Use Case Zuid-Holland: Bouw- en productiegegevens asfaltverhardingen

Aansluiting IMBOR op Weginfra-NL-OTL

CROW, referentieversie

Meer informatie over dit document
Laatste werkversie:
https://docs.crow.nl/use-cases-door/zuid-holland
Geschiedenis:
Wijzigingsgeschiedenis
Redacteurs:
Elisabeth de Vries (CROW)
Rosemarie Mijlhoff (OpenPerspectief)
Feedback:
GitHub Stichting-CROW/use-cases-door (wijzigingsverzoeken, nieuw issue, openstaande issues)
Annotaties door Hypothes.is (privacybeleid).

Samenvatting

Dit document beschrijft de use case van Zuid-Holland

1. Inleiding

1.1 Aanleiding

De CORE gemeenten, Stichting RIONED en CROW hebben de handen ineen geslagen in het DOOR-programma om voor de sector assetmanagement ​te komen tot een gemeenschappelijke informatiebasis met het volgende doel: ​

In 2030 beschikken Assetmanagers en hun (keten)partners in de openbare ruimte en infrastructuur over een samenhangend stelsel objectstandaarden in de leefomgeving om de data over hun beheerde assets efficiënt op orde te houden en uit te wisselen.​

Een deel van de objectstandaarden is al uitgewerkt en worden toegepast in diverse (keten) werkprocessen. Het DOOR-programma richt zich op de ontwikkeling van de ontbrekende standaards en uitwisselingsprotocollen, zodat een samenhangend stelsel ontstaat. Daarom is de focus van DOOR gericht op:

1.2 Gebruik van use cases

Use cases zijn het mechanisme om tot de kern door te dringen van de behoefte van de assetmanagers en hun ketenpartners. De keuze van deze use cases is kritisch, omdat de oplossing niet alleen geschikt moet zijn voor de specifieke situatie, maar ook generiek toepasbaar binnen de sector en daarmee een bijdrage leveren aan het programma DOOR.

Use cases zijn essentieel om tot praktijkgerichte resultaten te komen. Door middel van use cases uit de praktijk wordt geëxperimenteerd met nieuwe en aanvullende vastlegging van informatie om de ambitie van DOOR waar te maken.

1.3 Werkwijze

De CORE-gemeenten leveren daartoe use cases, waaruit de informatiebehoefte blijkt, die in de praktijk leeft.​ Dit gebeurt in workshops die uitgaan van een proces van ‘lerend een gezamenlijke informatiebasis ontwikkelen & verankeren’​. Beleids- cq vraagstukinhoudelijk & geo-data-experts van betrokken organisaties samen aan tafel​, over silo’s heen leren samenwerken​, elkaar, elkaars werksituatie en uitdagingen leren kennen en begrijpen​ een gemeenschappelijke taal ontwikkelen​. Een manier van werken ontwikkelen waarop we interdisciplinair en met stakeholders kunnen samenwerken​.

CROW ontwikkelt met de CORE gemeente de logische structuur en data-deel-afspraken die nodig zijn om invulling te geven aan de informatiebehoeften binnen de use case. ​

In een experimenteeromgeving wordt middels prototyping het resultaat beproefd, in samenwerking met marktpartijen, zodat er werkbare standaarden ontstaan, die softwareleveranciers kunnen toepassen.​

Het resultaat wordt vastgelegd in de DOOR-referentiearchitectuur

1.4 Use case Materialenpaspoort

Provincie Zuid-Holland heeft de use case ingediend van een materialenpaspoort voor asfaltverhardingen, waarbij een informatiebehoefte is vastgesteld voor de inhoud van het materialenpaspoort en een informatieleveringsspecificatie is opgesteld om het materialenpaspoort te ontvangen na reparatie of aanleg van een weg. Het samenwerkingsverband van aannemers rondom de applicatie PIM heeft een productpaspoort ontwikkeld, op basis van de informatie die beschikbaar is vanuit het PIM systeem, dat bedoeld is voor het aansturen van de inkoop van bouwstoffen, de productie van asfaltmengsels en de aanleg van het asfalt. Een vertegenwoordiger van deze groep is heeft meegewerkt aan deze use case. Daarnaast heeft een vertegenwoordiger vanuit het Nationaal Platform Duurzame Wegverharding (NPDW) meegewerkt.

In deze use case onderzoeken we of er een landelijk gedragen voorstel gemaakt kan worden voor een materialenpaspoort met een bijbehorend standaard uitwisselafspraak.

1.5 totstandkoming advies

In vijf werksessies van 8 december 2025 tot en met ....... heeft een werkgroep van provincie Zuid-Holland, PIM en NPDW de use case uitgewerkt, inclusief experiment, om te komen tot een advies voor de provincie en voor een nationale revisiedataset asfalt.

1.6 Leeswijzer

De use case wordt onderbouwd in een use case canvas, waar de met de gemeente samen vastgestelde onderwerpen aan bod komen in de volgende hoofdstukken:

  1. De toegevoegde waarde wat oplossen en waarom​ (huidige situatie)
  2. Belanghebbenden, wensen en verwachtingen met wie, voor wie en waartoe
  3. Het ontwerp​ op welke manier met het vraagstuk aan de slag (gewenste situatie)
  4. User stories​ wensen en behoeften gebruikers​
  5. Verfijnen user stories & bouwen experimenteer-omgeving incl. ontbrekende informatiemodellen
  6. Evalueren experiment & leerpunten​ de toepassing en borging​
visuele weergave van de 6 onderwerpen van het use case canvas, zoals beschreven in de tekst
Figuur 1 De onderwerpen van het use case canvas

2. Vraagstuk en toegevoegde waarde

Dit hoofdstuk beschrijft het vraagstuk en de toegevoegde waarde.

visuele weergave van de paragraven die men kan verwachten in dit hoofdstuk
Figuur 2 De vragen bij het vraagstuk en de toegevoegde waarde

2.1 Welk vraagstuk willen we oplossen?

2.1.1 View vanuit Provincie

De provincie wil inzicht in welke materialen (samenstelling en herkomst) er zijn gebruikt in asfaltlagen van provinciale wegen om:

  1. Inzicht in de kwaliteit en prestatie van de asfaltmaterialen van het wegennetwerk te hebben voor assetmanagement: dataegdreven beheren van het asfalt.

  2. Monitoren en analyseren van materiaalgegevens van asfalt t.b.v. circulariteit: het kunnen hergebruiken van de bouwsoffen in het asfalt aan het einde van de levensduur.

  3. Weten waar welke bouwstoffen zijn gebruikt om goed zich te hebben op locaties waar onwenselijke materialen aanwezig zijn voor volksgezondheid en milieu.

Scope voor deze use case: asfaltverhardingen. Daarna wil de provincie gaan werken aan staal en beton.

Er is reeds een informatiebehoefte asfalt vastgesteld met een informatiemodel ovan de provincie Zuid-Holland; dit is de basis voor de inrichting van een applicatie en data-opslag van het materialenpaspoort. Deze is opgesteld op basis van het Pavement Information Model (PIM) en de Weginfra-OTL (nagenoeg gelijk aan PIM), en getoetst door de assetgroep Wegen en Team Duurzame Infrastructuur. De informatiebehoefte is opgezet om specifiek de asfalttechnische eigenschappen van de toegepaste mengsels te verzamelen, aangevuld met gegevens over de kwaliteit van aanbrengen.

Gezamenlijk laten die samengevat goed zien welk types asfalt, met welke aanvullende stoffen en welke mate van recycling (PR) zijn toegepast. Maar ook wat de uiteindelijke hoeveelheden zijn geweest.

visuele weergave van de opbouw van de wegconstructie, van onder naar boven: Natuurlijke ondergrond,  grondverbetering, grondoppervlak, zandbed, fundering, onderlaag, tussenlaag, deklaag
Figuur 3 De opbouw van een wegconstructie

2.1.2 View vanuit wegenbouwer

Een wegenbouwer wil:

  1. Innoveren met nieuwe asfaltmengsels, ingrediënten en bouwstoffen om hiermee kosten te besparen of betere kwaliteit te kunnen leveren.
  2. Kwaliteit borgen: Inzicht in de toegepaste bouwstoffen en mengsels tijdens het wegenbouwproces
  3. Inkoop en uitvoering plannen

Het samenwerkingsverband van aannemers rondom de applicatie PIM heeft een productpaspoort asfalt ontwikkeld, op basis van de informatie die beschikbaar is vanuit het PIM systeem, dat bedoeld is voor het aansturen van de inkoop van bouwstoffen, de productie van asfaltmengsels en de aanleg van het asfalt.

Wens is om te zorgen voor een landelijke afspraak over het leveren van een productpaspoort of materialenpaspoort, met een standaard format. Dit scheelt maatwerk-oplossingen maken per opdrachtgever of per project.

2.2 Voor wie is het vraagstuk?

Intern: de assetmanager wegen van Zuid-Holland als verantwoordelijke voor het behalen van circularitetisdoelstellingen.

Extern: De realiserende partijen die uiteindelijk tot beter hergebruik van de materialen moeten kunnen komen op basis van een materialenpaspoort, en die ook de aanleggegevens moeten kunnen aanleveren.

2.3 Welke opgave ligt aan het vraagstuk ten grondslag?​

De provincie Zuid-Holland staat voor de uitdaging om haar infrastructuur toekomstbestendig en duurzaam te maken, waarbij het terugdringen van milieubelasting en het bevorderen van circulariteit centraal staan.

In asfaltmengsels worden allerlei hulp- en vulstoffen gebruikt, waarvan op voorhand niet bekend is of het gebruik hiervan mogelijk ongewenste gevolgen heeft in de toekomst. Het makkelijkste voorbeeld is de toepassing van teer in asfalt in het verleden, wat inmiddels al jaren is verbannen vanwege de kankerverwekkende eigenschappen. Maar het kan ook een stof zijn die bijvoorbeeld op termijn niet goed verwerkbaar lijkt te zijn in asfaltcentrales bij recycling, waardoor het niet geaccepteerd wordt bij terugname. Dit laatste begint nu te spelen voor PMB’s, polymeer gemodificeerde bitumen, die op grote schaal zijn en nog steeds worden toegepast.

2.4 Wat zijn de grootste knelpunten?​

2.4.1 Knelpunt 1. Geen eenduidige standaard voor materialenpaspoort

Er is geen gestandaardiseerde en praktische manier om deze informatie systematisch vast te leggen, uit te wisselen en toe te passen in beheer, onderhoud en nieuwe projecten. Hierdoor is het lastig om grip te krijgen op de milieu-impact van materialen en om onderbouwde keuzes te maken die bijdragen aan de circulaire economie en de duurzaamheidsdoelstellingen van de provincie.

