Dataspecificatie familiebenadering kunstwerken voor constructieve veiligheid

Datagedreven instandhouden, renoveren en vervangen

CROW, referentieversie

Meer informatie over dit document
Laatste werkversie:
https://docs.crow.nl/use-cases-door/families-kunstwerken
Geschiedenis:
Wijzigingsgeschiedenis
Redacteur:
Elisabeth De Vries (CROW)
Feedback:
GitHub Stichting-CROW/use-cases-door (wijzigingsverzoeken, nieuw issue, openstaande issues)
Annotaties door Hypothes.is (privacybeleid).

Samenvatting

placeholder

1. Inleiding

1.1 Aanleiding

Samen Slimmer Renoveren en Vervangen (SSRV) is een samenwerkingsprogramma van Noord-Hollandse gemeenten, Rijkswaterstaat, provincie Noord-Holland, ProRail en de Vervoerregio Amsterdam. Samen pakken zij de groeiende opgave aan om de ruim 10.000 bruggen en viaducten in de provincie te renoveren of te vervangen in een tijd waarin mensen en middelen schaars zijn. Door kennis, data en capaciteit te bundelen, kan de vervanging en renovatie met minder middelen en menskracht in gang worden gezet en blijven alle delen van Noord-Holland voor inwoners, bedrijven en reizigers bereikbaar.

Deze samenwerking heeft geleid tot de ontwikkeling van een areaalbenadering van kunstwerken, waarmee het mogelijk is om voor families van kunstwerken groepsgewijs berekeningen uit te voeren om de constructieve veiligheid van deze kunstwerken te bepalen. Deze benadering biedt een efficiënte manier om de vervangings- en renovatiebehoefte in kaart te brengen voor prioritering en planning van werkzaamheden en biedt beheerders snel inzicht in de te verwachten werkzaamheden voor de komende jaren. Deze areaalbenadering is gemaakt voor kademuren en civiele constructies.

Binnen SSRV hebben de betrokken partijen datasets van hun kunstwerken gedeeld, de meesten in Excel-formaat, die zijn samengebracht in een kaart van Noord-Holland die alle kunstwerken met hun typen visualiseert en een snel beeld kan geven welke kunstwerken qua constructieve veiligheid snel nader onderzocht moeten worden en mogelijk vervangen. Amsterdam heeft bij elke familiegroep een paar typerende voorbeelden constructief doorberekend en de groep beoordeeld. Andere beheerders kunnen deze kennis hergebruiken om snel te filteren welke kunstwerken een constructief risico (kunnen) vormen.

1.2 Context

Het DOOR-programma heeft vanuit de de Verkenning informatiemodel civiele kunstwerken de areaalbenadering geselecteerd voor opschaling, naast een project waarmee de uitwisseling van inspectie- en onderzoeksdata wordt gestandaardiseerd (zie Dataspecificaties inspecties en onderzoeken civiele kunstwerken). Het samenwerkingsverband SSRV heeft zich aangenmeld als een proeftuin in het project "Datagedreven Beheer" van het Consortium Toekomstbestendige Leefomgeving Infra. CROW werkt samen met het consortium aan één werkwijze en strategie voor de opschaling van datagedrweven beheer.

1.3 Doel

De familiebenadering wordt gestandaardiseerd door de families in te delen met behulp van het Informatiemodel Beheer Openbare Ruimte (IMBOR). Voor elke familie wordt een "dataspecificatie" opgesteld waarmee kunstwerken kunnen worden herkend die bij die familie horen. Zo kan uit beheerinformatie op basis van IMBOR worden herkend welke kunstwerken in het areaal bij welke groep horen. Doel is om hiermee de areaalbenadering beschikbaar te maken voor alle beheerders in Nederland die gebruik maken van de IMBOR-standaard.

1.4 Scope

De volgende families vallen binnen de scope:

Voor de beweegbare bruggen kunnen direct de verschijningsvormen uit IMBOR worden gebruikt: Basculebrug, Draaibrug,Dubbele basculebrug,Dubbele draaibrug,Dubbele ophaalbrug,Hefbrug,Klapbrug,Ophaalbrug, Tafelbrug, Rolbrug, Vlotbrug.

Daarnaast worden de families opgedeeld naar modaliteit: fiets- en voetgangers of verkeer.

1.5 Leeswijzer

2. Families

2.1 Inleiding

In dit hoofdstuk staat de toelichting op de gebruikte objecttypes en onderscheidende kenmerken uit het IMBOR om de families uit de 1.4 Scope te kunnen herkennen. Daarnaast wordt uitgelegd welke basiskenmerken van een beheerobject altijd verplicht bekend moeten zijn volgens IMBOR, en welke informatie wordt toegevoegd om in een dashbordomgeving selecties te kunnen maken.

2.2 Objecttypes

De volgende objecttypes uit IMBOR worden gebruikt om onderscheid te kunnen maken:

Families worden ook onderscheiden op basis van de bouwdelen waaruit een kunstwerk bestaat. In technische termen: een bouwdeel heeft een "partOf" relatie naar het civiele kunstwerk. De volgende objecttypen uit IMBOR zijn nodig voor de samenstelling:

2.3 Onderscheidende kenmerken

De volgende zaken moeten van een object of bouwdeel bekend zijn voor indeling in de juiste familie:

