Informatiemodel verkeerstekens: Framework

Use-case, inhoudelijke en technische uitgangspunten

CROW, in consultatie

Meer informatie over dit document
Laatste werkversie:
https://docs.crow.nl/verkeersborden/framework
Geschiedenis:
Wijzigingsgeschiedenis
Redacteurs:
Elisabeth De Vries (CROW)
Redmer Kronemeijer (CROW)
Feedback:
GitHub Stichting-CROW/verkeersborden (wijzigingsverzoeken, nieuw issue, openstaande issues)
Annotaties door Hypothes.is (privacybeleid).

Samenvatting

Dit document beschrijft de use-case, inhoudelijke en technische uitgangspunten voor een "Informatiemodel verkeerstekens" waarmee Verkeerskundige informatie kan worden gepubliceerd ten behoeve van SMART Mobility (o.a. navigatiesystemen) en wegbeheer. Wegbeheerders en verkeerskundigen kunnen met het informatiemodel Verkeerskundige informatie publiceren, voor tijdelijke en permanente situaties. Het gaat hierbij om verkeersmaatregelen en waarschuwingen en de bijbehorende verkeersborden en onderborden, categorie A t/m J uit de RVV 1990.

1. Conformiteit

Naast onderdelen die als niet normatief gemarkeerd zijn, zijn ook alle diagrammen, voorbeelden, en noten in dit document niet normatief. Verder is alles in dit document normatief.

De sleutelwoorden MOET en MOETEN in dit document zijn hebben een normatieve betekenis zoals beschreven in het Engels in BCP 14 [RFC2119] [RFC8174] indien in hoofdletters geschreven.

2. Inleiding

Dit onderdeel is niet normatief.

Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft CROW gevraagd om een Informatiemodel Verkeerstekens op te stellen. Dit document beschrijft de uitgangspunten, use-case en architectuurframework voor het informatiemodel. Om de inhoud van het informatiemodel te verkennen is daarnaast een beschrijving opgesteld van de informatie die nodig is om de wettelijke maximum snelheid op de weg te kunnen herleiden. Zie daarvoor dit document

2.1 Context

Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat constateert dat er in de sector meerdere bronnen en datastandaarden zijn voor verkeersborden, opgesteld vanuit verschillende contexten. Om uiteindelijk richting een goede sectorregistratie van verkeerskundige informatie toe te kunnen werken is een Informatiemodel Verkeerstekens essentieel. Het ministerie heeft CROW gevraagd om hiervoor dit framework op te stellen.

2.2 Probleemstelling

Vanuit weggebruikers die ondersteund worden door Smart Mobility systemen is behoefte aan accurate en actuele informatie, waarin voor het wegennet de wettelijke maximum snelheid en ge- en verboden (bijvoorbeeld parkeerverbod, inhaalverbod, stopverbod) per voertuigcategorie en met de daarbij geldende uitzonderingen/nadere aanduidingen op het onderbord (tijden, alleen bij glad wegdek, etc.) gevuld zijn voor ieder individueel wegvak of zelfs nog nauwkeuriger, per rijstrook en rijrichting.

Op dit moment wordt door verschillende (markt)partijen registraties gepubliceerd over verkeersborden. De digitale verkeerskundige informatie van de wegen in Nederland is incompleet, vaak niet actueel en niet accuraat, en zijn opgeslagen in meerdere bronnen die niet altijd vindbaar en combineerbaar zijn. Hierdoor moeten gebruikers van deze informatie allerlei dure en tijdrovende “work-arounds” en provisorische oplossingen vinden om hun échte werk goed te kunnen doen. De behoefte is om dit centraal te organiseren in een landelijke registratie, beheerd door het NDW, gebaseerd op de principes van federatief data delen waarbij wegbeheerders hun eigen broninformatie over verkeersborden kunnen beheren en het NDW zorgt voor kwaliteitstoetsing en landelijke ontsluiting van de gecombineerde informatie van de wegbeheerders.

Barrières voor data delen

Voor het delen van data in de mobiliteitssector bestaan op dit moment twee belangrijke barrières. Allereerst moeten organisaties steeds opnieuw bilaterale afspraken maken voordat ze kunnen starten met een data-integratie. Dat is tijdrovend en kost geld. Op projectniveau is dat niet altijd haalbaar waardoor het veelal niet komt tot data delen en schaalvoordelen blijven liggen.

Daarnaast zijn veel data-eigenaren terughoudend om data te delen. Er is gebrek aan vertrouwen dat ketenpartners zorgvuldig omgaan met hun data en men is bang voor aansprakelijkheden. Met het verstrekken van data denken ze de controle daarover kwijt te raken.

Tekortkoming bestaande Registraties

In Nederland wordt digitale informatie over wegen vastgelegd in verschillende (basis)registraties. Die registraties omvatten vooral de registratie van de fysieke infrastructuur (o.a. BGT) en het verkeerskundige wegennetwerk (NWB, WKD, WEGGEG). In de huidig beschikbare digitale informatie wordt nog niet de volledige verkeerskundige informatie ontsloten, wel sommige onderdelen waaronder maximum snelheid en de toegestane rijrichting. Daarnaast zijn de informatiemodellen van deze registraties niet onderling samenhangend en nog niet gebaseerd op de technieken waarmee federatief data delen mogelijk wordt.