Datamodellen voor materialenpaspoorten zijn eerder opgesteld als onderdeel van het programma Circulair Bouwen 2023 (CB’23), maar deze zijn nooit geïmplementeerd in praktische, digitale oplossingen.

Er is een goede afweging nodig tussen wat de wegenbouwer praktisch gezien kán leveren, en wat ook echt nodig is voor het beheer en voor het oogsten en verwerken van het asfalt aan het einde van de levensduur.

Daarnaast is ook nodig om één landelijk uitwisselprotocol of uitwisselformaat af te spreken, zodat applicaties daarop kunnen worden ingericht. Nu worden voor elke opdrachtgever maatwerk oplossingen gebouwd om data te kunnen leveren.

2.4.2 Knelpunt 2. materialenpaspoort past niet in huidige applicaties

Na een eerdere verkenning bleken bestaande applicaties niet (goed) geschikt voor het bijhouden van gedetailleerde materiaalgegevens. Daarom bleven gedetailleerde materiaalgegevens van kunstwerken, wegen en damwanden vooralsnog zonder duidelijk opslagplek en tools om deze gegevens te raadplegen en te analyseren. Daarom wil de provincie een assetinformatiesysteem gaan gebruiken waarin informatie wordt opgeslagen op basis van informatiemodellen van open standaarden zoals het IMBOR.

2.4.3 Knelpunt 3. Bedrijfsgevoelige informatie van opdrachtnemer

Terughoudendheid bij de opdrachtnemer in het delen van informatie kan veroorzaakt worden omdat de informatie op twee manieren bedrijfsgevoelig kan zijn:

  1. De data geeft inzicht in de kwaliteit, die kan afwijken van het contract. Als niet precies is gehouden aan de juiste temperaturen bij aanleg, kan dit contractuele consequenties hebben; overigens wordt vaak ook door opdrachtgever druk gelegd om bij minder optimale weersomstandigheden toch door teg aan met aanleggen, omdat het belang om de weg weer op tijd open te hebben voorkeur heeft.
  2. Door het recept van het mengsel te delen kan de concurrentie ook efficiënter en/of met minder CO2-uitstoot produceren, zonder de kosten te maken voor research en development. Dit zorgt voor benadeling van een partij die gegevens deelt boven een partij die dit niet doet.

2.4.4 Knelpunt 4. De opdrachtnemer beschikt niet over alle informatie

De volgende soorten informatie zijn niet altijd beschikbaar:

  1. Asfaltcentrale De verwerking van het mengsel in de asfaltcentrale wordt gereguleerd met CE-keuringen. Daarmee wordt de kwaliteit gegarandeerd. De asfaltcentrale is daarom niet verplicht om allerlei operationele data te delen die ontstaat tijdens de fabricage. De wegenbouwer beschikt daarom niet altijd over de precieze mengverhoudingen of temperaturen tijdens het produceren. Overigens is dit, door dezelfde CE-keuring, ook niet per sé nodig voor het bewaken van de kwaliteit van het aangelegde asfalt, wat vooral beïnvloed wordt door de temperaturen tijdens aanleg.
  2. Voertuiginformatie Voertuigen voor het transport en verwerking van het asfalt worden door internationaal opererende bedrijven geleverd. Deze bedrijven leveren niet standaard meetapparatuur mee die locatie, temperaturen enzovoorts vastleggen. Wegensbouwers beschikken daarom niet noodzakelijkerwijs over data uit hun voertuigen.
  3. Klein onderhoud De vraag is of de wegenbouwers die klein onderhoudsactiviteiten uitvoeren zoals herstel van gaten in het asfalt klaar zijn voor het leveren van de uitgebreide informatie.

2.5 Welke maatschappelijke waarde willen we realiseren?

  1. Doelmatig beheer: Met goede data kan het beheer van de wegen uitgevoerd worden met minder kosten.
  2. Minder hinder: Met goede data kan het beheer van de wegen gepland worden met minder werkzaamheden en daarmee betere bereikbaarheid.
  3. Duurzaamheid: Circulariteit van materialen n de openbare ruimte en infrastructuur leidt tot minder afval, minder uitstoot van broekasgassen en meer strategische autonomie omdat minder aardolieproducten hoeven te worden geïmporteerd voor aanleg en beheer.

2.6 Wat zijn onze inhoudelijke doelen?​

Vanuit deze use case wordt hieraan invulling gegeven met twee doelen:

  1. Een voorstel opleveren voor een landelijk standaard materialenpaspoort voor asfaltverhardingen, dat aansluit op de informatie die vanuit realiserende partijen beschikbaar is volgens hun weginfra-NL-OTL, en dat aansluit op de informatie van de wegbeheerder volgens het IMBOR. Waarbij het voorstel al is afgestemd met zowel de wegenbouwers in het PIM-samenwerkingsverband, als met opdrachtgevers verenigd in het DOOR-programma.

  2. Een afspraak maken over het uitwisselprotocol en/of het uitwisselformaat waarmee het paspoort wordt uitgewisseld. Eventueel met een "high tech" variant en een "low tech" variant om de verschillen in digitaliseringsniveau in de sector te overbruggen.

2.7 Welke criteria hanteren we om deze doelen meetbaar te maken?​

Kritieke succesfactoren zijn:

  1. Duidelijke definities van gevraagde data en datakwaliteitscontrole voor om consistentie en bruikbaarheid van data te garanderen.

  2. Betrokkenheid van wegenbouwers en opdrachtgever om te zorgen dat er een gedragen materialenpaspoort voor asfalt komt.

  3. Beschikbaarheid van de data bij de meerderheid van de wegenbouwers.

  4. Afspraken over bedrijfsgevoelige informatie.

2.8 Randvoorwaarden voor succesvolle implementatie

De randvoorwaarden voor succesvolle implementatie ligt in de gebruiksvriendelijkheid en beschikbaarheid van applicaties:

  1. Voor de provincie: Een dataportaal voor het ontvangen en accepteren van leveringen materiaalgegevens uit projecten moet gebruik kunnen maken van een standaard uitwisselafspraak (techniekkeuze voor een datadienst), conform de uitgangspunten van de referentie-architectuur van het DOOR-programma.

  2. Voor de provincie: Een applicatie voor het raadplegen en analyseren materiaalgegevens moet kunnen worden ingericht met een standaard materialenpaspoort op basis van open datastandaarden als IMBOR en Weginfra-NL-OTL.

  3. Voor de provincie: Een assetinformatiesysteem moet kunnen worden ingericht met een standaard materialenpaspoort op basis van open datastandaarden als IMBOR en Weginfra-NL-OTL voor het opslaan en federatief delen van materiaalgegevens.

  4. Voor de wegenbouwer: Deze moet over de informatie beschikken en deze vanuit één of meerdere eigen applicaties of assetinformatiesystemen kunnen leveren aan de opdrachtgever.

3. Belanghebbenden, wensen en verwachtingen

Dit hoofdstuk beschrijft de belanghebbenden, wennsen en verwachtingen.

visuele weergave van de paragraven die men kan verwachten in dit hoofdstuk
Figuur 4 De vragen bij de belanghebbenden, wensen en verwachtingen

3.1 Wie zijn belanghebbend?

Primair:

  1. Wegbeheerders bij (semi-)overheden – zoals provincies, gemeenten en waterschappen. Inclusief degenen die zich hebben verenigd in het DOOR-programma en bij het Nationaal Platform Duurzame wegen. Bij Zuid-Holland bestaan hiervoor de volgende interne belanghebbenden:
  1. Wegenbouwers – aannemers en uitvoerende partijen die verantwoordelijk zijn voor aanleg en onderhoud, en het PIM-samenwerkingsverband.

Secundair:

  1. Bewoners – gebruikers van de infrastructuur die profiteren van minder hinder en duurzamere wegen.

  2. Asfaltcentrales – producenten van asfaltmengsels

  3. Grondstofleveranciers - leveranciers van bitumen, vulstoffen, granulaten en andere grondstoffen.

  4. Ketenpartners bij vervoer en aanleg van asfalt – transporteurs, verwerkers en uitvoerende partijen.

  5. Ontwerp- en ingenieursbureaus – partijen die specificaties en ontwerpen maken voor aanleg en onderhoud.

  6. Softwareleveranciers

  7. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

3.1.1 Voor welke vragen zoeken zij een oplossing?

Wegbeheerders:

  • Hoe kan ik de onderhoudsbehoefte van mijn wegen datagedreven voorspellen en plannen?

  • Hoe kan ik inzicht krijgen in de gebruikte materialen en hun herkomst?

  • Hoe circulair is mijn areaal?

  • Hoe borg ik circulariteit en duurzaamheid in mijn assetmanagement? Hoe kan ik hier beleid op maken en sturen op concrete resultaten?

  • Hoe kan ik data uniform ontvangen en verwerken in mijn systemen?

Wegenbouwers:

  • Hoe kan ik kwalitatief hoogwaardig asfalt leveren en dit aantonen?

  • Hoe kan ik voldoen aan uniforme eisen voor materialenpaspoorten zonder telkens maatwerk te leveren?

  • Hoe kan ik mijn innovaties in asfaltmengsels aantonen en tegelijkertijd mijn bedrijfsgevoelige informatie beschermen?

  • Hoe kan ik efficiënt data leveren aan opdrachtgevers?

Bewoners:

  • Hoe wordt de weg veilig en duurzaam aangelegd?

  • Hoe wordt hinder door onderhoud en aanleg beperkt?

Asfaltcentrales:

  • Hoe kan ik mijn productiegegevens koppelen aan een materialenpaspoort zonder extra administratieve lasten?

  • Hoe kan ik bijdragen aan transparantie?

Ketenpartners (transport, aanleg):

  • Hoe kan ik mijn rol in de keten beter inzichtelijk maken?

  • Hoe kan ik data leveren over transport en verwerking zonder complexe systemen?

Toeleveranciers bouwstoffen:

  • Hoe kan ik mijn leveringen transparant maken richting opdrachtgever en wegenbouwer?

  • Hoe kan ik bijdragen aan circulariteit zonder mijn concurrentiepositie te schaden?

Ontwerp- en ingenieursbureaus:

  • Hoe kan ik ontwerpen en bestekken beter afstemmen op beschikbare data en standaarden?

  • Hoe kan ik mijn rol in het proces versterken door gebruik van uniforme paspoorten?

