hebben data uit verschillende pakketten/bronnen geleverd, te weten IMBOR-data, GWSW-data, KLIC-data en Liander-data. Deze datasets hebben allemaal hun eigen datamodel (ontologie); deze modellen zijn ook verzameld. Vervolgens is een representatieve selectie gemaakt van assets binnen een selectief gebied. Dit is gedaan om het proces overzichtelijk te houden.

Deze datasets zijn niet open beschikbaar. Wel is er een screenshot gemaakt om een idee te geven.

Een screenshot van eenb GIS kaart met de representatieve dataset (het gebied en de lagen)
Figuur 5 Een screenshot van de representatieve dataset (het gebied en de lagen)

4.5 Van Geodata naar NEN 2660-2

Behalve de GWSW-data, waren de gegevenssets niet beschikbaar in RDF, maar in verscheidene GIS-formaten. Om de data goed te combineren was een omzetting naar RDF (de techniek achter LinkedData) nodig. Redmer van CROW heeft hiervoor opensource software geschreven[1]. Hiermee kan op een generieke manier een GeoPackage omgezet worden naar RDF. Met de genoemde software kan vanuit een GeoPackage zeer platte (generieke) linked data worden gegenereerd. Rijen uit featuretabellen worden geo:Features met arbitraire relaties en een geo:Geometry. Rijen uit niet-feature-tabellen worden geïnstantieerd met arbitraire eigenschappen.

Deze generieke RDF is omgezet naar de regels die gesteld worden volgens de NEN2660-2. Omdat RDF zo flexibel is, is meestal een ‘schema-definitie’ nodig om de data die in RDF staat eenvoudig leesbaar te maken. Hier wordt bijvoorbeeld gezegd waar precies in de RDF de geometrie van een feature gevonden kan worden.

[1] Deze software is opensource ontwikkeld en gedistribueerd en wordt nu al gebruikt/bekeken door andere organisaties waaronder Geonovum (https://github.com/redmer/rdf-geopackage)

4.6 Ontology alignment

Het volgende innovatieve-onderdeel van het project is het maken van een ontology-alignment. Hier wordt er vanuit gegaan dat de beheerders van de ontologieën (bijvoorbeeld CROW voor IMBOR en Rioned voor GWSW) definiëren hoe hun ontologieën zich tot elkaar verhouden. Door dit niet op een project of bij een bronhouder te doen, maar juist bij de partij die verstand heeft van het model hoeft dit maar één keer gedaan te worden. Er is/was echter geen standaard voor het maken, distribueren en het beheren van zo’n alignment. Daarom is deze voorgesteld[2] door CROW. Vervolgens is voor dit project een representatief voorbeeld-alignment gemaakt van IMBOR, GWSW, KLIC en Liander.

[2] Dit whitepaper is ook opensource ontwikkeld en gedistribueerd en is inmiddels door meerdere partijen gereviewd. De hoop is hier een industrie standaard van te maken. (https://docs.crow.nl/ontology-alignment/whitepaper/)

4.7 Datastory maken

Om vervolgens het concept en de waarde hiervan aan te tonen zijn de verschillende RDF-sets geüpload naar een LinkedData-platform. Hierdoor kan de data nu middels een SPARQL-Endpoint aangeroepen worden. Er zijn federatieve query’s gemaakt (query’s die meerdere datasets tegelijkertijd bevragen) waarin verschillende usecases (aan)getoond worden. Deze zijn verwerkt in een datastory, met uitleg, interactieve tabellen en kaarten. Nu kunnen we dus federatieve vragen stellen als: ‘geef me alles in dit gebied met een aanlegjaar na 1950’. We creeren dus volledig overzicht over de ‘silo's’ heen.

De aanpak van de showcase wordt in onderstaande afbeelding gevisualiseerd. Met de kaders wordt de essentiële stap aangegeven die voor dit project van belang is: het structureren en laten samenhangen van standaarden.

Een visualisatie van de aanpak van de showcase
Figuur 6 De aanpak van de showcase

4.8 Resultaat

Het resultaat is moeilijk te omschrijven in woorden, vandaar dat dit geprobeerd is te vatten in een datastory. Deze story is online te raadplegen (zie bijlage) en vertelt het verhaal van wat er mogelijk is als data en datastandaarden in samenhang bevraagd kunnen worden

Logingegevens datastory: Datastandaarden in Samenhang

URL: https://datasets.crow.nl/projecten/-/stories/Datastandaarden-in-samenhang Email address: demo@example.org Password: Demo2023!

Als je op de link klikt, krijg je eerst de mededeling dat er geen datastory te vinden is. Log je vervolgens in, dan zie je de datastory. Lees deze rustig door en zoom in-en uit en klik op de bijgevoegde kaarten voor ondersteuning van het verhaal. Wat je kan doen in de datastory, het bevragen van de data, kan natuurlijk allemaal al lang in GIS. Het verschil is hier de onzichtbare werking van het publiceren van verschillende datasets op basis van verschillende, maar samenhangende datastandaarden. En het feit dat je dan, zonder de data nog verder te moeten inlezen, cureren en bewerken aan de slag kan gaan.