2.4 Overzicht families

Familie Objecttype Verschijningsvorm Attribuut Bouwdeel Materiaal Bouwdeel
Plaatbrug (& viaducten) Vaste Brug Plaatbrug Dek Beton, Composiet, Staal, Hout
Prefab liggerbruggen (& viaducten) Vaste Brug Liggerbrug Dek Beton
Boogbruggen Vaste Brug Boog is geen apart bouwdeel Beton en/of metselwerk of staal
Duikerbruggen & onderdoorgangen (kokervormige betonnen objecten) Vaste Brug Duikerbrug
Duikerbruggen & onderdoorgangen (kokervormige betonnen objecten) Onderdoorgang Vorm: Rond
Duikerbruggen & onderdoorgangen (kokervormige betonnen objecten) Duiker Vorm: Rond
Bruggen op houten palen Vaste Brug Paalfundering Hout
Bruggen met stalen langsliggers Vaste Brug Hiaat in IMBOR: langsligger
Integraalconstructies (betonnen landhoofd en rijdek monoliet verboden) Vaste Brug Landhoofd (type niet bekend in IMBOR)
Houten bruggen (houten liggers) Vaste Brug Hiaat in IMBOR: ligger
Indeling beweegbare bruggen Beweegbare brug Basculebrug, Draaibrug, Dubbele basculebrug, Dubbele draaibrug, Dubbele ophaalbrug, Hefbrug, Klapbrug, Ophaalbrug, Tafelbrug, Rolbrug, Vlotbrug

Merk op dat de volgende onderscheiden niet gemaakt kunnen worden met IMBOR:

2.5 Basiskenmerken IMBOR-beheerobject

In IMBOR zijn een paar basiskenmerken verplicht bij elk beheerobject.

visuele weergave van de basiskenmerken
Figuur 1 De minimale onderdelen van de assetregistratie van een beheerobject in IMBOR.
  1. Identificatie: Een unieke identifier voor het object
  2. Domein: Het beheerdomein waartoe het object behoort (bijv. Wegen, Groen, Water, Kunstwerken)
  3. Status: De status van het object (bijv. "in gebruik", "gepland", "buiten gebruik")

Daarnaast is impliciet altijd nodig:

  1. Objecttype — het object moet een instantie zijn van een specifiek IMBOR-objecttype (bijv. imbor:Boom, imbor:Rioolput, imbor:Brug). Zonder typering kan IMBOR geen structuur bieden.
  2. Geometrie — IMBOR heeft een geometrie-addendum waarin per objecttype staat welke geometrie gewenst is. Eén geometrierepresentatie is verplicht, de rest optioneel.

2.6 Aanvullende kenmerken

De volgende kenmerken moeten worden toegevoegd aan de datasets om handig een regionaal of nationaal dashbord te kunnen inrichten en daarbij kaartselecties te kunnen maken voor een specifieke beheerder of op basis van leeftijd:

3. Toepassing

3.1 Inleiding

Het concrete technische product bij deze rapportage is een dataspecificatie. Dit hoofdstuk beschrijft hoe de dataspecificaties gebruikt kunnen worden met een voorbeeld van een dataset.

3.2 IMBOR-2025

Een beheerder die zijn assetinformatie beschikbaar heeft op basis van IMBOR-2025, kan deze dataspecificatie gebruiken om te controleren of er voldoende gegevens zijn om mee te doen met het SSRV-dashboard, en deze gegevens vervolgens te leveren.

3.3 Dataspecificatie

Het IMBOR is een ontologie die van objecten in de openbare ruimte beschrijft welke informatie nodig kan zijn voor beheer. Een kunstwerk kan in IMBOR wel honderd relaties en attributen hebben. Deze zijn niet voor elk proces noodzakelijk. Een dataspecificatie is een nauwkeurig afgebakende verzameling gegevens die essentieel zijn voor een specifiek proces, programma of beleidsvraag. De gegevens worden gespecificeerd op basis van een datastandaard, in dit geval het IMBOR. De dataspecificatie is gemaakt voor de groepering van kunstwerken in families voor de beoordeling van de onstructieve veiligheid. Doel is dat alle beheerders in Nederland de informatie over families kunnen delen in een landelijk dashbord, en gezamenlijk kennis kunnen opbouwen over de vervangings- en renovatieopgave. De dataspecificatie staat hier.

De dataspecificatie gebruikt de standaard [shacl].

3.4 Voorbeeld dataset

De voorbeeld dataset staat hier.

Er is voor opschaling van het SSRV-dashbord naar een landelijk platform nog geen uitwisselafspraak gemaakt in termen van een directe koppeling vanuit een systeem, of een uitwisselformaat. Bij deze dataspecificatie is een voorbeeld dataset gemaakt in [turtle].

4. Aanbevelingen

Het consortium Toekomstbestendige Leefomgeving en het samenwerkingsverband SSRv willen alle beheerders van kunstwerken in Nederland in staat stellen om mee te doen met de familiebenadering van kunstwerken en de bijbehorende kaart. Om op deze schaal data te kunnen delen en verwerken voor een gezamenlijke kaart kan niet meer gewerkt worden met het delen van downloads in verschillende structuren zoals in de eerste ontwikkelfase.

4.1 Bronhouders areaalinformatie

De areaalgegevens van de meeste gemeentelijke en provinciale beheerders worden bijgehouden in areaalbeheersystemen. Aanbeveling is om een samenwerking op te starten met de leveranciers van deze systemen om te onderzoeken in welke vorm zij de gegevenes kunnen leveren.

De verwachting is, dat de komende jaren steeds vaker gegevens worden uitgewisseld op basis van dataspecificaties. Bij het DOOR-programma wordt bijvoorbeeld gekeken naar het revisieproces en het leveren van mutaties in de assetinformatie uit projecten. Voor een collectieve bomenkansenkaart zoals DMI ontwikkeld heeft samen met gemeente Dronten worden weer andere gegevens gevraagd. Om een steeds wisselende uitsnede uit de assetinformatie te kunnen leveren, is de technologie van semantisch web en linked data de meest flexibele, waarbij de hoogste vorm van interoperabiliteit bereikt wordt als de assetinformatie kan worden doorzocht met gerichte vragen ([rdf-sparql-query]) op een sparql-endpoint met [rdf-sparql-protocol].