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat:

  • Hoe kan ik sturen op circulaire wegen, veiligheid van gebruikte bouwstoffen en effectieve besteding van overheidsgeld aan beheer van Rijkwegen?

3.1.2 Wie is eigenaar van het vraagstuk?​

Wegbeheerders zijn beleidsverantwoordelijk voor duurzaamheid en circulariteit in de infrastructuur. Zij hebben de regierol en zijn verantwoordelijk voor het behalen van de beleidsdoelstellingen.

3.1.3 Wie is opdrachtgever voor het oplossen?​

​ Het DOOR-programma, in samenwerking met de provincie Zuid-Holland, treedt op als opdrachtgever. Binnen DOOR worden afspraken gemaakt over standaarden en uitwisselprotocollen, waarbij de provincie de use case heeft ingebracht.

3.1.4 Wie is budgethouder?​

Voor deze use case is het DOOR-programma budgethouder. Voor beheer moeten hier afspraken gemaakt worden met alle wegbeheerders, voor een structurele financiering van samenhangende datastandaarden met bijbehorende revisiedatasets en uitwisselafspraken.

4. Het ontwerp

Dit hoofdstuk beschrijft het ontwerp. Merk op, dat dit een beschrijving op hoofdlijnen is van de gewenste werkwijze rondom het uitwisselen van informatie, van begin tot eind van een project. Daarbij worden in elke stap suggesties gedaan voor verbeteringen, die elk individueel onderwerp kunnen zijn van een vervolgtraject waarin met kleine stappen verbeteringen worden doorgevoerd.

visuele weergave van de paragraven die men kan verwachten in dit hoofdstuk
Figuur 5 De vragen bij het ontwerp

4.1 Informatieproces Zuid-Holland

Domein Uitvoering van de Provincie Zuid-Holland werkt volgens de principes van assetmanagement. Dit is een integrale methode om infrastructuur te beheren, bouwen en onderhouden met een optimale balans tussen kosten, prestaties en risico’s. De assetmanagementcyclus van IAMPro speelt hierbij een centrale rol.

visuele weergave van de zes processtappen van iAMPro: 1. Beleid en Strategie; 2. Beheren en programmeren; 3. plannen en voorbereiden; 4. Bouwen en onderhouden; 5. monitoren en analyseren; 6. evalueren en bijsturen. In het midden data en informatie en mens en organisatie, de voorwaarden om alle zes stappen goed te kunnen uitvoeren.
Figuur 6 De assetmanagementcyclus van IAMPro

Om de cyclus van assetmanagement optimaal te kunnen doorlopen gedurende de gehele levenscyclus van assets heeft de provincie Zuid-Holland steeds actuele, betrouwbare en complete informatie over deze assets nodig. Meerdere partijen, zowel intern als extern, wisselen informatie uit tijdens de gehele assetlevenscyclus. Bij nieuwbouw, reconstructie, onderhoud en beheer moet naast de fysieke aanpassingen ook de digitale informatie worden bijgewerkt. Hierdoor is er in projecten, maar ook bij bijvoorbeeld onderhoudscontracten, sprake van een informatiestroom van en naar opdrachtnemers.

Dat betekent dat informatie en data verschillende overdrachtsmomenten kennen en gedurende de gehele cyclus geheel of gedeeltelijk gebruikt worden. In grote lijnen verloopt dit proces als volgt:

Verklaring van rollen: er wordt in dit proces gewerkt met een beperkt aantal rollen: B = assetbeheerder; OG: opdrachtgever; ON = opdrachtnemer.

Inkomende informatie Processtap Uitgaande informatie Rol Doel
Projectplanning uit Beheren en programmeren 1. Bepalen van de informatiebehoefte van het project Scope project
Verantwoordelijkheden informatiemanagement
B
Assetinformatie; Basis informatieleveringsspecificatie 2. Leveren van basis-ILS en as-is-informatie aan projectorganisatie bijvoorbeeld voor voorbereiding en contracteren basis-ILS
as-is-informatie
B
Projectplan / ontwerp 3. Opstellen contractstukken inclusief informatielevering op basis van projectplan contractstukken inclusief as-is informatie
>Eventueel opstellen precontractueel BIM-Uitvoeringsplan
OG
Contractstukken inclusief as-is informatie 4. Start werk; controle uitgangspunten en voorbereiden informatieleveringen Controle as-is-gegevens
Eventueel: uitwerken BIM-Uitvoeringsplan
ON
Informatieleveringsspecificatie 1. Uitvoering werk en genereren informatie Materialenpaspoort
Eventueel: tussentijdse leveringen
ON
Informatieleveringsspecificatie 2. Leveren van opleverdossier in overeenstemming met ILS aan projectleider opleverdossier met materialenpaspoort ON
Materialenpaspoort
Dataspecificatie
3. Valideren van geleverde informatie (technische validatie) Materialenpaspoort
met technische validatie
OG
Materialenpaspoort
met technische validatie
4. Leveren van informatie aan beheerorganisatie Materialenpaspoort
met technische validatie
OG
Materialenpaspoort
met technische validatie
5. Valideren van beheerinformatie (inhoudelijke validatie) Materialenpaspoort
met technische validatie
en inhoudelijke validatie
B
Materialenpaspoort
met technische validatie
en inhoudelijke validatie
6. Verwerken van informatie Geupdated assetinformatiesysteem B

Wanneer de Informatieleveringsspecificatie van de provincie Zuid-Holland wordt toegepast worden deze stappen in principe allemaal doorlopen.

4.1.1 Warme opdrachtverlening

Om projecten goed op gang te helpen met de informatieleveringen heeft Zuid-holland ook een intakegesprek waarin de specifieke aandachtspunten voor het project worden doorgenomen.

4.2 Focus use case

Voor deze use case wordt gewerkt aan landelijke standaardisatie van de uit te wisselen data met focus op de infoirmatiebeheofte in levenscyclus van het asfalt. Onderstaande afbeelding van dit samen:

visuele weergave van het productpaspoort met data-elementen Aanleg- Kwaliteitscontrole bij oplevering aan project / beheerder, Revisiedataset asfalt
Beheer - Datagedreven plannen en onderhouden, Minimale dataset IMBOR beheerfase,  Sloop - hergebruik bouwstoffen, Materialenpaspoort voor sloop
Figuur 7 De informatie in het productpaspoort voor gebruik in drie werkprocessen

5. User stories

5.1 Inleiding

Dit hoofdstuk beschrijft de user stories per stap in het ontwerp.

visuele weergave van de paragraven die men kan verwachten in dit hoofdstuk
Figuur 8 De vragen bij de user stories

5.2 User stories

5.2.1 Aanleg (revisiedataset bij oplevering)

5.2.1.1 Als wegenbouwer (1)

Wil ik toetsen en inmeten of ik het juiste gebouwd heb

Zodat mijn werk en de opgeleverde informatie voldoen aan de contractuele vereisen


Omdat ik betaald wil krijgen voor mijn werk en geen herstelwerkzaamheden wil uitvoeren

5.2.1.2 Als projectleider (1)

Wil ik een revisiedataset asfalt ontvangen en controleren

zodat ik ik kan zorgen dat de aannemer het werk volgens het contract uitvoert

omdat:

  • Ik moet zorgen dat fouten hersteld worden door de aanemer, voordat ik over ga tot betaling.
5.2.1.3 Als wegbeheerder (1)

Wil ik zorgen dat eventuele aanlegfouten worden ontdekt, zoals verkeerde temperatuur bij aanleg, of verkeerde dikte van de aangebrachte asfaltlaag

Zodat ik kan zorgen dat dit hersteld wordt door de aannemer en er geen toekomstige herstelwerkzaamheden tegen hogere kosten hoeven worden gedaan op rekening van de beheerder


Omdat een goede werking van de wegen gewaarborgd moet blijven tijdens de jaren van gebruik en beheer.

5.2.2 Beheer (dataset voor tactisch beheer wegen)

5.2.2.1 Als wegbeheerder (2)

Wil ik op basis van de aanleggegevens, meldingen en inspecties beheeractiviteiten kunnen voorspellen en plannen

Zodat ik kan zorgen dat de wegen de juiste kwaliteit behouden


Omdat een goede werking van de wegen gewaarborgd moet blijven tijdens de jaren van gebruik en beheer.

5.2.3 Sloop (materialenpaspoort voor sloop)

5.2.3.1 Als wegenbouwer (2)

Wil ik de aanlegdata van de weg weten

Zodat ik het oude asfalt kan oogsten en bouwstoffen kan hergebruiken

Omdat ik wil bijdragen aan circulair werken en mijn opdracht wil kunnen uitvoeren conform contract

5.2.3.2 Als projectleider (2)

Wil ik de aannemer van de juiste gegevens voorzien van de bestaande situatie

zodat ik ik kan zorgen dat de aannemer geen onverwachtse zaken aantreft en het asfalt volgens de begrote kosten kan oogsten en hergebruiken

omdat:

  • Ik moet zorgen dat de aanemer met de juiste uitgangspunten aan het werk gaat
5.2.3.3 Als wegbeheerder (3)

Wil ik de aannemer van de juiste gegevens voorzien van de bestaande samenstelling van het asfalt

Zodat ik ik kan zorgen dat de aannemer geen onverwachtse zaken aantreft en het asfalt volgens de begrote kosten kan oogsten en hergebruiken


Omdat ik wil zorgen dat mijn infrastructuur circulair is.

6. Bouwen

Dit hoofdstuk beschrijft het bouwen: De ontwikkeling van het materialenpaspoort, het aansluiten op IMBOR en het mogelijk maken van de validatie van het paspoort.

visuele weergave van de paragraven die men kan verwachten in dit hoofdstuk
Figuur 9 De vragen bij het bouwen

6.1 Vergelijken paspoorten

De werkgroep heeft de paspoorten van Zuid-Holland en van de wegenbouwers vergeleken.

...

6.2 Voorstel nationaal asfaltpaspoort

De werkgroep heeft een voorstel gemaakt voor de inhoud van een nationaal asfaltpaspoort

...

6.3 Nationaal asfaltpaspoort als dataset

CROW heeft het asfaltpaspoort gemodelleerd in loinked data en verbonden met IMBOR en/of WeginfraNL-OTL

Hiermee wordt mogelijk om een dataset te valideren.

7. Conclusies en aanbevelingen

7.1 Scope productpaspoort

Conclusie 1. Het blijkt zeer complex om vast te stellen welke informatie na aanleg in een prodcutpaspoort moet worden uitgewisseld, met oog voor welke informatie kan worden geleverd vanuit bestaande systemen van opdrachtnemers en welke informatie kan worden verwerkt door de systemen van de opdrachtnemers.