2.3 Hoog over doel

Het Informatiemodel Verkeerstekens is primair bedoeld om de informatiebehoefte vanuit SMART Mobility vast te leggen, zodat een systeem zoals een rij-assistent of navigatie-assistent de weggebruiker op het juiste moment kan informeren over het juiste gebruik van de weg, of een autonoom rijdend voertuig deze informatie kan gebruiken.

De actuele digitale verkeerskundige informatie over de weg moet makkelijk te wijzigen zijn door de wegbeheerder, eenduidig te interpreteren zijn voor de systemen van de weggebruiker en het liefst openbaar beschikbaar komen. Het Informatiemodel Verkeerstekens moet daarbij helpen.

2.4 Doel document

Dit document beschrijft de context, raakvlakken, use case, inhoudelijke en technische uitgangspunten voor een nationaal Informatiemodel Verkeerstekens.

2.5 Leeswijzer

Dit document beschrijft de volgende zaken:

2. Doel en scope Beschrijft het doel en de inhoudelijke scope van de verkeerskundige informatie in het Informatiemodel Verkeerstekens

3. Use case De use case geeft een weergave van het verwachte gebruik van de digitale verkeerskundige informatie door een SMART Mobility systeem van een weggebruiker. Hieruit volgen eisen voor het Informatiemodel Verkeerstekens.

4. Stakeholderanalyse De stakeholderanalyse verkent welke partijen er 'gebruiker', 'leverancier' en 'afnemer' zijn van verkeerskundige informatie, gemodelleerd met het Informatiemodel Verkeerstekens. Dit gebeurt door een verkenning van de use cases in de fases van de levenscyclus: Ontwerp, Bouw, Beheer, Gebruik, Sloop. Door in de gehele keten te denken kan duidelijk worden welke aanvullende eisen er gelden voor het informatiemodel, om gebruik en beheer van de verkeerskundige informatie te faciliteren.

5-10. Raakvlakanalyse De raakvlakanalyse beschijft welke beheerorganisaties, partijen en samenwerkingsverbanden er zijn die te maken hebben met wetgeving, digitale stelsels, standaarden of informatiemodellen, databronnen en niet-commerciële applicaties met als inhoud:

  1. Regels voor informatiemodellen
  2. Het verkeerskundig wegennetwerk en de fysieke ligging van de wegen.
  3. De digitale representatie van verkeersborden in andere use cases in de fases van de levenscyclus: Ontwerp, Bouw, Beheer, Gebruik, Sloop.

11. Beheer In Beheer staat beschreven aan welke eisen het beheer van het informatiemodel moet voldoen.

12. Samenstelling In Samenstelling staat een overzicht van de onderdelen waaruit het informatiemodel bestaat, inclusief documentatie en implementatieondersteuning.

13. Vervolg In Vervolg staat hoe verder gewerkt kan worden aan de ontwikeling en het in beheer nemen van het informatiemodel.

3. Doel en scope

Dit onderdeel is niet normatief.

3.1 Doel informatiemodel

Korte termijn doel is:

In de toekomst wordt de horizon verbreed naar SMART mobility, met als doel dat auto en automobilist veilig en zuinig kunnen rijden, waarbij de auto haar snelheid en rijrichting automatisch aanpast aan de daar geldende, digitaal beschikbare, verkeersmaatregelen. Alle na 2022 gefabriceerde auto's voor de Europese markt moeten over techniek beschikken om dit te ondersteunen. EU persbericht Veilig Verkeer.

Het secundaire doel is:

In de toekomst moet het ook mogelijk zijn om voor het werkproces van het maken van verkeersmodellen en wegontwerpen de actuele verkeerskundige informatie te kunnen gebruiken als basis voor het ontwerp van een nieuwe verkeerskundige situatie.

3.2 Beoogde architectuur

3.2.1 Wegbeheerder als bronhouder

De stip op de horizon is het federatief data delen, waarbij de wegbeheerders de bronhouder zijn van verkeerskundige informatie, en het NDW een toegangspoort vormt tot die data. Onderstaande afbeelding geeft dat principe weer. Het informatiemodel wordt gepubliceerd door CROW; de wegbeheerder is de bronhouder voor verkeerskundige informatie op basis van het informatiemodel en deelt deze federatief met het NDW, daarnaast deelt de wegbeheerder federatief data over verkeersbesluiten bij het KOOP (hiervoor is een ander informatiemodel nodig); de SMART Mobility systemen kunnen via het NDW de informatie van alle wegbeheerders vinden.

Figuur 1 De beoogde architectuur

3.2.2 Informatieketen

Het Informatiemodel Verkeerstekens kan door wegbeheerders gebruikt worden bij het registreren en publiceren van de actuele verkeerskundige situatie op de weg. Een wegbeheerder stelt in drie contexten digitale verkeerskundige informatie op:

  1. Het inmeten en vastleggen van de huidige verkeerskundige situatie om de digitale informatie betrouwbaar, compleet en actueel te maken en te controleren of de geregistreerde borden buiten nog aanwezig en zichtbaar zijn.
  2. Het publiceren van tijdelijke verkeerssituaties tijdens werkzaamheden.
  3. Het publiceren van de nieuwe verkeerskundige situatie bij wijzigingen aan de wegen en/of de verkeersborden.