De vraag is, of de leveranciers van areaalbeheerpakketten al toe zijn aan het beschikbaar stellen van de areaalgegevens voor de families op een sparql-endpoint, of dat dit te vroeg komt en er een andere vorm en uitwisseling moet worden afgesproken.

Qua autenticatie en authorisatie moet afgesproken worden met welk digitaal stelsel de gegevens worden uitgewisseld, tenzij het open data betreft. Omdat IMBOR wodt gebruikt in combinatie met de keten van toeleveranciers en aannemers in de bouwsector wordt aanbevolen om hiervoor het Digitaal Stelsel Gebouwde Omgeving te gebruikten.

4.2 Collectief platform

Pas als duidelijk is wat de mogelijkheden zijn van de leveranciers van de datasets kan het collectieve platform worden geselecteerd.

5. Definities

Asseteigenaar
Definitie uit het Standaard Rollenmodel: Een asseteigenaar in de gebouwde omgeving is de persoon of entiteit die verantwoordelijk is voor het strategisch beheer van assets, zoals gebouwen, infrastructuur, en andere fysieke objecten. De asseteigenaar stelt de doelen en kaders vast voor het beheer en onderhoud van deze assets. De rol van de asseteigenaar is cruciaal omdat deze op strategisch niveau bepaalt wat er nodig is om de assets in optimale staat te houden. Ditomvat het maken van beslissingen over nieuwbouw, vervanging, en onderhoud, evenals het vaststellen van de functionele eisen waaraan de assets moetenvoldoen.
Assetmanagementdoelen
Middellange termijn doelen (meestal 5–10 jaar) die afgeleid zijn van de strategische organisatiedoelen volgens het iAMPro model. Ze sturen het beheer van civiele kunstwerken zodat deze bijdragen aan maatschappelijke waarden. Voorbeelden zijn het verbeteren van verkeersveiligheid of het beperken van storingen aan infrastructuur.
Assetmanager
Definitie uit het Standaard Rollenmodel: Een assetmanager in de gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor het beheer en de optimalisatie van fysieke assets zoals gebouwen, infrastructuur en andere faciliteiten. De assetmanager zorgt ervoor dat deze assets veilig, functioneel en kosteneffectief blijven gedurende hun levenscyclus.
Assetregistratie civiele kunstwerken
Een gestructureerde vastlegging van gegevens over civiele kunstwerken, zoals bruggen, viaducten, tunnels, kademuren en sluizen. De assetregistratie bevat informatie over locatie, type, bouwjaar, materiaal, conditie en onderhoudstoestand van deze objecten. Deze registratie ondersteunt het beheer, onderhoud, inspectie en de besluitvorming over investeringen in de openbare ruimte.
Beheerder
Definitie uit het Standaard Rollenmodel:Een beheerder in de context van de gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor het beheer en de optimalisatie van een gebouw of infrastructuur. Dit kan variëren van het beheer van technische installaties tot het coördineren van facilitaire diensten.
Beheren en Programmeren
De tweede processtap binnen het iAMPro modeliAMPro model waarin meerjaren-maatregelenprogramma's worden opgesteld voor assets. De maatregelen kunnen eenmalig zijn (bijvoorbeeld een vervanging) of met regelmaat terugkeren (bijvoorbeeld een onderhoudsbeurt).
Beleid en strategie
De eerste processtap binnen het iAMPro modeliAMPro model waarin strategische doelen worden vastgesteld en vertaald naar uitgangspunten voor assetmanagement. Dit wordt vastgelegd in het Strategisch Asset Management Plan (SAMP).
BGT
BGT is een digitale kaart van Nederland waarop gebouwen, wegen, waterlopen, terreinen en spoorlijnen eenduidig zijn vastgelegd met een nauwkeurigheid van 20 centimeter. De informatie wordt aangeleverd door de beheerders van de objecten. Wegen zijn hierin opgenomen als 2D-vlakobjecten, terwijl verkeersborden als 2D-punten van het type bord worden geregistreerd, conform het IMGeo
BIM Basis Infra
Samenwerkingsverband bij DigiGO met gelijknamige richtlijn. Opdrachtgever, opdrachtnemer, leverancier en onderaannemer in de infrastructuur beschikken met de BIM Basis Infra over een gemeenschappelijke taal voor 3D-modelleren. Deze richtlijn geeft antwoord op de vraag: hoe gaan we digitale informatie in de infra gestructureerd en eenduidig uitwisselen? Zie ook deze website.
BIM-model
Een digitaal informatiemodel dat de fysieke en functionele kenmerken van een bouwwerk beschrijft. Voor civiele kunstwerken bevat het gegevens zoals geometrie, materialen, afmetingen en samenhang tussen onderdelen.
Bouwbedrijf
Definitie uit het Standaard Rollenmodel: Een bouwbedrijf in de context van de gebouwde omgeving is een professional of bedrijf dat verantwoordelijk is voor het coördineren en uitvoeren van bouwprojecten. Dit omvat zowel nieuwbouw als renovaties en verbouwingen.
Bouwen en Onderhouden
De vierde processtap binnen het iAMPro modeliAMPro model waarin de fysieke uitvoering plaatsvindt van werkzaamheden die in eerdere stappen zijn voorbereid. Denk aan het bouwen van nieuwe objecten, uitvoeren van groot onderhoud of het aanpassen van bestaande assets. In deze stap is ook toezicht inbegrepen, waarbij gecontroleerd wordt of de uitvoering voldoet aan specificaties en afspraken.
Certificaten
Officiële documenten die de conformiteit van materialen, processen of objecten aantonen met erkende normen of standaarden.
Conditiemeting
Objectieve beoordeling van de fysieke staat van een asset of component, meestal op basis van visuele inspectie of meting. Wordt gebruikt om onderhoudsbehoefte en vervangingsnoodzaak vast te stellen.
Condities
De actuele fysieke toestand of kwaliteit van een object, vastgesteld aan de hand van visuele inspectie of metingen, met het oog op toekomstige onderhoudsmaatregelen.
Conformiteit
De mate waarin een object of voorziening voldoet aan de gestelde functionele en beleidsmatige eisen.
Constructieberekening
Rekenkundige onderbouwing van de draagkracht en stabiliteit van een constructie, op basis van ontwerp- en materiaaleigenschappen. Is essentieel voor veiligheidsbeoordeling en besluitvorming over maatregelen.
Controlelijsten
Lijsten met acties, controles en registraties die moeten worden uitgevoerd om een veilige en volledige demontage te garanderen.
Dataspecificatie
Een nauwkeurig afgebakende verzameling gegevens die essentieel zijn voor een specifiek proces, programma of beleidsvraag. De gegevens worden gespecificeerd op basis van een datastandaard.
DOOR
De CORE gemeenten, Stichting Rioned en CROW hebben de handen ineen geslagen om voor de sector assetmanagement ​te komen tot een gemeenschappelijke informatiebasis met het volgende doel: ​In 2030 beschikken Assetmanagers en hun (keten)partners in de openbare ruimte en infrastructuur over een samenhangend stelsel objectstandaarden in de leefomgeving om de data over hun beheerde assets efficiënt op orde te houden en uit te wisselen.​ DOOR richt zich op de ontwikkeling van de ontbrekende standaards en uitwisselingsprotocollen, zodat een samenhangend stelsel ontstaat. Zie ook deze website
Eigendomsinformatie
Gegevens over de juridische eigendom en eventuele beperkingen, rechten of plichten die relevant zijn voor ontmanteling.
Evalueren en Bijsturenn
De zesde processtap binnen het iAMPro modeliAMPro model waarin het assetmanagementproces en het functioneren van het assetsysteem worden geëvalueerd. Dit gebeurt op basis van de aanbevelingsrapportage uit de processtap ‘Monitoren en Analyseren’, waarin ook de stakeholderstevredenheid is meegenomen.