Aanbeveling Zuid-Holland:

Aanbeveling DOOR-programma: Werk asset voor asset een productpaspoort/minimale dataset uit met zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers aan tafel.

7.2 Vorm productpaspoort

Conclusie 2. Voor de opdrachtnemers is het een grote administratieve last als elke opdrachtgever een eigen informatieleveringsspecificatie heeft, met eigen formaten om data uit te wisselen. Dit vraagt maatwerk aansluitingen vanuit applicaties voor elke opdrachtgever.

Aanbeveling Zuid-Holland:

Aanbeveling DOOR-programma: Werk asset voor asset een productpaspoort/minimale dataset uit met zowel opdrachtgevers als opdrachtnemers aan tafel.

8. Bijlagen ILS Zuid-Holland

8.1 Informatiemodel

8.1.1 Additief

Attribuut Alternatieve naamgeving Beschrijving attribuut Leveringsverplichting bestaand Leveringsverplichting nieuw Datatype Constraint Waardelijst
Aandeel bouwstof Materie-aandeel De gerealiseerde verhouding van het bouwstof ten opzichte van de totale massa van het asfaltmengsel. Numeriek Percentage
Aandeel bouwstof (eis) De vereiste verhouding van het bouwstof ten opzichte van de totale massa van het asfaltmengsel. Numeriek Percentage
Documentlink (productblad) Vereist Verplicht
Identificatie Opleverdossier ID, oplever-ID Uniek identificatienummer binnen het opleverdossier… Gestructureerd Elk object krijgt een eigen ID binnen het opleverdossier…
Leverancier Vereist Verplicht Vrij veld
Productnaam Model, Merk, Handelsnaam, Fabricaat Type-aanduiding van de fabrikant of leverancier. Vereist Verplicht Vrij veld
Type additief Vereist Verplicht Waardelijst TypeAdditief
Waardelijst Waardelijstitem Beschrijving waardelijstitem
TypeAdditief Afdruipremmer Een additief dat het afdruipen van bitumen of mastiek voorkomt.
TypeAdditief Hechtverbeteraar Een additief dat aan bitumen wordt toegevoegd om de hechting met aggregaten te verbeteren.
TypeAdditief Oppervlaktespanningverlager Verbetert de bevochtiging en hechting van bitumen, verbetert verwerkbaarheid en verdichting.
TypeAdditief Pigment in korrelvorm
TypeAdditief Pigment in poedervorm
TypeAdditief Verjongingsmiddel Herstelt eigenschappen van verouderd/recycled bitumen.
TypeAdditief Vezel Verbetert structuur en prestaties van asfaltmengsels.
TypeAdditief Viscositeitverlager Verlaagt de viscositeit zodat bitumen makkelijker te verwerken is.
TypeAdditief Wax Verbetert verwerkbaarheid en prestaties bij extreme temperaturen.

8.1.2 Asfaltmengsel

Attribuut Alternatieve naamgeving Beschrijving attribuut Leveringsverplichting bestaand Leveringsverplichting nieuw Datatype Constraint Waardelijst
Begin geldigheid (typeonderzoek) Begin geldigheid (typetest) Start van de periode waarop deze versie geldig is. Vereist Verplicht Datum
Bindmiddelgehalte (eis) Verhouding van bindmiddel t.o.v. totale massa asfaltmengsel. Numeriek Percentage
Dichtheid (eis) Streefdichtheid, Gewenste dichtheid Vereiste dichtheid voor proefstuk asfaltlaag. Vereist Verplicht kg/m³
Documentlink (asfaltmolen uitdraai) Vereist Verplicht
Documentlink (keuringscertificaat) Vereist Verplicht
Documentlink (opleverdossier) Vereist Verplicht
Documentlink (typeonderzoek mengsel) Documentlink (typetest mengsel) Vereist Verplicht
Eind geldigheid (typeonderzoek) Eind geldigheid (typetest) Eind van de periode waarop deze versie geldig is. Vereist Verplicht Datum
Geluidsreducerend Registratie of een object geluidsreducerend is. Geluidsreducerend
Gemiddelde holle ruimte Holle ruimte (gemiddeld) Percentage volume dat niet door aggregaten wordt ingenomen. Vereist Verplicht Percentage
Gemiddelde laagdikte Laagdikte (gemiddeld) Gemiddelde dikte van de asfaltlaag. Vereist Verplicht mm
Gemiddelde verdichtingsgraad Relatieve dichtheid t.o.v. streefdichtheid. Vereist Verplicht Percentage
Herkomst RAP Type hergebruikt asfaltmateriaal. Vereist Verplicht HerkomstRAP
Holle ruimte Vmax (eis) Gewenste holle ruimte Maximale percentage niet-gevuld volume. Vereist Verplicht Percentage
Holle ruimte Vmin (eis) Minimale percentage niet-gevuld volume. Vereist Verplicht Percentage
Identificatie Opleverdossier ID, oplever-ID Uniek identificatienummer binnen het opleverdossier. Gestructureerd
Keuringscertificaatnummer Keuringscertificaat code Nummer van certificaat. Vereist Verplicht
Laagdikte (eis) Gewenste laagdikte Vereiste dikte van asfaltlaag. mm
Mengselcode Unieke code voor aanduiding asfaltmengsel. Vereist Verplicht
Naam asfaltmolen Vereist Verplicht
Productietemperatuur asfaltcentrale Gemiddelde / Daadwerkelijke productietemperatuur Registratie van productietemperatuur. Vereist Verplicht
Productnaam Model, Merk, Handelsnaam, Fabricaat Type-aanduiding van fabrikant of leverancier. Vereist Verplicht Vrij veld
RAP gehalte Percentage RAP Aandeel hergebruikt asfalt in mengsel. Vereist Verplicht Percentage
Steenslagklasse steenklasse Classificatie o.b.v. technische kenmerken. Vereist Verplicht Waardelijst Steenslagklasse
Type asfaltmengsel Europese naamgeving Soortnaam bepaald op basis van kenmerken. Vereist Verplicht Waardelijst TypeAsfaltmengsel
Type asfaltmolen Soort installatie voor productie asfaltmengsels. Vereist Verplicht Waardelijst TypeAsfaltmolen
Type steenslag Naam van het type steen (herkomst). Vereist Verplicht Waardelijst TypeSteenslag
Typeonderzoek nummer Typeonderzoek code Vereist Verplicht
Waardelijst Waardelijstitem Beschrijving waardelijstitem
Geluidsreducerend Akoestisch geoptimaliseerd
Geluidsreducerend DGD Type A
Geluidsreducerend DGD Type B
Geluidsreducerend Niet geluidsreducerend
HerkomstRAP Asfaltgranulaat (Een verzamelnaam voor) hergebruikt asfalt…
HerkomstRAP ECO-steen Thermisch gereinigde steenslag teruggewonnen uit asfalt.
HerkomstRAP PA-stone Teruggewonnen steenslag uit ZOAB-deklaag…
Steenslagklasse Steenklasse 2
Steenslagklasse Steenklasse 3
TypeAsfaltmengsel AC 11 Surf Asfaltbeton toplaagmengsel met max. korrelgrootte 11 mm.
TypeAsfaltmengsel AC 16 Base Asfaltbeton onderlaagmengsel, 16 mm.
TypeAsfaltmengsel AC 16 Bind Asfaltbeton tussenlaagmengsel, 16 mm.
TypeAsfaltmengsel AC 16 Surf Asfaltbeton toplaagmengsel, 16 mm.
TypeAsfaltmengsel AC 22 Base Asfaltbeton onderlaagmengsel, 22 mm.
TypeAsfaltmengsel AC 22 Bind Asfaltbeton tussenlaagmengsel, 22 mm.
TypeAsfaltmengsel AC 8 Surf Asfaltbeton toplaagmengsel, 8 mm.
TypeAsfaltmengsel SMA 11 Steenslagmastiekasfalt, max. korrelgrootte 11 mm.
TypeAsfaltmengsel SMA 5 Steenslagmastiekasfalt, max. korrelgrootte 5 mm.
TypeAsfaltmengsel SMA 8 Steenslagmastiekasfalt, max. korrelgrootte 8 mm.
TypeAsfaltmolen Charge Installatie die mengsels maakt in afzonderlijke batches.
TypeAsfaltmolen Continu Installatie die continu mengt.
TypeAsfaltmolen Double-Barrel Installatie met twee mengtrommels.
TypeSteenslag Bestone
TypeSteenslag Cloburn Red
TypeSteenslag Granodioriet
TypeSteenslag Grauwacke
TypeSteenslag Porfier
TypeSteenslag Reflexing White
TypeSteenslag Schots Graniet
TypeSteenslag Tilrood

8.1.3 Bitumen

Attribuut Alternatieve naamgeving Beschrijving attribuut Leveringsverplichting bestaand Leveringsverplichting nieuw Datatype Constraint Waardelijst
Aandeel bouwstof Materie-aandeel De gerealiseerde verhouding van het bouwstof t.o.v. de totale massa van het asfaltmengsel. Numeriek Percentage
Documentlink (productblad) Vereist Verplicht
Identificatie Opleverdossier ID, oplever-ID Uniek identificatienummer binnen het opleverdossier. Gestructureerd Elk object krijgt een eigen ID binnen het opleverdossier.
Leverancier Vereist Verplicht Vrij veld
Penetratie De maat voor de zachtheid van bitumen bij 25°C. Vereist Verplicht Penetratie
Productnaam Model, Merk, Handelsnaam, Fabricaat Type-aanduiding van de fabrikant of leverancier. Vereist Verplicht Vrij veld
Type bitumen Vereist Verplicht TypeBitumen
Waardelijst Waardelijstitem Beschrijving waardelijstitem
Penetratie 10/20 Zeer hard bitumen.
Penetratie 160/220 Vrij zacht bitumen.
Penetratie 30/45 Vrij hard bitumen.
Penetratie 40/60 Iets harder bitumen.
Penetratie 70/100 Meest gangbare penetratiewaarde.
TypeBitumen EVA-gemodificeerd Bitumen met EVA-polymeren, betere elasticiteit en hechting.
TypeBitumen Ongemodificeerd Bitumen rechtstreeks uit raffinage, zonder polymeren.
TypeBitumen SBS-gemodificeerd Bitumen met SBS-polymeren, verbeterde elasticiteit en duurzaamheid.