De wegbeheerder moet daarvoor informatie kunnen delen met opdrachtnemers zoals ingenieursbureaus die de nieuwe verkeerskundige situatie ontwerpen en met aannemers die het werk uitvoeren en revisiegegevens opleveren over de nieuwe situatie. De beoogde informatieketen wordt weergegeven in onderstaande afbeelding. Het informatiemodel wordt gepubliceerd door CROW. Deze is gerelateerd aan de verkeersborden in NLCS. Een opdrachtnemer kan de gewenste nieuwe situatie ontwerpen in een ontwerpapplicatie en na uitvoering gegevens leveren aan de wegbeheerder, die zijn brondata kan beheren.

Figuur 2 De informatieketen bij wijzigingen in de verkeerskundige situatie.

3.2.3 Relatie met beheer- en inkoopgegevens

De wegbeheerder houdt administratieve gegevens bij over de verkeersborden in zijn areaal met als doel het kunnen bijhouden en uitvoeren van beheermaatregelen zoals reiniging. Daarnaast moet het bord kunnen worden vervangen als het kwijt is. En moet een burger of inspecteur het bord kunnen "aanwijzen" op een kaart, als het kwijt is.

De "linking pin" met de landelijke registratie is daarbij de fysieke plaat die buiten aangetroffen wordt. Onderstaande afbeelding laat dit zien.

Figuur 3 De relatie tussen de landelijke registratie, de beheerinformatie van de wegbeheerder, een melding dat een bord kwijt is en de inkoop van een verkeersbord voor vervanging.

3.3 Use case

De scope van het Informatiemodel Verkeerstekens is de use case "Gebruiken van digitale verkeerskundige informatie over de ter plaatse geldende verkeersmaatregelen, waarschuwingen en de locatie van bijbehorende verkeersborden in een systeem voor [SMART Mobility] dat een weggebruiker ondersteunt tijdens deelname aan het verkeer."

De gebruikers die in deze use case centraal staan zijn de weggebruikers, die tijdens het rijdens willen weten welke verkeersmaatregelen en waarschuwingen gelden voor de weg waar ze op rijden. De weggebruikers willen visueel ondersteund worden met de afbeeldingen van bijbehorende verkeersborden om deze informatie tijdens het rijden zo eenvoudig mogelijk te kunnen opnemen.

3.4 Inhoudelijke Scope

3.4.1 Levensfase assets

  • Het informatiemodel MOET het gebruik van de weg ondersteunen met digitale verkeerskundige informatie.

  • Het informatiemodel MOET rekening houden met aansluiting op asset informatie van de wegbeheerder en daarmee het opstellen en beheren van de digitale verkeerskundige informatie door de wegbeheerder ondersteunen.

Dit leidt ertoe dat de scope is beperkt tot de twee onderste lagen in onderstaande afbeelding: de fysieke laag voor de locatie van de verkeersborden en de netwerklaag, waarin het wegennetwerk en de daarbij geldende verkeersmaatregelen en waarschuwingen.

Figuur 4 De lagen waarop verkeerskundige informatie kan worden vastgelgd: onderin de fysieke laag, met verhardingen en verkeersborden; de tweede laag is het netwerk en de geldende verkeersmaatregelen; de derde laag is die van tijdelijke situaties bij verbouwingen aan de weg; de vierde laag is die van actueel gebruik van het netwerk, verkeersgegevens, files en dergelijke; de vijfde laag is de besturing van de mobiliteit.

Buiten scope zijn:

  • Informatie die nodig is tijdens het ontwerp, zoals het alignement of de ontwerpsnelheid, is buiten scope.
  • Informatie die nodig is tijdens het bouwen, zoals inkoopeisen en garantiebepalingen van verkeersborden, is buiten scope.
  • Informatie die nodig is tijdens het beheer, zoals de onderhoudstoestand van verkeersborden, is buiten scope.
  • Informatie die nodig is tijdens de sloop, zoals materialenpaspoorten van verkeersborden, is buiten scope.

3.4.2 Wegsoorten

Het Informatiemodel Verkeerstekens heeft als scope: verkeerskundige informatie bij het verkeerskundige wegennetwerk zoals dat gepubliceerd wordt bij het NWB bestaande uit nationale, regionale en lokale wegen, inclusief fiets- en voetpaden, binnen en buiten de bebouwde kom. Ook tramlijnen zijn binnen scope indien deze gecombineerd zijn met ander verkeer. Indien gewenst, kan hetzelfde model worden gebruikt voor het publiceren van de verkeersmaatregelen op de wegen en parkeervakken op particuliere terreinen zoals parkeerplaatsen van ziekenhuizen, bungalow parken enzovoorts. Daar maakt het model geen onderscheid in.

Buiten scope zijn vaarwegen, spoorwegen, metrolijnen. Het informatiemodel van het verkeerskundige wegennetwerk is buiten scope, dit hoort bij de geo-registratie van het netwerk waar het Informatiemodel Verkeerstekens de verkeersmaatregelen en dergelijke beschrijft ten opzichte van het netwerk.