Functionele levensduur
De levensduur waarna het object vervangen zou moeten worden omdat het qua dimensionering niet meer voldoet aan de gewenste verkeershoeveelheden en belastingen die daarbij optreden.
Gebiedsplannen
Plannen voor de herontwikkeling, herinrichting of tijdelijke invulling van vrijkomende ruimte na ontmanteling.
GEBORA
GEBORA is een standaard rollenmodel voor de gebouwde omgeving dat verantwoordelijkheden en bevoegdheden structureert binnen assetmanagementprocessen. Het model helpt bij het eenduidig vastleggen van rollen, zoals asseteigenaar, beheerder en opdrachtnemer, zodat samenwerking, besluitvorming en informatie-uitwisseling efficiënt en transparant verlopen.
GEBORA Bouwwerklevenscyclus
De GEBORA bouwwerklevenscyclus beschrijft de opeenvolgende fasen die een bouwwerk doorloopt vanaf het eerste initiatief tot en met de ontmanteling. Deze fasen zijn: ontwikkeling, onderhoud en ontmanteling. Elke van deze fasen bestaat uit vier informatiegebaseerde stappen (functioneel gepland, technisch gepland, technisch gerealiseerd, functioneel gerealiseerd), en herhaalt zich iteratief voor elk fysiek object in de gebouwde omgeving. Zie ook dit document.
Gebruiksrapportages
Verslagen waarin het gebruik en functioneren van objecten na onderhoud worden geëvalueerd, op basis van metingen, observaties of gebruikersfeedback.
Gebruiksstatus
De actuele toestand van een object in termen van beschikbaarheid, functioneren en toegankelijkheid voor gebruikers.
GWSW
Het GWSW is een gestandaardiseerd informatiemodel voor het vastleggen, beheren en uitwisselen van gegevens over stedelijk waterbeheer. Het bevat eenduidige definities en semantische afspraken voor objecten zoals rioleringen, watergangen en bergingsvoorzieningen. Het model zorgt voor een betere interoperabiliteit tussen verschillende partijen, zoals gemeenten, waterschappen en ingenieursbureaus. Zie ook deze website en deze viewer.
iAMPro model
Het iAMPro model voor assetmanagement voorziet in de benodigde activiteiten, informatie en randvoorwaarden die een (overheids)organisatie nodig heeft om invulling te geven aan professioneel assetmanagement. Het model bestaat uit drie pijlers:
  1. Processtappen: zes opeenvolgende stappen die het assetmanagementproces structureren,
  2. Data en informatie: betrouwbare, actuele en gestandaardiseerde gegevens als basis voor besluitvorming,
  3. Mens en organisatie: randvoorwaarden voor competenties, rollen en cultuur binnen de organisatie.
Zie ook deze link
IMBOR
Het IMBOR beschrijft de objecttypen die voorkomen in de openbare ruimte en de vaste objectgegevens die nodig zijn voor het beheer hiervan. Zie ook deze website en deze viewer.
Incidenten
Onvoorziene gebeurtenissen die de werking van een object verstoren of schade veroorzaken. Ze vormen een signaal voor structurele onderhoudsbehoefte.
Informatieleveringsspecificatie
Een ILS is een contractdocument voor projecten bedoeld om om de informatiecyclus voor assetmanagement goed te laten verlopen. Het bundelt de informatiebehoefte van de asset- en informatiemanagers en de vereisten aan welke deze informatie moet voldoen. Een ILS bestaat typisch uit een eisenset met bijlagen die betrekking hebben op topografie, areaalgegevens, tekeningen en documenten en waarin wordt beschreven: Welke data geleverd moeten worden; Wanneer deze data geleverd moeten worden; In welke vorm de data geleverd moeten worden; Aan welke standaarden de informatie moet voldoen.
Ingenieur
Definitie uit het Standaard Rollenmodel: Een ingenieur in de context van de gebouwde omgeving is een professional die wetenschappelijke en technische kennis toepast om problemen op te lossen en projecten te realiseren die betrekking hebben op de bouw en het onderhoud van infrastructuur, gebouwen en andere constructies.
Inspectierapporten
Verslagen van technische beoordelingen van bestaande objecten of systemen. Deze vormen input voor technische planning en beoordeling van ontwerpbehoeften.
Installateur
Definitie uit het Standaard Rollenmodel: Een installateur of technisch dienstverlener in de context van de gebouwde omgeving is een bedrijf/professional die verantwoordelijk is voor het ontwerpen, aanleggen, onderhouden en repareren van technische installaties in gebouwen. Dit kan variëren van verwarmings-en koelsystemen (HVAC), waterleidingen en sanitair, tot elektrische installaties en ict/datanetwerken.
Kern Prestatie Indicatoren
Meetbare indicatoren die de mate van realisatie van assetmanagementdoelen zichtbaar maken volgens het iAMPro model. Ze bevatten een norm- of grenswaarden voor prestatiebeoordeling.
Keuringseisen
Vereisten waaraan objecten moeten voldoen na onderhoud om opnieuw in gebruik genomen te worden, vaak inclusief functionele en veiligheidscontroles.
KLIC
Een digitaal systeem waarin netbeheerders informatie over ondergrondse kabels en leidingen registreren. Het portaal wordt beheerd door het Kadaster en maakt het mogelijk om via een KLIC-melding gegevens op te vragen over de ligging van kabels en leidingen. Dit is verplicht bij graafwerkzaamheden om schade te voorkomen en de veiligheid te waarborgen.
Kosten
Verwachte of begrote financiële uitgaven voor gepland onderhoud, inclusief materiaalkosten, arbeidsloon en risicoreserveringen.
kostenkengetal
De gemiddelde kosten voor de vervanging van een constuctiedeel van een civiel kunstwerk.
Kostenramingen
Voorspellingen van de financiële middelen die nodig zijn voor demontage, afvoer, hergebruik of sanering van objecten.
Kwaliteitsborger
Definitie uit het Standaard Rollenmodel: Onder de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen (WKB) is een kwaliteitsborger een onafhankelijke partij die toeziet op de kwaliteit van bouwprojecten. De kwaliteitsborger controleert of de bouwtechnische aspecten van een project voldoen aan de gestelde regels en voorschriften, zoals brandveiligheid, fundering, en energiezuinigheid. Deze controle vindt plaats zowel voor als tijdens de bouw, en de kwaliteitsborger geeft uiteindelijk de finale goedkeuring voordat het project gereedmelding krijgt.
Levensduurkosten
Levensduurkosten zijn alle kosten die gedurende de gehele levenscyclus van een civiel kunstwerk worden gemaakt, vanaf ontwerp en aanleg tot en met beheer, onderhoud, vervanging en sloop. In de beoordeling van civiele kunstwerken vormen levensduurkosten een essentieel criterium om investeringen af te wegen tegen prestaties en risico’s. Door kosten integraal te benaderen (Total Cost of Ownership) kan een optimale balans worden gevonden tussen functionaliteit, duurzaamheid en financiële efficiëntie.
Leverancier
Definitie uit het Standaard Rollenmodel: Een leverancier in de context van de gebouwde omgeving is een bedrijf of persoon die bouwmaterialen, apparatuur, en andere benodigdheden levert aan bouwprojecten. Leveranciers spelen een cruciale rol in de bouwsector door ervoor te zorgen dat de benodigde materialen en producten op tijd en in goede staat beschikbaar zijn voor de uitvoering van bouwprojecten
Maatregelen
Geplande acties gericht op het instandhouden of ontwikkelen van de functionaliteit van infrastructuurobjecten, zoals civiele kunstwerken.