8.1.4 Constructielaag

Attribuut Alternatieve naamgeving Beschrijving attribuut Leveringsverplichting bestaand Leveringsverplichting nieuw Datatype Constraint Waardelijst
Begin garantieperiode Datum waarop garantieperiode begint. Vereist Verplicht Datum
Einde garantieperiode Garantiedatum Datum waarop garantieperiode eindigt. Vereist Verplicht Datum
Gewicht (ton) Gewicht van het object. Vereist Verplicht
Identificatie Opleverdossier ID, oplever-ID Uniek identificatienummer binnen opleverdossier. Gestructureerd Elk object krijgt een eigen ID.
Oppervlakte Oppervlakte van het object. Vereist Verplicht
Plaatsingsdatum Aanlegdatum Vereist Verplicht Datum
Type asfaltverharding Typering van de wegconstructielaag. Vereist Verplicht TypeAsfaltverharding
Waardelijst Waardelijstitem Beschrijving waardelijstitem
TypeAsfaltverharding Deklaag (dicht) Bovenste, dichte laag asfalt waar verkeer overheen rijdt.
TypeAsfaltverharding Deklaag (open) Bovenste, poreuze laag asfalt waar verkeer overheen rijdt.
TypeAsfaltverharding Onderlaag Laag asfaltbeton direct op fundering of onderbouw.
TypeAsfaltverharding Toplaag Buitenste verdedigingslaag tegen invloeden.
TypeAsfaltverharding Tussenlaag Laag tussen andere lagen om krachten te verdelen.

8.1.5 Verharding

Attribuut Alternatieve naamgeving Beschrijving attribuut Leveringsverplichting bestaand Leveringsverplichting nieuw Datatype Constraint Waardelijst
Aanlegdatum Datum van aanleg. Vereist Verplicht Datum
Identificatie Opleverdossier ID, oplever-ID Uniek identificatienummer binnen opleverdossier. Gestructureerd Elk object krijgt een eigen ID.
Attribuut Alternatieve naamgeving Beschrijving attribuut Leveringsverplichting bestaand Leveringsverplichting nieuw Datatype Constraint Waardelijst
Aanlegdatum Datum van aanleg. Vereist Verplicht Datum
Identificatie Opleverdossier ID, oplever-ID Uniek identificatienummer binnen opleverdossier. Gestructureerd Elk object krijgt een eigen ID.

8.2 Decomposities informatiemodel

ID Objecttype Objecttype ID Onderliggend Objecttype Onderliggend Objecttype
8a3c6f8c-dfd0-ef11-b6c3-001dd8d70296 Additief
8448137f-45a7-ef11-b6c0-001dd8d70296 Asfaltmengsel 756d40e9-dfd0-ef11-b6c3-001dd8d70296 Bitumen
8448137f-45a7-ef11-b6c0-001dd8d70296 Asfaltmengsel 8a3c6f8c-dfd0-ef11-b6c3-001dd8d70296 Additief
756d40e9-dfd0-ef11-b6c3-001dd8d70296 Bitumen
70811379-45a7-ef11-b6c0-001dd8d70296 Constructielaag 8448137f-45a7-ef11-b6c0-001dd8d70296 Asfaltmengsel
2fae1673-45a7-ef11-b6c0-001dd8d70296 Verharding 70811379-45a7-ef11-b6c0-001dd8d70296 Constructielaag

8.3 Scope materialenpaspoort

Assetgroep Beheerobject Element Bouwdelen Materialen Opmerking
Vaarwegen Kanaal/rivier Kerende constructie Damwand Staal
Vaarwegen Kanaal/rivier Kerende constructie Sloof Beton, staal
Vaarwegen Kanaal/rivier Kerende constructie Anker Staal
VKW Coupure Kerende constructie Damwand Beton, staal
VKW Coupure Kerende constructie Sloof Beton, staal
VKW Coupure Kerende constructie Anker Beton, staal
VKW Duiker Hoofddraagconstructie - Beton, staal Koker
VKW Duiker Leuningconstructie - Beton, staal
VKW Duiker Fundering - Beton, staal
VKW Grondkering Kerende constructie Anker Beton, staal
VKW Grondkering Kerende constructie Damwand Beton, staal
VKW Grondkering Kerende constructie Sloof Beton, staal
VKW Onderdoorgang Fundering - Beton, staal
VKW Onderdoorgang Hoofddraagconstructie - Beton, staal Tunnelbak en gesloten gedeelte
VKW Overkluizing Fundering - Beton, staal
VKW Overkluizing Hoofddraagconstructie - Beton, staal
VKW Vaste brug of viaduct Verharding - Asfalt
VKW Vaste brug of viaduct Hoofddraagconstructie Rijdek Beton, staal
VKW Vaste brug of viaduct Leuningconstructie - Staal
VKW Vaste brug of viaduct Steunpunt - Beton, staal
VKW Vaste brug of viaduct Kerende constructie Damwand Staal, beton
VKW Vaste brug of viaduct Kerende constructie Sloof Staal
VKW Vaste brug of viaduct Kerende constructie Anker Staal
VKW Vaste brug of viaduct Fundering - Beton, staal
Wegen Weg Verharding Deklaag Asfalt
Wegen Weg Verharding Tussenlaag Asfalt
Wegen Weg Verharding Onderlaag Asfalt
Wegen Weg Verharding Funderingslaag Asfalt Gebonden en ongebonden
Wegen Weg Verharding Elementenverharding Beton
Wegen - Bebording en bewegwijzering (statisch) Paal Staal
Wegen - Bebording en bewegwijzering (statisch) Verkeersbord Staal

8.4 Invulsheet materialenpaspoort

Sectie Informatie Waarde Eenheid Status Toelichting
1 - Algemeen Materialenpaspoort ID Cijfer/lettercombinatie Verplicht Uniek ID voor dit formulier, bestaande uit Objectnummer + unieke code
1 - Algemeen Beheerobjecttype conform NEN 2767-4 Beheerobject (tekst) Verplicht Zie tabblad 'Scope' voor beheerobjecten waarvoor het Materialenpaspoort gevraagd wordt.
1 - Algemeen Objectnummer Cijfer/lettercombinatie Verplicht
1 - Algemeen Ontwerplevensduur Jaren Optioneel
1 - Algemeen Opleveringsdatum Datum (dd/mm/jj) Optioneel
1 - Algemeen Producent/bouwer/fabrikant/leverancier Naam (tekst) Verplicht indien van toepassing
1 - Algemeen Handelsnaam product Naam (tekst) Verplicht indien van toepassing
3 - Fysieke samenstelling Onderdeel in decompositie conform NEN2767-4 Bouwdeel of element (tekst) Verplicht indien van toepassing Zie tabblad 'Scope' voor bouwdelen en elementen waarvoor het Materialenpaspoort gevraagd wordt.
3 - Fysieke samenstelling Materiaalsoort conform NEN2767-4 Materiaal (tekst) Verplicht voor staal, asfalt en beton
3 - Fysieke samenstelling Locatie in bouwwerk Tekst Verplicht indien van toepassing
3 - Fysieke samenstelling Asfasltmengsel Tekst Verplicht indien van toepassing Cementtype, toeslagmaterialen, vulstoffen.
3 - Fysieke samenstelling Onderliggende materialenpaspoorten Cijfer/lettercombinatie Verplicht indien van toepassing Door komma's gescheiden serie van Materialenpaspoort ID's.
3 - Fysieke samenstelling Losmaakbaarheid (kunstwerken/damwanden) Tekst (ja/nee) Verplicht "Losmaakbaar", "Losmaakbaar en remontabel", of "Niet losmaakbaar".
4 - Veiligheid, gezond en milieuhygiene primair recyclebaar (ja/nee) tekst verplicht
5 - Circulariteit secondair recyclebaar (ja/nee) tekst verplicht biobased materiaal hernieuwbaar (niet eindig)
5 - Circulariteit Toxisch materiaal (volgens REACH) Verplicht indien van toepassing niet biobased materiaal (eindig)
5 - Circulariteit Hoeveelheid primair materiaal (oorsprong)
5 - Circulariteit Hoeveelheid primair materiaal van hernieuwbare bron kg of m3 Verplicht Denk aan hernieuwbare (natuurlijke) bronnen bijvoorbeeld Bio-based materialen
5 - Circulariteit Hoeveelheid primair materiaal uit niet-hernieuwbare bron kg of m3 Verplicht Denk aan uitputbare (fossiele) grondstoffen
5 - Circulariteit Hoeveelheid primair materiaal (einde levensduur)
5 - Circulariteit Hoeveelheid primair materiaal her te gebruiken kg of m3 Verplicht Na einde levensduur te waarderen in R3 (Re-use) - hergebruik van product
5 - Circulariteit Hoeveelheid primair materiaal gedeeltelijk her te gebruiken kg of m3 Verplicht Na einde levensduur te waarderen in R4,R5,R6,R7 (Repair, Refurbish Remanufacture of Repurpose) - gedeeltelijk hergebruik van product
5 - Circulariteit Hoeveelheid primair materiaal te recyclen kg of m3 Verplicht Na einde levensduur te waarderen in R8 (Re-cycle) - hergebruik van materialen
5 - Circulariteit Hoeveelheid primair materiaal te verbranden/afvoeren kg of m3 Verplicht Na einde levensduur te waarderen in R9 (Recover) - afvoeren en verbranden van materialen/producten
5 - Circulariteit Hoeveelheid secundair materiaal (oorsprong) in nieuwe samenstelling met gebruikte materialen
5 - Circulariteit Hoeveelheid secundair materiaal uit hergebruik kg of m3 Verplicht Afkomstig uit R3 (Re-use) - hergebruik van product
5 - Circulariteit Hoeveelheid secundair materiaal uit recycling kg of m3 Verplicht Afkomstig uit R8 (Re-cycle) - hergebruik van materialen
5 - Circulariteit Hoeveelheid secundair materiaal (einde levensduur) in nieuwe samenstelling met gebruikte materialen
5 - Circulariteit Hoeveelheid secundair materiaal her te gebruiken kg of m3 Verplicht Na einde levensduur te waarderen in R3 (Re-use) - hergebruik van product
5 - Circulariteit Hoeveelheid secundair materiaal gedeeltelijk her te gebruiken kg of m3 Verplicht Na einde levensduur te waarderen in R4,R5,R6,R7 (Repair, Refurbish Remanufacture of Repurpose) - gedeeltelijk hergebruik van product
5 - Circulariteit Hoeveelheid secundair materiaal te recyclen kg of m3 Verplicht Na einde levensduur te waarderen in R8 (Re-cycle) - hergebruik van materialen
5 - Circulariteit Hoeveelheid secundair materiaal te verbranden/afvoeren kg of m3 Verplicht Na einde levensduur te waarderen in R9 (Recover) - afvoeren en verbranden van materialen/producten