3.4.3 Verkeersmaatregelen

Verkeersmaatregelen en waarschuwingen die volgen uit de RVV 1990 zijn binnen scope, met de bijbehorende verkeersborden. Ge- en verboden die volgen uit de weginrichting, bijvoorbeeld niet mogen inhalen bij een doorgetrokken streep, zijn binnen scope. Daarnaast zijn de verkeersmaatregelen, waarschuwingen en verkeersborden binnen scope die op de nominatie staan om bij een volgende wetswijziging te worden opgenomen.

  • Het informatiemodel MOET de types en definities van de verkeersmaatregelen, waarschuwingen bevatten die in de RVV 1990 staan.
  • Het informatiemodel MOET de types en definities van de verkeersmaatregelen, waarschuwingen bevatten die genomineerd zijn om in de wet te worden opgenomen.
  • Het informatiemodel MOET duidelijk aangeven welke verkeersmaatregelen of waarschuwingen al opgenomen zijn in wetgeving, en welke nog niet.
  • Het informatiemodel MOET mogelijk maken om niet-wettelijke borden, die wel buiten aanwezig zijn of die slechts genomineerd zijn om opgenomen te worden, te registreren.

Buiten scope zijn verkeersregels en voorwaarden voor verkeersregels die beschreven zijn in de RVV 1990. Indien deze voorwaarden niet worden aangeduid met een verkeersbord, zijn deze buiten scope. Om duidelijk te maken wat we hier bedoelen werken we hieronder het voorbeeld van "zicht" uit.

3.4.4 Statische verkeersborden

  • Binnen scope zijn alle statische verkeersborden uit RVV 1990 en (informatie in) onderborden; aangevuld met een lijst verkeersborden die op de nominatie staan om bij een volgende wetswijziging te worden opgenomen.

  • Het informatiemodel MOET de types en definities van de statische verkeersborden bevatten die in de RVV 1990 staan.

  • Het informatiemodel MOET de types en definities van de statische verkeersborden bevatten die genomineerd zijn om in de wet te worden opgenomen.

  • Het informatiemodel MOET duidelijk aangeven welke statische verkeersborden al opgenomen zijn in wetgeving, en welke nog niet.

  • Het informatiemodel MOET de meest voorkomende onderborden uit de praktijk opnemen en de mogelijkheid om eigen gemaakte teksten op onderborden te publiceren.

Buiten scope zijn de dynamische verkeersborden.

3.4.5 Overige fysieke assets: buiten scope

  • Buiten scope zijn de wegmarkeringen, deze ondersteunen het rijden en geven een visuele herhaling van de informatie die via de verkeersborden (en straks via digitale verkeerskundige informatie) al bekend zijn gemaakt.

  • Buiten scope is de bewegwijzering.

  • Buiten scope is de bebakening, de voorwerpen die ter geleiding, waarschuwing, regeling en beveiliging van het verkeer dienen.

  • Buiten scope zijn verkeerslichten

3.5 Processen: buiten scope

3.5.1 Procedure verkeersbesluit: buiten scope

Buiten scope zijn:

3.5.2 Informatieleveringsspecificatie: buiten scope

Als steeds de actuele verkeerskundige informatie gepubliceerd wordt, moeten wijzigingen door de wegbeheerder aan het publicatieplatform worden aangeboden. De wegbeheerder heeft voor het aanleveren van een wijziging in de verkeerskundige informatie een "Informatieleveringsspecificatie" nodig en moet kunnen aantonen dat de aangeboden data hieraan voldoet.

buiten scope zijn:

  • De informatieleveringsspecificatie voor een te leveren dataset met wijzigingen.
  • Een validatierapport of de kwaliteitstoets bij de dataset.
Noot: Informatieleveringsspecificatie

3.5.3 Transacties met landelijke registratie: buiten scope

Als de actuele verkeerskundige informatie gepubliceerd wordt bij een landelijke registratie, moet het systeem van de wegbeheerder (of het systeem dat verkeersbesluiten officiëel publiceert) een wijzigingstransactie kunnen aangaan met de landelijke registratie.

De metadata over de transactie bij registratie en validatie van wijzigingen in de verkeerskundige informatie zijn buiten scope, het informatiemodel beschrijft dus niet transactie-informatie zoals organisaties, rollen, personen en communicatieflows met berichten.

4. Use case

Noot: Definitie use case

4.1 Inleiding

Bij het primaire doel van het Informatiemodel Verkeerstekens hoort de use case "Gebruiken van digitale verkeerskundige informatie over de ter plaatse geldende maat en de bijbehorende verkeersborden in een systeem voor SMART Mobility dat een weggebruiker ondersteunt tijdens deelname aan het verkeer."

De daadwerkelijke werking en inrichting van een systeem voor SMART Mobility dat verkeerskundige informatie gebruikt conform het informatiemodel (bijvoorbeeld een applicatie of database) valt buiten de scope van dit document. Daarom is de bijbehorende use case nog zeer generiek en weinig gedetailleerd. Eventuele systemen die een specifiekere interactie ondersteunen zullen zelf meer gedetailleerde use cases hebben die de interactie van de gebruiker met dit specifieke systeem beschrijft.