Materiaalgegevens
Informatie over fysische, chemische en mechanische eigenschappen van te gebruiken materialen in de ontwerp- en planningsfase.
Materiaalinformatie
Overzicht van de materialen die vrijkomen bij de sloop of demontage, inclusief bestemming, classificatie en verwerkingsmethoden.
Materiaalstaten
Overzicht van materialen die gebruikt zijn of nodig zijn voor onderhoud, inclusief vervangingsfrequentie en voorraadbeheer.
Materialenpaspoort
is een dataset waarin alle materialen en grondstoffen van een product worden vastgelegd. Naast de productcompositie kan het ook informatie bevatten over bijvoorbeeld de herkomst van materialen, milieueffecten, losmaakbaarheid en potentieel hergebruik. Een materialenpaspoort bevordert duurzaamheid en de circulaire economie door transparantie en door het faciliteren van hergebruik van materialen.
Maximale belastingsklassen
Informatie over de toegestane belasting op constructies, uitgedrukt in gewichtsklassen of verkeerscategorieën. Wordt gebruikt voor gebruiksbeperkingen en toetsing van functionele geschiktheid.
Meerjarenonderhoudsplan
Een Meerjarenonderhoudsplan is een strategisch document waarin het verwachte onderhoud aan een object (zoals een brug, kade, gebouw of rioolstelsel) voor een langere periode — meestal 10 tot 50 jaar — wordt gepland en begroot. Het plan bevat een overzicht van te verwachten onderhoudsactiviteiten per jaar, de bijbehorende kosten, de timing van vervangingen, inspecties en renovaties en de relatie met prestatie-eisen of servicelevels.
Meldingen van defecten en verstoringen
Informatie afkomstig van gebruikers of beheerders over afwijkingen in de werking of schade aan objecten, ter ondersteuning van onderhoudsplanning.
Milieueisen
Vereisten met betrekking tot milieu-impact, afvalverwerking en hergebruik bij de sloop of ontmanteling van objecten.
Minimale dataset
Een minimale dataset is de kleinst mogelijk verzameling gegevens (dataspecificatie) die nodig is om de gegevens van een bepaald proces of informatieproduct vast te leggen. Zie ook begrippen.crow.nl.
Monitoren en analyseren
De vijfde processtap binnen het iAMPro modeliAMPro model waarin de prestaties van het assetsysteem worden gemonitord en de resultaten geanalyseerd. Hierbij wordt bekeken in hoeverre de servicelevels uit de processtap ‘Beleid en Strategie’ zijn gehaald en wat de belangrijkste oorzaken zijn van eventuele afwijkingen. De onderhoudsactiviteiten worden gemonitord aan de hand van klachten en storingen; de conditie van de assets aan de hand van uitgevoerde inspecties.
Netwerkmodel
Een abstracte weergave van het verkeersnetwerk met relaties tussen knooppunten, routes en capaciteit. Wordt gebruikt voor analyse van doorstroming, routealternatieven en robuustheid van het netwerk.
NLCS
De NLCS is een 2D-tekenstandaard voor de openbare ruimte en infrastructuur. Deze open standaard bevat afspraken voor het omgaan met metadata, digitaal tekenen, het uiterlijk van de tekening en de coderingssystematiek en lagenstructuur van tekenwerk. Zie ook deze website.
Normen
Technische richtlijnen of standaarden die aangeven aan welke prestaties, condities of eigenschappen objecten moeten voldoen tijdens hun levensduur.
NPDW