9. Definities

Asseteigenaar
Definitie uit het Standaard Rollenmodel: Een asseteigenaar in de gebouwde omgeving is de persoon of entiteit die verantwoordelijk is voor het strategisch beheer van assets, zoals gebouwen, infrastructuur, en andere fysieke objecten. De asseteigenaar stelt de doelen en kaders vast voor het beheer en onderhoud van deze assets. De rol van de asseteigenaar is cruciaal omdat deze op strategisch niveau bepaalt wat er nodig is om de assets in optimale staat te houden. Ditomvat het maken van beslissingen over nieuwbouw, vervanging, en onderhoud, evenals het vaststellen van de functionele eisen waaraan de assets moetenvoldoen.
Assetmanagementdoelen
Middellange termijn doelen (meestal 5–10 jaar) die afgeleid zijn van de strategische organisatiedoelen volgens het iAMPro model. Ze sturen het beheer van civiele kunstwerken zodat deze bijdragen aan maatschappelijke waarden. Voorbeelden zijn het verbeteren van verkeersveiligheid of het beperken van storingen aan infrastructuur.
Assetmanager
Definitie uit het Standaard Rollenmodel: Een assetmanager in de gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor het beheer en de optimalisatie van fysieke assets zoals gebouwen, infrastructuur en andere faciliteiten. De assetmanager zorgt ervoor dat deze assets veilig, functioneel en kosteneffectief blijven gedurende hun levenscyclus.
Assetregistratie civiele kunstwerken
Een gestructureerde vastlegging van gegevens over civiele kunstwerken, zoals bruggen, viaducten, tunnels, kademuren en sluizen. De assetregistratie bevat informatie over locatie, type, bouwjaar, materiaal, conditie en onderhoudstoestand van deze objecten. Deze registratie ondersteunt het beheer, onderhoud, inspectie en de besluitvorming over investeringen in de openbare ruimte.
Beheerder
Definitie uit het Standaard Rollenmodel:Een beheerder in de context van de gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor het beheer en de optimalisatie van een gebouw of infrastructuur. Dit kan variëren van het beheer van technische installaties tot het coördineren van facilitaire diensten.
Beheren en Programmeren
De tweede processtap binnen het iAMPro modeliAMPro model waarin meerjaren-maatregelenprogramma's worden opgesteld voor assets. De maatregelen kunnen eenmalig zijn (bijvoorbeeld een vervanging) of met regelmaat terugkeren (bijvoorbeeld een onderhoudsbeurt).
Beleid en strategie
De eerste processtap binnen het iAMPro modeliAMPro model waarin strategische doelen worden vastgesteld en vertaald naar uitgangspunten voor assetmanagement. Dit wordt vastgelegd in het Strategisch Asset Management Plan (SAMP).
BGT
BGT is een digitale kaart van Nederland waarop gebouwen, wegen, waterlopen, terreinen en spoorlijnen eenduidig zijn vastgelegd met een nauwkeurigheid van 20 centimeter. De informatie wordt aangeleverd door de beheerders van de objecten. Wegen zijn hierin opgenomen als 2D-vlakobjecten, terwijl verkeersborden als 2D-punten van het type bord worden geregistreerd, conform het IMGeo
BIM Basis Infra
Samenwerkingsverband bij DigiGO met gelijknamige richtlijn. Opdrachtgever, opdrachtnemer, leverancier en onderaannemer in de infrastructuur beschikken met de BIM Basis Infra over een gemeenschappelijke taal voor 3D-modelleren. Deze richtlijn geeft antwoord op de vraag: hoe gaan we digitale informatie in de infra gestructureerd en eenduidig uitwisselen? Zie ook deze website.
BIM-model
Een digitaal informatiemodel dat de fysieke en functionele kenmerken van een bouwwerk beschrijft. Voor civiele kunstwerken bevat het gegevens zoals geometrie, materialen, afmetingen en samenhang tussen onderdelen.
Bouwbedrijf
Definitie uit het Standaard Rollenmodel: Een bouwbedrijf in de context van de gebouwde omgeving is een professional of bedrijf dat verantwoordelijk is voor het coördineren en uitvoeren van bouwprojecten. Dit omvat zowel nieuwbouw als renovaties en verbouwingen.
Bouwen en Onderhouden
De vierde processtap binnen het iAMPro modeliAMPro model waarin de fysieke uitvoering plaatsvindt van werkzaamheden die in eerdere stappen zijn voorbereid. Denk aan het bouwen van nieuwe objecten, uitvoeren van groot onderhoud of het aanpassen van bestaande assets. In deze stap is ook toezicht inbegrepen, waarbij gecontroleerd wordt of de uitvoering voldoet aan specificaties en afspraken.
Certificaten
Officiële documenten die de conformiteit van materialen, processen of objecten aantonen met erkende normen of standaarden.
Conditiemeting
Objectieve beoordeling van de fysieke staat van een asset of component, meestal op basis van visuele inspectie of meting. Wordt gebruikt om onderhoudsbehoefte en vervangingsnoodzaak vast te stellen.
Condities
De actuele fysieke toestand of kwaliteit van een object, vastgesteld aan de hand van visuele inspectie of metingen, met het oog op toekomstige onderhoudsmaatregelen.
Conformiteit
De mate waarin een object of voorziening voldoet aan de gestelde functionele en beleidsmatige eisen.
Constructieberekening
Rekenkundige onderbouwing van de draagkracht en stabiliteit van een constructie, op basis van ontwerp- en materiaaleigenschappen. Is essentieel voor veiligheidsbeoordeling en besluitvorming over maatregelen.
Controlelijsten
Lijsten met acties, controles en registraties die moeten worden uitgevoerd om een veilige en volledige demontage te garanderen.
DOOR
De CORE gemeenten, Stichting Rioned en CROW hebben de handen ineen geslagen om voor de sector assetmanagement ​te komen tot een gemeenschappelijke informatiebasis met het volgende doel: ​In 2030 beschikken Assetmanagers en hun (keten)partners in de openbare ruimte en infrastructuur over een samenhangend stelsel objectstandaarden in de leefomgeving om de data over hun beheerde assets efficiënt op orde te houden en uit te wisselen.​ DOOR richt zich op de ontwikkeling van de ontbrekende standaards en uitwisselingsprotocollen, zodat een samenhangend stelsel ontstaat. Zie ook deze website
Eigendomsinformatie
Gegevens over de juridische eigendom en eventuele beperkingen, rechten of plichten die relevant zijn voor ontmanteling.
Evalueren en Bijsturenn
De zesde processtap binnen het iAMPro modeliAMPro model waarin het assetmanagementproces en het functioneren van het assetsysteem worden geëvalueerd. Dit gebeurt op basis van de aanbevelingsrapportage uit de processtap ‘Monitoren en Analyseren’, waarin ook de stakeholderstevredenheid is meegenomen.
Functionele levensduur
De levensduur waarna het object vervangen zou moeten worden omdat het qua dimensionering niet meer voldoet aan de gewenste verkeershoeveelheden en belastingen die daarbij optreden.
Gebiedsplannen
Plannen voor de herontwikkeling, herinrichting of tijdelijke invulling van vrijkomende ruimte na ontmanteling.
GEBORA
GEBORA is een standaard rollenmodel voor de gebouwde omgeving dat verantwoordelijkheden en bevoegdheden structureert binnen assetmanagementprocessen. Het model helpt bij het eenduidig vastleggen van rollen, zoals asseteigenaar, beheerder en opdrachtnemer, zodat samenwerking, besluitvorming en informatie-uitwisseling efficiënt en transparant verlopen.
GEBORA Bouwwerklevenscyclus
De GEBORA bouwwerklevenscyclus beschrijft de opeenvolgende fasen die een bouwwerk doorloopt vanaf het eerste initiatief tot en met de ontmanteling. Deze fasen zijn: ontwikkeling, onderhoud en ontmanteling. Elke van deze fasen bestaat uit vier informatiegebaseerde stappen (functioneel gepland, technisch gepland, technisch gerealiseerd, functioneel gerealiseerd), en herhaalt zich iteratief voor elk fysiek object in de gebouwde omgeving. Zie ook dit document.
Gebruiksrapportages
Verslagen waarin het gebruik en functioneren van objecten na onderhoud worden geëvalueerd, op basis van metingen, observaties of gebruikersfeedback.
Gebruiksstatus
De actuele toestand van een object in termen van beschikbaarheid, functioneren en toegankelijkheid voor gebruikers.
GWSW
Het GWSW is een gestandaardiseerd informatiemodel voor het vastleggen, beheren en uitwisselen van gegevens over stedelijk waterbeheer. Het bevat eenduidige definities en semantische afspraken voor objecten zoals rioleringen, watergangen en bergingsvoorzieningen. Het model zorgt voor een betere interoperabiliteit tussen verschillende partijen, zoals gemeenten, waterschappen en ingenieursbureaus. Zie ook deze website en deze viewer.
iAMPro model
Het iAMPro model voor assetmanagement voorziet in de benodigde activiteiten, informatie en randvoorwaarden die een (overheids)organisatie nodig heeft om invulling te geven aan professioneel assetmanagement. Het model bestaat uit drie pijlers:
  1. Processtappen: zes opeenvolgende stappen die het assetmanagementproces structureren,
  2. Data en informatie: betrouwbare, actuele en gestandaardiseerde gegevens als basis voor besluitvorming,
  3. Mens en organisatie: randvoorwaarden voor competenties, rollen en cultuur binnen de organisatie.
Zie ook deze link
IMBOR
Het IMBOR beschrijft de objecttypen die voorkomen in de openbare ruimte en de vaste objectgegevens die nodig zijn voor het beheer hiervan. Zie ook deze website en deze viewer.
Incidenten
Onvoorziene gebeurtenissen die de werking van een object verstoren of schade veroorzaken. Ze vormen een signaal voor structurele onderhoudsbehoefte.
Informatieleveringsspecificatie
Een ILS is een contractdocument voor projecten bedoeld om om de informatiecyclus voor assetmanagement goed te laten verlopen. Het bundelt de informatiebehoefte van de asset- en informatiemanagers en de vereisten aan welke deze informatie moet voldoen. Een ILS bestaat typisch uit een eisenset met bijlagen die betrekking hebben op topografie, areaalgegevens, tekeningen en documenten en waarin wordt beschreven: Welke data geleverd moeten worden; Wanneer deze data geleverd moeten worden; In welke vorm de data geleverd moeten worden; Aan welke standaarden de informatie moet voldoen.
Ingenieur
Definitie uit het Standaard Rollenmodel: Een ingenieur in de context van de gebouwde omgeving is een professional die wetenschappelijke en technische kennis toepast om problemen op te lossen en projecten te realiseren die betrekking hebben op de bouw en het onderhoud van infrastructuur, gebouwen en andere constructies.
Inspectierapporten
Verslagen van technische beoordelingen van bestaande objecten of systemen. Deze vormen input voor technische planning en beoordeling van ontwerpbehoeften.
Installateur
Definitie uit het Standaard Rollenmodel: Een installateur of technisch dienstverlener in de context van de gebouwde omgeving is een bedrijf/professional die verantwoordelijk is voor het ontwerpen, aanleggen, onderhouden en repareren van technische installaties in gebouwen. Dit kan variëren van verwarmings-en koelsystemen (HVAC), waterleidingen en sanitair, tot elektrische installaties en ict/datanetwerken.
Kern Prestatie Indicatoren
Meetbare indicatoren die de mate van realisatie van assetmanagementdoelen zichtbaar maken volgens het iAMPro model. Ze bevatten een norm- of grenswaarden voor prestatiebeoordeling.
Keuringseisen
Vereisten waaraan objecten moeten voldoen na onderhoud om opnieuw in gebruik genomen te worden, vaak inclusief functionele en veiligheidscontroles.
KLIC
Een digitaal systeem waarin netbeheerders informatie over ondergrondse kabels en leidingen registreren. Het portaal wordt beheerd door het Kadaster en maakt het mogelijk om via een KLIC-melding gegevens op te vragen over de ligging van kabels en leidingen. Dit is verplicht bij graafwerkzaamheden om schade te voorkomen en de veiligheid te waarborgen.
Kosten
Verwachte of begrote financiële uitgaven voor gepland onderhoud, inclusief materiaalkosten, arbeidsloon en risicoreserveringen.
kostenkengetal
De gemiddelde kosten voor de vervanging van een constuctiedeel van een civiel kunstwerk.
Kostenramingen
Voorspellingen van de financiële middelen die nodig zijn voor demontage, afvoer, hergebruik of sanering van objecten.
Kwaliteitsborger
Definitie uit het Standaard Rollenmodel: Onder de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen (WKB) is een kwaliteitsborger een onafhankelijke partij die toeziet op de kwaliteit van bouwprojecten. De kwaliteitsborger controleert of de bouwtechnische aspecten van een project voldoen aan de gestelde regels en voorschriften, zoals brandveiligheid, fundering, en energiezuinigheid. Deze controle vindt plaats zowel voor als tijdens de bouw, en de kwaliteitsborger geeft uiteindelijk de finale goedkeuring voordat het project gereedmelding krijgt.
Levensduurkosten
Levensduurkosten zijn alle kosten die gedurende de gehele levenscyclus van een civiel kunstwerk worden gemaakt, vanaf ontwerp en aanleg tot en met beheer, onderhoud, vervanging en sloop. In de beoordeling van civiele kunstwerken vormen levensduurkosten een essentieel criterium om investeringen af te wegen tegen prestaties en risico’s. Door kosten integraal te benaderen (Total Cost of Ownership) kan een optimale balans worden gevonden tussen functionaliteit, duurzaamheid en financiële efficiëntie.
Leverancier
Definitie uit het Standaard Rollenmodel: Een leverancier in de context van de gebouwde omgeving is een bedrijf of persoon die bouwmaterialen, apparatuur, en andere benodigdheden levert aan bouwprojecten. Leveranciers spelen een cruciale rol in de bouwsector door ervoor te zorgen dat de benodigde materialen en producten op tijd en in goede staat beschikbaar zijn voor de uitvoering van bouwprojecten
Maatregelen
Geplande acties gericht op het instandhouden of ontwikkelen van de functionaliteit van infrastructuurobjecten, zoals civiele kunstwerken.