4.2 SMART Mobility

Verkeersborden zijn bedoeld om de menselijke weggebruikers te informeren over het gebruik van de weg en de bijbehorende maat. Weggebruikers kunnen daarbij ondersteund worden door digitale systemen die hen helpen de weg te vinden, of assisteren bij het besturen van het voertuig:

  1. In navigatiesystemen wordt informatie gegeven over de maximum snelheid en de beschikbare routes en verwachte rijtijden. Deze systemen zouden meer verkeerskundige informatie kunnen bieden als deze beschikbaar is.
  2. Voertuigen worden steeds slimmer met geavanceerde rijtaakondersteunende systemen (Advanced Driver Assistance Systems ofwel ADAS). Deze systemen zouden meer verkeerskundige informatie kunnen bieden of gebruiken als deze beschikbaar is.
  3. Er worden in Nederland en in het buitenland verschillende experimenten gedaan met volledig zelfrijdende voertuigen. Deze systemen zouden meer verkeerskundige informatie kunnen gebruiken als deze beschikbaar is.
  4. Het verkeer kan steeds beter worden aangestuurd via centrales (intelligente Verkeersregelinstallaties ofwel iVRI's), een ontwikkeling die 'Connected Intelligent Transport Systems', ofwel C-ITS wordt genoemd. Denk daarbij aan het geleiden van hulpvoertuigen, waarbij via centrale aansturing van de verkeerslichten wordt gezorgd voor een veilige route waarin alle verkeerslichten 'mee zitten'. Deze systemen zouden meer verkeerskundige informatie kunnen bieden of gebruiken als deze beschikbaar is.

4.3 Informatiebehoefte

4.3.1 Locatie in wegennetwerk

4.3.1.1 NWB-Wegvak

De gebruiker wil van de actuele locatie waar hij rijdt of straks gaat rijden weten, welke maat er gelden. Dit betekent, dat het systeem het NWB-wegvak moet kunnen herkennen waarop het rijdt, op basis van de locatie. Als de regel slechts geldt voor één rijstrook, zal dit ook duidelijk moeten zijn voor het systeem.

Noot: Geometrische nauwkeurigheid [=verkeerskundig wegennetwerk=]
4.3.1.1.1 Rijrichting

Omdat een verkeersmaatregel of waarschuwing zowel voor één als voor beide richtingen kan gelden, zal het systeem moet kunnen vinden voor welke richting de regel van toepassing is.

  • Het informatiemodel MOET als default situatie hebben dat een verkeersmaatregel of waarschuwing van toepassing is op het gehele NWB-wegvak, in beide richtingen.
  • Het informatiemodel MOET de mogelijkheid bieden om aan te duiden vanaf welke [NWB-junctie] een verkeersmaatregel of waarschuwing geldt, indien deze alleen in één richting geldt.
Noot: Richting van het geometrische NWB-wegvak versus rijrichting
4.3.1.1.2 Rijstrook
  • Het informatiemodel MOET de mogelijkheid bieden om de verkeersmaatregelen en waarschuwingen te laten gelden voor één van de rijstroken, die oplopend vanaf één worden genummerd vanuit het midden van de weg. Ook als het NWB-Wegvak nog niet is gesplitst in rijstroken.

Als in de toekomst een NWB-Wegvak maar één rijstrook weergeeft, hoeft de nummering niet meer te worden aangeduid.

Noot: Levels of Detail
4.3.1.2 Werkingslengte

Omdat een verkeersmaatregel of waarschuwing zowel voor het gehele als voor een gedeelte van het NWB-wegvak kan gelden, zal het systeem moeten kunnen vinden voor welk gedeelte van het NWB-wegvak de regel van toepassing is.

Beginpunt

  • Het informatiemodel MOET de mogelijkheid bieden om een verkeersmaatregel of waarschuwing te laten gelden vanaf een beginpunt in het [NWB-wegvak].

Eindpunt

4.3.2 Verkeersmaatregel

De gebruiker wil van de actuele locatie waar hij rijdt of straks gaat rijden weten, welke verkeersmaatregelen en waarschuwingen er gelden. Dit betekent, dat het systeem deze regels bij het NWB-wegvak moet kunnen vinden.

4.3.3 Fysiek verkeersbord

De gebruiker wil van de actuele locatie waar hij nu of binnen enkele minuten rijdt zien welk fysiek verkeersbord er staat. Daarbij wordt dit op twee manieren aangeboden, zodat zowel gewerkt kan worden met een relatieve plaatsbepaling in het wegennetwerk, als met een kaart of driedimensionale weergave van de omgeving.

  1. De netwerklocatie
  • Het informatiemodel MOET de mogelijkheid bieden om aan te duiden waar het fysieke verkeersbord staat ten opzichte van het wegennetwerk, de netwerklocatie:
    • Het informatiemodel MOET de mogelijkheid bieden om aan te duiden voor welk wegvak het fysieke verkeersbord bedoeld is.
    • Het informatiemodel MOET de mogelijkheid bieden om aan te duiden voor welke rijrichting het fysieke verkeersbord bedoeld is (heen of terug)
    • Het informatiemodel MOET de mogelijkheid bieden om aan te duiden waar het fysieke verkeersbord staat: boven de weg, of links of rechts naast de weg.