Noot: Beschikbaarheid datastory

Deze datastory blijft in de lucht tot 1 januari 2025. Daarna is deze alleen nog beschikbaar als pdf.

Issue 15: Datastory pdf-en

Graag datastory pdf-en, op GitHub plaatsen en link opnemen in de ReSpec

5. Conclusie en aanbevelingen

Dit onderdeel is niet normatief.

5.1 Conclusie

Beiden doelen van dit project zijn geslaagd. Er is aangetoond dat vier verschillende datasets gecombineerd bevraagd kunnen worden en dit terwijl ze live bij de bronhouder opgevraagd zijn. Middels de datastory is de meerwaarde aangetoond door te laten zien dat het combineren van sets meer informatie oplevert en dat overlap in data aangetoond kan worden. Een meer volledig overzicht van data betreffende assets met ondergronds ruimtegebruik is hiermee mogelijk.

5.2 Aanbevelingen

5.2.1 Voorwaarden slagen samenhang

Er zijn twee belangrijke voorwaarden aan het slagen van Datastandaarden in Samenhang en BIM Ondergrond:

  1. Assetbeheerders zullen voor hun areaaldata de NEN2660-2 moeten adopteren. Dit is zodat de RDF met relatief eenvoudige generieke query’s bevraagd kan worden. Dit betekent dat gemeenten en andere asset beheerders hun asset data als linked data moeten gaan publiceren. Daarnaast zullen als partijen de data niet open beschikbaar stellen ook afspraken gemaakt moeten worden over toegang en beheer van de data. Hiervoor zijn deels concurrerende afsprakenstelsels beschikbaar zoals het Federatief Datastelsel en het Digitaal Stelsel Gebouwde Omgeviing.
  2. Organisaties die datastandaarden beheren (zoals CROW en Rioned) zullen zelf aan moeten gaan geven hoe hun standaarden zich tot elkaar verhouden EN dit beschikbaar stellen middels een afgesproken standaard. Wanneer er aan deze voorwaarden voldaan wordt, is een monumentale stap mogelijk richting federatief data te beschikking stellen en hiermee een volledig overzicht krijgen van de assets in heel Nederland.

5.2.2 Beheer

Om standaarden op elkaar te laten aansluiten, is een gezamenlijk beheer nodig van de aansluiting. Bij wijziging van één van de standaarden, zal de aansluiting opnieuw moeten worden vastgesteld. Dit vraagt om organisatorische inspanningen in samenwerking en beheer van de aansluiting. Duidelijk moet zijn of voor de aansluiting ook een openbare consultatie moet worden doorlopen, of een goedkeuringsprocedure vanuit beide beheerorganisaties.

5.2.3 Toevallige bevindingen

Bij het uitwerken van de use cases kwam naar voren, dat nog niet alle informatie die gedeeld moet worden tussen partijen als in een informatiemodel is opgenomen. Er zullen daarom uitbreidingen moeten worden afgesproken:

  • In IMKL zou opgenomen kunnen worden: de ruimtereservering voor toekomstige netinfrastructuur, zodat netbeheerders deze informatie kunnen delen met gemeenten.
  • In IMKL wordt geen onderscheid gemaakt voor type kabels, transport, middenspanningskabel of huisaansluiting dus weet de ontwerper niet zeker of hij de juiste maten kent van de aangeleverde data. Dit zou aan IMKL kunnen worden toegevoegd om de bestaande situatie beter te kunnen uitwisselen.
  • In IMBOR zou de ruimtereservering voor toekomstige infrastructuur kunnen worden opgenomen, zodat deze informatie vanuit projecten al gedeeld kan worden vóór uitvoering. Deze data kunnen ook gebruikt worden om meerdere toekomstscenario's te kunnen visualiseren en afwegen. Daarmee zou voor toekomstige infrastructuur een corridor aangegeven kunnen worden door een gemeente, waarbinnen netbeheerders naar oplossingen kunnen zoeken.

6. Conformiteit

Naast onderdelen die als niet normatief gemarkeerd zijn, zijn ook alle diagrammen, voorbeelden, en noten in dit document niet normatief. Verder is alles in dit document normatief.

A. Index

A.1 Termen gedefinieerd door deze specificatie

A.2 Termen gedefinieerd door referentie

B. Referenties

B.1 Informatieve referenties

[NEN_2660_2_2022]
NEN 2660-2 Regels voor informatiemodellering van de gebouwde omgeving - Deel 2: Praktische configuratie, extensie en implementatie van NEN 2660-1. NEN. Actueel. URL: https://www.nen.nl/en/nen-2660-2-2022-nl-291667