Materiaalgegevens
Informatie over fysische, chemische en mechanische eigenschappen van te gebruiken materialen in de ontwerp- en planningsfase.
Materiaalinformatie
Overzicht van de materialen die vrijkomen bij de sloop of demontage, inclusief bestemming, classificatie en verwerkingsmethoden.
Materiaalstaten
Overzicht van materialen die gebruikt zijn of nodig zijn voor onderhoud, inclusief vervangingsfrequentie en voorraadbeheer.
Materialenpaspoort
is een dataset waarin alle materialen en grondstoffen van een product worden vastgelegd. Naast de productcompositie kan het ook informatie bevatten over bijvoorbeeld de herkomst van materialen, milieueffecten, losmaakbaarheid en potentieel hergebruik. Een materialenpaspoort bevordert duurzaamheid en de circulaire economie door transparantie en door het faciliteren van hergebruik van materialen.
Maximale belastingsklassen
Informatie over de toegestane belasting op constructies, uitgedrukt in gewichtsklassen of verkeerscategorieën. Wordt gebruikt voor gebruiksbeperkingen en toetsing van functionele geschiktheid.
Meerjarenonderhoudsplan
Een Meerjarenonderhoudsplan is een strategisch document waarin het verwachte onderhoud aan een object (zoals een brug, kade, gebouw of rioolstelsel) voor een langere periode — meestal 10 tot 50 jaar — wordt gepland en begroot. Het plan bevat een overzicht van te verwachten onderhoudsactiviteiten per jaar, de bijbehorende kosten, de timing van vervangingen, inspecties en renovaties en de relatie met prestatie-eisen of servicelevels.
Meldingen van defecten en verstoringen
Informatie afkomstig van gebruikers of beheerders over afwijkingen in de werking of schade aan objecten, ter ondersteuning van onderhoudsplanning.
Milieueisen
Vereisten met betrekking tot milieu-impact, afvalverwerking en hergebruik bij de sloop of ontmanteling van objecten.
Minimale dataset
Een minimale dataset is de kleinst mogelijk verzameling gegevens (dataspecificatie) die nodig is om de gegevens van een bepaald proces of informatieproduct vast te leggen. Zie ook begrippen.crow.nl.
Monitoren en analyseren
De vijfde processtap binnen het iAMPro modeliAMPro model waarin de prestaties van het assetsysteem worden gemonitord en de resultaten geanalyseerd. Hierbij wordt bekeken in hoeverre de servicelevels uit de processtap ‘Beleid en Strategie’ zijn gehaald en wat de belangrijkste oorzaken zijn van eventuele afwijkingen. De onderhoudsactiviteiten worden gemonitord aan de hand van klachten en storingen; de conditie van de assets aan de hand van uitgevoerde inspecties.
Netwerkmodel
Een abstracte weergave van het verkeersnetwerk met relaties tussen knooppunten, routes en capaciteit. Wordt gebruikt voor analyse van doorstroming, routealternatieven en robuustheid van het netwerk.
NLCS
De NLCS is een 2D-tekenstandaard voor de openbare ruimte en infrastructuur. Deze open standaard bevat afspraken voor het omgaan met metadata, digitaal tekenen, het uiterlijk van de tekening en de coderingssystematiek en lagenstructuur van tekenwerk. Zie ook deze website.
Normen
Technische richtlijnen of standaarden die aangeven aan welke prestaties, condities of eigenschappen objecten moeten voldoen tijdens hun levensduur.
NPDW

NPDW brengt opdrachtgevers, opdrachtnemers en kennisinstellingen samen om kennis te bundelen en samen de beste aanpak te kiezen voor verduurzaming van wegen. Zie ook deze website

Onderhoudsbedrijf
Definitie uit het Standaard Rollenmodel: Een onderhoudsbedrijf in de context van de gebouwde omgeving is een onderneming die verantwoordelijk is voor het uitvoeren van onderhouds-en reparatiewerkzaamheden aan gebouwen, installaties en infrastructuur.
Onderhoudsfase
Definitie volgens de GEBORA Bouwwerklevenscyclus:De beheer-en onderhoudsfase in de levenscyclus van een bouwwerk speelt een cruciale rol bij het waarborgen van de functionaliteit, veiligheid en duurzaamheid van het gebouw of infrastructuur. Deze fase volgt op de ontwikkelfase en omvat alle activiteiten die nodig zijn om het bouwwerk in goede staat te houden gedurende zijn gebruiksperiode.
Onderhoudsinstructies
Gedetailleerde richtlijnen voor het uitvoeren van onderhoud, inclusief werkwijze, gereedschappen, veiligheidsmaatregelen en frequentie.
Ontmantelingsfase
Definitie volgens de GEBORA Bouwwerklevenscyclus: de ontmantelingsfase is de laatste fase in de levenscyclus van een bouwwerk en omvat het proces van het demonteren of slopen van het bouwwerk aan het einde van zijn gebruiksperiode. Deze fase is van groot belang om ervoor te zorgen dat de ontmanteling veilig en milieuvriendelijk gebeurt, met een focus op hergebruik en recycling van materialen.
Ontwerpregels
Vastgestelde richtlijnen of parameters waarmee technische ontwerpen moeten voldoen, zoals afmetingen, toleranties of functionele eisen.
Ontwikkelfase
Definitie volgens de GEBORA Bouwwerklevenscyclus: De ontwikkelfase in de levenscyclus van een bouwwerk is het beginpunt waar de concepten en plannen voor een nieuw project worden gegenereerd en uitgewerkt. Deze fase is cruciaal omdat het de basis legt voor het gehele project en de referentiearchitectuur van de gebouwde omgeving. Hier worden de doelen, specificaties en ontwerpvereisten vastgelegd, en worden de nodige vergunningen aangevraagd.
Opvolgingsscenario’s
Uitgewerkte toekomstscenario’s voor de invulling van het gebied of de functie van het ontmantelde object, inclusief afwegingen.
PIM

PIM is de gezamenlijke applicatie van wegenbouwers waarmee de inkoop van bouwstoffen, de mengselverhouding van het asfalt en de aanleg van wegen kan worden aangestuurd. Zie ook deze website