Zie voor de uitwerking de Gids voor Databeheer: netwerklocatie fysieke plaat

  1. De fysieke locatie op een kaart of in een 3D model
  • Het informatiemodel MOET de mogelijkheid bieden om aan te duiden waar het fysieke verkeersbord staat op een kaart of in een 3D model, daarvoor is een geolocatie en een geo-orientatiehoek nodig.

Zie voor de uitwerking de Gids voor databeheer: geolocatie fysieke plaat

Noot: Locatieaanduiding verkeersbord

4.3.4 Onderbord

De gebruiker wil bij de verkeersmaatregel of waarschuwing weten, of deze met een onderbord of met een ondertekst op hetzelfde bord nader gespecificeerd is. Daarbij geldt:

  • Het informatiemodel MOET de mogelijkheid bieden om de informatie op een onderbord weer te geven.

4.3.5 Visualisatie verkeersbord

De weggebruikers willen door hun systeem visueel ondersteund worden met de afbeeldingen van bijbehorende verkeersborden om deze informatie tijdens het rijden zo eenvoudig mogelijk te kunnen opnemen. Dit betekent dat het systeem zal moeten weten, welk bord getoond moet worden om duidelijk te maken welke verkeersmaatregel of waarschuwing geldt.

Daarbij geldt als "complicatie" dat niet elke verkeersmaatregel gepaard gaat met een fysiek bord, of niet met een specifiek bord. Bijvoorbeeld in het geval van de maximumsnelheid, wordt dit fysiek soms aangeduid door een bord over het wegtype, zoals een G3 ("autoweg"), terwijl de visuele ondersteuning beter van het type "A1" kan zijn (snelheidsbord).

  • Het informatiemodel moet onderscheid maken tussen de fysiek aanwezige verkeersborden en onderborden en het type verkeersbord dat in een SMART Mobility systeem getoond kan worden ten behoeve van de visuele ondersteuning van de weggebruiker.
  • Het informatiemodel MOET voor elk type verkeersmaatregel of waarschuwing weergeven, welk type bord moet worden getoond ten behoeve van de visuele ondersteuning van de weggebruiker.
4.3.5.1 Afbeeldingen verkeersborden

De afbeeldingen van de verkeersborden en - onderborden zijn referentievectorbestanden van verkeersborden en -tekens niet zijnde wegwijzers en straatnaamborden met als doel:

  • Visualisatie in SMART Mobility systemen
  • Een nationale standaard visualisatie voor toepassing van de productie van verkeersborden.

Dit is een ander doel dan de publicatie van de Nationale Bewegwijzeringsdienst met concrete verkeersborden aan een concrete weg. Het formaat is SVG, dat zijn schaalbare vectorafbeeldingen die op het web en in print altijd scherp blijven.

  • Het informatiemodel MOET een schaalbare afbeelding (SVG) van de fysieke verschijningsvorm van verkeersborden en onderborden bevatten grote gelijkenis met de afbeeldingen in de RVV-1990.
  • Het informatiemodel MOET gebruik maken van een lettertype uit het publiek domein met grote gelijkenis met de lettertypes in de RVV-1990.
  • Het informatiemodel moet een schaalbare afbeelding bevatten met kleuren met grote gelijkenis met de kleuren op de afbeeldingen in de RVV-1990.
  • Het informatiemodel moet een schaalbare afbeelding bevatten met contrasterende kleuren of grijstinten voor gebruik voor kleurenblinde weggebruikers.

4.4 visualisatie informatiemodel

In onderstaande figuur wordt de logica van het vastleggen van verkeersmaatregelen volgens het informatiemodel gevisualiseerd.

De informatie die nodig is om een verkeersmaatregel, met als voorbeeld wettelijke maximumsnelheid, vast te leggen.

5. Stakeholderanalyse

5.1 Inleiding

De stakeholderanalyse verkent welke partijen er belanghebbende, 'leverancier' en 'afnemer' zouden kunnen worden van de informatie, gemodelleerd met het Informatiemodel Verkeerstekens. Dit naast de primaire belanghebbende uit de use case, de weggebruiker met een SMART Mobility systeem.

Dit gebeurt door een verkenning van de use cases in de fases van de levenscyclus: Ontwerp, Bouw, Beheer, Gebruik, Sloop.

5.2 Ontwerpfase

De informatie die wordt gepubliceerd over wijzigingen in de verkeerskundige situatie op basis van het Informatiemodel Verkeerstekens, wordt gemaakt tijdens de ontwerpfase.

Figuur 7 Ontwerpfase

5.2.1 Aanvraag maatregel

Stakeholders: Wegbeheerders, omwonenden, bedrijven

Het ontwerpproces start met de aanvraag van een wijziging, bijvoorbeeld omdat er een (nieuw)bouwproject wordt uitgevoerd en de inrichting van de wegen wijzigen, of omdat een omwonende of bedrijf een melding doet van een onveilige situatie of onwenselijke parkeersituatie die vraagt om andere verkeersmaatregelen. Hoe dan ook, hierdoor ontstaat een aanvraag voor het wijzigen van de verkeerskundige situatie. Dit leidt tot een inhoudelijke behandeling van de aanvraag door een verkeerskundige en waar nodig tot uitwerking in een ontwerp van de nieuwe situatie.