NPDW brengt opdrachtgevers, opdrachtnemers en kennisinstellingen samen om kennis te bundelen en samen de beste aanpak te kiezen voor verduurzaming van wegen. Zie ook deze website

Onderhoudsbedrijf
Definitie uit het Standaard Rollenmodel: Een onderhoudsbedrijf in de context van de gebouwde omgeving is een onderneming die verantwoordelijk is voor het uitvoeren van onderhouds-en reparatiewerkzaamheden aan gebouwen, installaties en infrastructuur.
Onderhoudsfase
Definitie volgens de GEBORA Bouwwerklevenscyclus:De beheer-en onderhoudsfase in de levenscyclus van een bouwwerk speelt een cruciale rol bij het waarborgen van de functionaliteit, veiligheid en duurzaamheid van het gebouw of infrastructuur. Deze fase volgt op de ontwikkelfase en omvat alle activiteiten die nodig zijn om het bouwwerk in goede staat te houden gedurende zijn gebruiksperiode.
Onderhoudsinstructies
Gedetailleerde richtlijnen voor het uitvoeren van onderhoud, inclusief werkwijze, gereedschappen, veiligheidsmaatregelen en frequentie.
Ontmantelingsfase
Definitie volgens de GEBORA Bouwwerklevenscyclus: de ontmantelingsfase is de laatste fase in de levenscyclus van een bouwwerk en omvat het proces van het demonteren of slopen van het bouwwerk aan het einde van zijn gebruiksperiode. Deze fase is van groot belang om ervoor te zorgen dat de ontmanteling veilig en milieuvriendelijk gebeurt, met een focus op hergebruik en recycling van materialen.
Ontwerpregels
Vastgestelde richtlijnen of parameters waarmee technische ontwerpen moeten voldoen, zoals afmetingen, toleranties of functionele eisen.
Ontwikkelfase
Definitie volgens de GEBORA Bouwwerklevenscyclus: De ontwikkelfase in de levenscyclus van een bouwwerk is het beginpunt waar de concepten en plannen voor een nieuw project worden gegenereerd en uitgewerkt. Deze fase is cruciaal omdat het de basis legt voor het gehele project en de referentiearchitectuur van de gebouwde omgeving. Hier worden de doelen, specificaties en ontwerpvereisten vastgelegd, en worden de nodige vergunningen aangevraagd.
Opvolgingsscenario’s
Uitgewerkte toekomstscenario’s voor de invulling van het gebied of de functie van het ontmantelde object, inclusief afwegingen.
PIM

PIM is de gezamenlijke applicatie van wegenbouwers waarmee de inkoop van bouwstoffen, de mengselverhouding van het asfalt en de aanleg van wegen kan worden aangestuurd. Zie ook deze website