Plankaarten
Kaarten waarop de geplande ontmanteling of herontwikkeling van objecten of gebieden is ingetekend.
Plannen en Voorbereiden
De derde processtap binnen het iAMPro modeliAMPro model waarin nieuwbouwplannen, herstructureringen en instandhoudingsmaatregelen worden uitgewerkt tot ontwerpoplossingen en bestekken. Daarbij horen ook planningen. Verder komen in deze stap aan de orde het opstellen van specificaties, het uitwerken van ontwerpen, het voorbereiden van contracten en het maken van een keuze tussen zelf doen en uitbesteden. Het resultaat bestaat uit contracten en inrichtingsplannen (ontwerpen).
Prestatie-indicatoren
Onderliggende, concrete meetindicatoren die op functioneel of technisch niveau inzicht geven in de staat en werking van assets volgens het iAMPro model. Ze maken het mogelijk om KPI’s te vertalen naar dagelijkse uitvoering. Functionele indicatoren meten bijvoorbeeld gebruikservaring of beeldkwaliteit; technische indicatoren meten zaken als slijtage, scheurvorming of faalkans.
Prestaties
Waarden die het huidige functioneren van een object beschrijven, zoals beschikbaarheid, comfort of betrouwbaarheid, als input voor onderhoudsplanning.
Produkteigenschappen
Technische kenmerken van gebruikte producten of componenten, zoals afmetingen, duurzaamheid, prestatie of onderhoudsvereisten.
Prognoses
Verwachte ontwikkeling van kosten, prestaties, risico’s of gebruik op basis van historische gegevens, trends of scenario's. Wordt gebruikt bij strategische planning en financiële onderbouwing. Volgens het onderzoek naar de staat en benutting van civiele kunstwerken van TNO: Het doel van een (lange termijn) prognose van de vernieuwingsvraag [voor civiele kunstwerken, red] is doorgaans het in kaart brengen en onderbouwen van benodigde investeringen (budgetbehoefte).
Regelgeving
Wettelijke eisen en normen waaraan technische ontwerpen moeten voldoen, zoals bouwbesluiten, veiligheidsvoorschriften of milieuregels.
Registratie-eisen
Vastgelegde verplichtingen voor documentatie van de uitgevoerde demontage en verwijdering van materialen.
Registrerende instantie
Definitie uit het Standaard Rollenmodel: Een registrerende instantie in de context van de gebouwde omgeving is een organisatie die verantwoordelijk is voor het bijhoudenen beheren van officiële registraties van onroerend goed, eigendomsrechten, en andere relevante gegevens. Deze instanties zorgen ervoor dat informatieover eigendom, gebruik en beperkingen van vastgoed nauwkeurig en up-to-date is.
Restlevensduur
Verwachte periode waarin een object nog functioneel kan blijven voordat ontmanteling noodzakelijk wordt.
Revisiegegevens
Informatie die bij afronding van een project wordt overhandigd, zoals garanties, testresultaten, realisatietekeningen en goedkeuringen.
Risico's
Binnen de beoordeling van civiele kunstwerken zijn risico’s de kans dat een gebrek, schade of functieverlies zich voordoet in combinatie met de mogelijke gevolgen daarvan voor veiligheid, functionaliteit, beschikbaarheid, milieu of kosten. Risicoanalyse maakt het mogelijk om op gestructureerde wijze prioriteiten te stellen in inspectie, onderhoud en vervanging. Typische risicofactoren zijn materiaalveroudering, overbelasting, gebrekkig onderhoud en externe invloeden zoals verkeer of weersomstandigheden.
Risico’s
Inschatting van mogelijke ongewenste gebeurtenissen tijdens gebruik of onderhoud, inclusief de kans en impact ervan, gebruikt voor onderhoudsbeslissingen.
Risicogegevens
Technische data over mogelijke veiligheidsrisico’s bij ontmanteling, zoals instortingsgevaar, schadelijke stoffen of explosiegevaar.
Routes en alternatieve routes
Informatie over bestaande en beschikbare omleidingsroutes bij uitval of onderhoud van delen van het netwerk. Van belang voor bereikbaarheidsanalyse en planning van maatregelen.
Servicelevels
Gedefinieerde prestatieniveaus die aangeven welk minimum aan prestaties van assets wordt verwacht volgens het iAMPro model. Een combinatie van een kern prestatie indicator met een normwaarde leidt tot een gewenst service level. Dit bepaalt de uitvoeringsnorm voor prestaties op systeem- en objectniveau.
Sloopbedrijf
Definitie uit het Standaard Rollenmodel: Een sloop-en oogstbedrijf in de context van de gebouwde omgeving is een gespecialiseerde onderneming die niet alleen gebouwen en structuren veilig en efficiënt sloopt, maar ook waardevolle materialen en componenten uit het sloopproces terugwint (oogst). Deze materialen worden vervolgens gerecycled of hergebruikt in nieuwe bouwprojecten, wat bijdraagt aan duurzaamheid en afvalreductie.
Standaard Rollenmodel
Het standaard rollenmodel van GEBORA is een gestructureerde beschrijving van rollen, verantwoordelijkheden en bevoegdheden binnen de gebouwde omgeving. Standaard Rollenmodel
Statuswijzigingen
Formele registratie van de overgang van objecten naar een nieuwe status, zoals buiten gebruik, gesloopt of herbestemd.
Strategische Organisatiedoelen
De lange termijn doelstellingen van een organisatie die de richting en het succes van de gehele organisatie bepalen. Binnen het iAMPro model worden strategische organisatiedoelen geformuleerd, bij voorbeeld veiligheid en mobiliteit, om ervoor te zorgen dat de inrichting van de openbare ruimte en infrastructuur op deze doelen kan worden afgestemd.
T1 Functioneel gepland
T1 is volgens de GEBORA Bouwwerklevenscyclus de toestand waarin de entiteit (bijvoorbeeld een civiel kunstwerk) een functioneel plan heeft dat gereed is. Deze toestand begint met het initiatief tot plannen en eindigt met het beschikbaar zijn van een gevalideerd functioneel ontwerp of plan.
T2 Technisch gepland
T2 is volgens de GEBORA Bouwwerklevenscyclus de toestand waarin de technische uitwerking van het functioneel plan is afgerond en de functionele eisen zijn vertaald naar technische objecten en specificaties, gereed voor uitvoering tijdens ontwikkeling, onderhoud en ontmanteling.
T3 Technisch gerealiseerd
T3 is volgens de GEBORA Bouwwerklevenscyclus de toestand waarin de technische realisatie van de entiteit voltooid is. De werkzaamheden zijn fysiek uitgevoerd.
T4 Functioneel gerealiseerd
T4 is volgens de GEBORA Bouwwerklevenscyclus de toestand waarin de entiteit in gebruik is genomen.
Technische degradatie
Proces waarbij materialen of systemen in kwaliteit afnemen door slijtage, veroudering of belasting. Deze informatie bepaalt het technisch onderhoudsplan.
Technische levensduur
De levensduur waarna het object in theorie vervangen zou moeten worden omdat het technisch niet meer aan de eisen voldoet. Dit kan door gebruik te maken van kengetallen of door gebruik te maken van inschattingen van experts, al dan niet op basis van tussentijdse inspectie. In het laatste geval zal er doorgaans sprake zijn van een restlevensduur. De technische levensduur zal in de regel per type object en/of hoofdmateriaalsoort verschillen. Bron: TNO, prognose-vernieuwingsopgave-2023
Technische randvoorwaarden
Vooraf bepaalde technische vereisten, beperkingen of uitgangspunten die invloed hebben op het ontwerp, zoals milieueisen, ruimteclaims of aansluitingen.
Technische specificaties
Inhoudelijke beschrijving van hoe technische demontage moet plaatsvinden, inclusief procedures, toleranties en materialen.
Uitvoeringsplanning
Operationele planning van concrete werkzaamheden, inclusief fasering, uitvoeringsmomenten en benodigde capaciteit. Wordt gebruikt voor aansturing van uitvoering en afstemming met stakeholders.
Uitvoeringsspecificaties
Technische beschrijvingen die aangeven hoe werkzaamheden moeten worden uitgevoerd, met aandacht voor kwaliteit, volgorde en controle.
Use Case
Een **use case** binnen het **DOOR-programma** beschrijft een proces vanuit het perspectief van de betrokken partijen (actoren) en hoe zij informatie met elkaar uitwisselen. Het gaat hierbij niet om het ontwikkelen van software, maar om het waarborgen van een **interoperabele** en **eenduidige uitwisseling van informatie** tussen ketenpartners.

De use case beschrijft wie betrokken is bij de informatie-uitwisseling (actoren), wat het doel is en hoe de interactie verloopt in een reeks logische stappen. Actoren kunnen personen, organisaties of systemen zijn die gegevens aanleveren, verwerken of gebruiken. De focus ligt op het creëren van een gestroomlijnd proces waarin data betrouwbaar en reproduceerbaar wordt gedeeld, zodat alle partijen effectief kunnen samenwerken bij werkzaamheden in de openbare ruimte en infrastructuur.

User story
Een user story is een bekend concept in agile softwareontwikkeling en helpt bij het beschrijven van softwarefunctionaliteiten vanuit het oogpunt van de eindgebruiker.​ De user story wordt geformuleerd vanuit het oogpunt van een gebruiker, beschrijft wat deze wil bereiken en met welk doel. Deze structuur helpt het ontwikkelteam en andere belanghebbenden te begrijpen wat ​ er moet worden gebouwd en waarom, en biedt meetbare criteria voor succes.​
Vastgelegde normen
Documenten waarin de vereiste prestatie- of conditiespecificaties zijn vastgelegd waaraan een object na onderhoud moet voldoen.
Veiligheidsprotocollen
Procedures en richtlijnen om de veiligheid te waarborgen tijdens de uitvoering van de ontmanteling.
Veiligheidsregels
Voorschriften die gevolgd moeten worden tijdens onderhoud om risico’s voor personeel, omgeving en gebruikers te beperken.
Verkeersdata
Informatie over verkeersstromen, intensiteiten, wachttijden en snelheden. Wordt gebruikt om bereikbaarheid, mobiliteit en knelpunten in het netwerk te analyseren.
Vervangingswaarde
De kosten die gepaard gaan met het vervangen van een object. De vervangingswaarde wordt berekend op basis van de fysieke kenmerken van het object, bijvoorbeeld het aantal meters, vierkante meters of kubieke meters, en kostenkengetallen voor het object.
Werktekeningen
Gedetailleerde technische tekeningen die gebruikt worden voor de feitelijke uitvoering van een ontwerp, inclusief maatvoering en materiaaltoepassing.
Werkvoorbereiding
Documentatie en planningsinformatie die nodig is om onderhoudswerkzaamheden effectief en veilig uit te voeren, zoals tijdsplanning en taakverdeling.
Wettelijke kaders
Regelgeving en beleidskaders die van toepassing zijn op de ontmanteling van objecten, inclusief milieuwetten, eigendomsrecht en vergunningen.

A. Index

A.1 Termen gedefinieerd door deze specificatie

A.2 Termen gedefinieerd door referentie