5.2.2 Verkeersmodel

Stakeholders: Wegbeheerders, verkeerskundigen

Verkeersmodellen worden gebruikt om de toekomstige doorstroming van het verkeer te kunnen voorspellen en zo een optimale inrichting van het verkeerskundige wegennetwerk te ontwerpen. Het ontwerpen van varianten waarmee verkeersstromen in de toekomst kunnen worden afgewikkeld. Hieruit volgen in elk geval een deel van de benodigde verkeersborden. Een deel van de ontwerp-verkeersborden met specifieke invulling ("snelheidsbeperking; 60 km/h") is hiermee bekend of zou dit kunnen zijn. Dit proces gebeurt vaak tegelijkertijd (iteratief en parallel aan) het ontwerpen van de weg(inrichting) waardoor onderzocht wordt of het gewenste verkeerskundige wegennetwerk ook ruimtelijk inpasbaar is.

5.2.2.1 Beïnvloedingsgebied

Voor de weggebruikers in de primaire use case voor het Informatiemodel Verkeerstekens is reeds beschreven dat zij de locatie van een een verkeersmaatregelen of waarschuwingen willen weten. Deze wordt voor hen gerelateerd aan (een gedeelte van) het NWB-wegvak. De wegbeheerder denkt eerst in termen van een Beïnvloedingsgebied, daarna aan een verkeersmaatregel of waarschuwing die van toepassing is; dan aan de te plaatsen verkeersborden. Pas bij het opstellen van digitale verkeerskundige informatie zal de beheerder ook de koppeling maken naar een specifiek NWB-wegvak of naar de werkingslengte binnen het [NWB-wegvak=]

Figuur 8 De denkstappen van een wegbeheerder van het verkeersmodel naar verkeerskundige informatie.

Een beïnvloedingsgebied kan voortkomen uit een specifieke situatie op een weg, bijvoorbeeld een verkeersdrempel. Ook kan een gedeelte van een wegvak een beperking in de snelheid kennen, bijvoorbeeld een snelheidsbeperking bij nadering van een kruising. Dit leidt tot het opnemen van een werkingslengte, zoals al is beschreven bij de use case.

Een beïnvloedingsgebied kan ook gaan over een deel van de weg, bijvoorbeeld een busstrook: in dit geval leidt het tot het toevoegen van een rijstrookaanduiding, zoals al is beschreven bij de use case.

Om het opstellen en beheren van verkeerskundige informatie te ondersteunen worden zone en route opgenomen in het informatiemodel. Een verkeersmaatregelen of waarschuwingen kan dan een relatie met de zone of route krijgen. Omdat de verkeersborden en de wegvakken al gerelateerd zijn aan een verkeersmaatregel of waarschuwing is het niet nodig om deze ook te koppelen aan een zone of route. Door te zoeken op welke NWB-wegvakken of verkeersborden de verkeersmaatregel van toepassing is, kun je de bijbehorende wegvakken of verkeersborden bij de zone of route vinden. De zone of route kan daarnaast worden verbonden met een geometrische representatie (een vlak of polygoon). Het systeem van de weggebruiker heeft het vlak niet nodig om de verkeersmaatregel te kunnen afleiden

  • Het informatiemodel MOET de mogelijkheid bieden, maar niet verplichten, om een verkeersmaatregel of waarschuwing van toepassing te laten zijn op een zone of een route.
  • Het informatiemodel MOET de mogelijkheid bieden, maar niet verplichten, om met een link te verwijzen van een zone of een route naar een een geometrische representatie (vlak of polygoon).
Noot: Automatisering van zone naar [=verkeerskundig wegennetwerk=]
5.2.2.2 Selecteren verkeersbord

Om het opstellen van verkeerskundige informatie te ondersteunen is het handig als het systeem waarin de verkeerskundige werkt, een voorselectie kan maken van het type verkeersbord en vervolgens het type onderbord dat mogelijk geplaatst moet worden als eenmaal is vastgesteld wat de verkeersmaatregel of waarschuwing is.

  • Het informatiemodel MOET de relaties bevatten tussen de types verkeersborden en de bijbehorende types verkeersmaatregelen en waarschuwingen die kunnen voorkomen.
  • Het informatiemodel MOET bij een type verkeersmaatregel of waarschuwing aanduiden, welke verkeersborden hier bij toegepast kunnen worden.
  • Het informatiemodel MOET de relaties bevatten tussen de types verkeersborden en de bijbehorende types onderborden.

Daarnaast is het voor een wegbeheerder handig om bij het wijzigen van een verkeersmaatregelen en waarschuwingen te kunnen controleren welke verkeersborden daar op dit moment bij horen:

5.2.3 Wegontwerp

Stakeholders: Wegontwerpers

Wegontwerpers maken gebruik van het Handboek Wegontwerp/de ASVV/Wegontwerp RWS voor ontwerprichtlijnen.

Op basis van een verkeersmodel wordt de ruimtelijke inpassing van de wegen en de verkeersborden gemodelleerd. Op basis van de inpassing kunnen extra verkeersborden en markeringen nodig zijn, bijvoorbeeld daar waar zich extra gevaren voordoen zoals bij kruispunten of zijwegen.