Plankaarten
Kaarten waarop de geplande ontmanteling of herontwikkeling van objecten of gebieden is ingetekend.
Plannen en Voorbereiden
De derde processtap binnen het iAMPro modeliAMPro model waarin nieuwbouwplannen, herstructureringen en instandhoudingsmaatregelen worden uitgewerkt tot ontwerpoplossingen en bestekken. Daarbij horen ook planningen. Verder komen in deze stap aan de orde het opstellen van specificaties, het uitwerken van ontwerpen, het voorbereiden van contracten en het maken van een keuze tussen zelf doen en uitbesteden. Het resultaat bestaat uit contracten en inrichtingsplannen (ontwerpen).
Prestatie-indicatoren
Onderliggende, concrete meetindicatoren die op functioneel of technisch niveau inzicht geven in de staat en werking van assets volgens het iAMPro model. Ze maken het mogelijk om KPI’s te vertalen naar dagelijkse uitvoering. Functionele indicatoren meten bijvoorbeeld gebruikservaring of beeldkwaliteit; technische indicatoren meten zaken als slijtage, scheurvorming of faalkans.
Prestaties
Waarden die het huidige functioneren van een object beschrijven, zoals beschikbaarheid, comfort of betrouwbaarheid, als input voor onderhoudsplanning.
Produkteigenschappen
Technische kenmerken van gebruikte producten of componenten, zoals afmetingen, duurzaamheid, prestatie of onderhoudsvereisten.
Prognoses
Verwachte ontwikkeling van kosten, prestaties, risico’s of gebruik op basis van historische gegevens, trends of scenario's. Wordt gebruikt bij strategische planning en financiële onderbouwing. Volgens het onderzoek naar de staat en benutting van civiele kunstwerken van TNO: Het doel van een (lange termijn) prognose van de vernieuwingsvraag [voor civiele kunstwerken, red] is doorgaans het in kaart brengen en onderbouwen van benodigde investeringen (budgetbehoefte).
Regelgeving
Wettelijke eisen en normen waaraan technische ontwerpen moeten voldoen, zoals bouwbesluiten, veiligheidsvoorschriften of milieuregels.
Registratie-eisen
Vastgelegde verplichtingen voor documentatie van de uitgevoerde demontage en verwijdering van materialen.
Registrerende instantie
Definitie uit het Standaard Rollenmodel: Een registrerende instantie in de context van de gebouwde omgeving is een organisatie die verantwoordelijk is voor het bijhoudenen beheren van officiële registraties van onroerend goed, eigendomsrechten, en andere relevante gegevens. Deze instanties zorgen ervoor dat informatieover eigendom, gebruik en beperkingen van vastgoed nauwkeurig en up-to-date is.
Restlevensduur
Verwachte periode waarin een object nog functioneel kan blijven voordat ontmanteling noodzakelijk wordt.
Revisiegegevens
Informatie die bij afronding van een project wordt overhandigd, zoals garanties, testresultaten, realisatietekeningen en goedkeuringen.
Risico's
Binnen de beoordeling van civiele kunstwerken zijn risico’s de kans dat een gebrek, schade of functieverlies zich voordoet in combinatie met de mogelijke gevolgen daarvan voor veiligheid, functionaliteit, beschikbaarheid, milieu of kosten. Risicoanalyse maakt het mogelijk om op gestructureerde wijze prioriteiten te stellen in inspectie, onderhoud en vervanging. Typische risicofactoren zijn materiaalveroudering, overbelasting, gebrekkig onderhoud en externe invloeden zoals verkeer of weersomstandigheden.
Risico’s
Inschatting van mogelijke ongewenste gebeurtenissen tijdens gebruik of onderhoud, inclusief de kans en impact ervan, gebruikt voor onderhoudsbeslissingen.
Risicogegevens
Technische data over mogelijke veiligheidsrisico’s bij ontmanteling, zoals instortingsgevaar, schadelijke stoffen of explosiegevaar.
Routes en alternatieve routes
Informatie over bestaande en beschikbare omleidingsroutes bij uitval of onderhoud van delen van het netwerk. Van belang voor bereikbaarheidsanalyse en planning van maatregelen.
Servicelevels
Gedefinieerde prestatieniveaus die aangeven welk minimum aan prestaties van assets wordt verwacht volgens het iAMPro model. Een combinatie van een kern prestatie indicator met een normwaarde leidt tot een gewenst service level. Dit bepaalt de uitvoeringsnorm voor prestaties op systeem- en objectniveau.
Sloopbedrijf
Definitie uit het Standaard Rollenmodel: Een sloop-en oogstbedrijf in de context van de gebouwde omgeving is een gespecialiseerde onderneming die niet alleen gebouwen en structuren veilig en efficiënt sloopt, maar ook waardevolle materialen en componenten uit het sloopproces terugwint (oogst). Deze materialen worden vervolgens gerecycled of hergebruikt in nieuwe bouwprojecten, wat bijdraagt aan duurzaamheid en afvalreductie.
Standaard Rollenmodel
Het standaard rollenmodel van GEBORA is een gestructureerde beschrijving van rollen, verantwoordelijkheden en bevoegdheden binnen de gebouwde omgeving. Standaard Rollenmodel
Statuswijzigingen
Formele registratie van de overgang van objecten naar een nieuwe status, zoals buiten gebruik, gesloopt of herbestemd.
Strategische Organisatiedoelen
De lange termijn doelstellingen van een organisatie die de richting en het succes van de gehele organisatie bepalen. Binnen het iAMPro model worden strategische organisatiedoelen geformuleerd, bij voorbeeld veiligheid en mobiliteit, om ervoor te zorgen dat de inrichting van de openbare ruimte en infrastructuur op deze doelen kan worden afgestemd.
T1 Functioneel gepland
T1 is volgens de GEBORA Bouwwerklevenscyclus de toestand waarin de entiteit (bijvoorbeeld een civiel kunstwerk) een functioneel plan heeft dat gereed is. Deze toestand begint met het initiatief tot plannen en eindigt met het beschikbaar zijn van een gevalideerd functioneel ontwerp of plan.
T2 Technisch gepland
T2 is volgens de GEBORA Bouwwerklevenscyclus de toestand waarin de technische uitwerking van het functioneel plan is afgerond en de functionele eisen zijn vertaald naar technische objecten en specificaties, gereed voor uitvoering tijdens ontwikkeling, onderhoud en ontmanteling.
T3 Technisch gerealiseerd
T3 is volgens de GEBORA Bouwwerklevenscyclus de toestand waarin de technische realisatie van de entiteit voltooid is. De werkzaamheden zijn fysiek uitgevoerd.
T4 Functioneel gerealiseerd
T4 is volgens de GEBORA Bouwwerklevenscyclus de toestand waarin de entiteit in gebruik is genomen.
Technische degradatie
Proces waarbij materialen of systemen in kwaliteit afnemen door slijtage, veroudering of belasting. Deze informatie bepaalt het technisch onderhoudsplan.
Technische levensduur
De levensduur waarna het object in theorie vervangen zou moeten worden omdat het technisch niet meer aan de eisen voldoet. Dit kan door gebruik te maken van kengetallen of door gebruik te maken van inschattingen van experts, al dan niet op basis van tussentijdse inspectie. In het laatste geval zal er doorgaans sprake zijn van een restlevensduur. De technische levensduur zal in de regel per type object en/of hoofdmateriaalsoort verschillen. Bron: TNO, prognose-vernieuwingsopgave-2023
Technische randvoorwaarden
Vooraf bepaalde technische vereisten, beperkingen of uitgangspunten die invloed hebben op het ontwerp, zoals milieueisen, ruimteclaims of aansluitingen.
Technische specificaties
Inhoudelijke beschrijving van hoe technische demontage moet plaatsvinden, inclusief procedures, toleranties en materialen.
Uitvoeringsplanning
Operationele planning van concrete werkzaamheden, inclusief fasering, uitvoeringsmomenten en benodigde capaciteit. Wordt gebruikt voor aansturing van uitvoering en afstemming met stakeholders.
Uitvoeringsspecificaties
Technische beschrijvingen die aangeven hoe werkzaamheden moeten worden uitgevoerd, met aandacht voor kwaliteit, volgorde en controle.
Use Case
Een **use case** binnen het **DOOR-programma** beschrijft een proces vanuit het perspectief van de betrokken partijen (actoren) en hoe zij informatie met elkaar uitwisselen. Het gaat hierbij niet om het ontwikkelen van software, maar om het waarborgen van een **interoperabele** en **eenduidige uitwisseling van informatie** tussen ketenpartners.

De use case beschrijft wie betrokken is bij de informatie-uitwisseling (actoren), wat het doel is en hoe de interactie verloopt in een reeks logische stappen. Actoren kunnen personen, organisaties of systemen zijn die gegevens aanleveren, verwerken of gebruiken. De focus ligt op het creëren van een gestroomlijnd proces waarin data betrouwbaar en reproduceerbaar wordt gedeeld, zodat alle partijen effectief kunnen samenwerken bij werkzaamheden in de openbare ruimte en infrastructuur.

User story
Een user story is een bekend concept in agile softwareontwikkeling en helpt bij het beschrijven van softwarefunctionaliteiten vanuit het oogpunt van de eindgebruiker.​ De user story wordt geformuleerd vanuit het oogpunt van een gebruiker, beschrijft wat deze wil bereiken en met welk doel. Deze structuur helpt het ontwikkelteam en andere belanghebbenden te begrijpen wat ​ er moet worden gebouwd en waarom, en biedt meetbare criteria voor succes.​
Vastgelegde normen
Documenten waarin de vereiste prestatie- of conditiespecificaties zijn vastgelegd waaraan een object na onderhoud moet voldoen.
Veiligheidsprotocollen
Procedures en richtlijnen om de veiligheid te waarborgen tijdens de uitvoering van de ontmanteling.
Veiligheidsregels
Voorschriften die gevolgd moeten worden tijdens onderhoud om risico’s voor personeel, omgeving en gebruikers te beperken.
Verkeersdata
Informatie over verkeersstromen, intensiteiten, wachttijden en snelheden. Wordt gebruikt om bereikbaarheid, mobiliteit en knelpunten in het netwerk te analyseren.
Vervangingswaarde
De kosten die gepaard gaan met het vervangen van een object. De vervangingswaarde wordt berekend op basis van de fysieke kenmerken van het object, bijvoorbeeld het aantal meters, vierkante meters of kubieke meters, en kostenkengetallen voor het object.
Werktekeningen
Gedetailleerde technische tekeningen die gebruikt worden voor de feitelijke uitvoering van een ontwerp, inclusief maatvoering en materiaaltoepassing.
Werkvoorbereiding
Documentatie en planningsinformatie die nodig is om onderhoudswerkzaamheden effectief en veilig uit te voeren, zoals tijdsplanning en taakverdeling.
Wettelijke kaders
Regelgeving en beleidskaders die van toepassing zijn op de ontmanteling van objecten, inclusief milieuwetten, eigendomsrecht en vergunningen.

A. Index

A.1 Termen gedefinieerd door deze specificatie

A.2 Termen gedefinieerd door referentie

B. Referenties

B.1 Informatieve referenties

[rdf-sparql-protocol]
SPARQL Protocol for RDF. Kendall Clark; Lee Feigenbaum; Elias Torres. W3C. 15 January 2008. W3C Recommendation. URL: https://www.w3.org/TR/rdf-sparql-protocol/
[rdf-sparql-query]
SPARQL Query Language for RDF. Eric Prud'hommeaux; Andy Seaborne. W3C. 15 January 2008. W3C Recommendation. URL: https://www.w3.org/TR/rdf-sparql-query/
[shacl]
Shapes Constraint Language (SHACL). Holger Knublauch; Dimitris Kontokostas. W3C. 20 July 2017. W3C Recommendation. URL: https://www.w3.org/TR/shacl/
[turtle]
RDF 1.1 Turtle. Eric Prud'hommeaux; Gavin Carothers. W3C. 25 February 2014. W3C Recommendation. URL: https://www.w3.org/TR/turtle/