Een wegontwerp wordt vaak gevisualiseerd in een CAD-tekening, met op tekening het wegalignement, de markering van rijstroken of kanten van stoepbanden, en de verkeersborden. Hierbij wordt de BIM standaard NLCS gebruikt. Ook kan het wegontwerp onderdeel zijn van een BIM model.

5.2.3.1 Wegalignement

Een wegontwerp beschrijft de fysieke ligging van de weg in termen van een wegalignement,

Het verschil tusen een wegalignement en een verkeerskundig wegennetwerk:

  1. Een wegalignement bestaat vaak uit één lijn voor de gehele weg of per rijbaan, een verkeerskundig wegennetwerk kán meer details hebben, bijvoorbeeld een lijn op elke rijstrook;
  2. Een verkeerskundig wegennetwerk bestaat uit een benadering van de hartlijn van de weg/rijbaan/rijstrook in de vorm van lijn opgebouwd uit punten, het wegalignement vormt een wiskundige beschrijving met tussen een begin- en eindpunt met lijnen, overgangsbogen en bogen met daarbij extra informatie over ontwerpsnelheid en verkanting op elk punt.
  3. Een verkeerskundig wegennetwerk bevat juncties, het wegalignement bevat alleen de lijnen

Om het geregistreerde verkeerskundige wegennetwerk te kunnen gebruiken als input voor een nieuw wegontwerp is het bijhouden van de alignementskenmerken van de weg aan te raden. Als het verkeerskundige wegennetwerk een hoger detailniveau krijgt om per rijstrook verkeerskundige informatie te kunnen vastleggen, is een standaard nodig waarmee het wegalignement wordt vastgelegd, omdat het wegalignement wordt ontworpen per gehele weg of per rijbaan, niet per rijstrook. Het alignement valt buiten de scope van het voorliggende informatiemodel.

5.2.3.2 Netwerkregistratie

Als het verkeerskundige wegennetwerk wijzigt, moet de wegbeheerder zorgen dat de nieuwe situatie wordt geregistreerd en gepubliceerd in het NWB. Omdat het verkeerskundige wegennetwerk buiten de scope van het Informatiemodel Verkeerstekens valt, komen hier geen eisen uit voort. Er wordt in het Informatiemodel Verkeerstekens uitgegaan van een sluitend verkeerskundig wegennetwerk op een specifiek tijdstip, waarmee de wegbeheerder vervolgens verkeerskundige informatie kan opstellen die verwijst naar de NWB-wegvakken en [NWB-juncties=] in het verkeerskundige wegennetwerk.

Om met een wegontwerp aan te sluiten op een landelijke netwerkregistratie van wegen zouden afspraken gemaakt moeten worden om ook het ontworpen verkeerskundig wegennetwerk in termen van juncties en wegvakken op te nemen in ontwerptekeningen of BIM modellen, naast de verkeersborden. Zo kan makkelijker de vertaling worden gemaakt tussen wegontwerp en netwerkregistratie. Deze afspraak zou goed passen bij de BIM standaard NLCS.

Noot: Automatisering van CAD ontwerp naar [=verkeerskundige wegennetwerk=]
5.2.3.3 Weginrichting

In het wegontwerp worden zaken uitgewerkt die niet altijd leiden tot verkeersborden, maar die wel het rijgedrag beïnvloeden. Het informatiemodel is niet gemaakt om dergelijke inrichtings- en ontwerpinformatie vast te leggen.

  • In een BIM model kunnen bijvoorbeeld zichtlijnen zijn onderzocht. Bij een beperkt zicht mag niet worden ingehaald. Dit resulteert niet altijd in een verkeersbord, soms wel in een wegmarkering zoals een doorgetrokken streep op het midden van de rijbaan. De menselijke weggebruiker kan dit op zicht inschatten, een systeem wellicht niet. De wegmarkering is buiten scope van het informatiemodel.
  • De weginrichting kan zo gekozen worden, met bijvoorbeeld visuele vernauwing van de rijbaan door struiken dicht op de weg, dat deze vraagt om een lagere snelheid ook al wordt dat niet verplicht gesteld. Dit soort inrichtingskeuzen is buiten scope van het informatiemodel.

5.2.4 Omgevingsmanagement

Stakeholders: Wegbeheerder, omwonenden, bedrijven

Van overheden wordt verwacht dat zij actief aan de slag gaan met burgerparticipatie en ander omgevingsmanagement tijdens het ontwerpproces. Dit moet er toe leiden dat een verkeersbesluit dat ter visie wordt gelegd al bekend is bij de stakeholders. Toch kan het voorkomen dat dit leidt tot bezwaarprocedures. De ontwerpen die tijdens het ter inzageproces worden gedeeld met omwonenden zijn buiten scope van het informatiemodel, dit is onderdeel van de juridische informatie.

5.2.5 Juridische procedure

Stakeholders: Wegbeheerder, omwonenden, bedrijven

De wegbeheerder volgt een juridische procedure vanaf de aanvraag van een maatregel tot het nemen van een verkeersbesluit. De informatie over deze procedure valt buiten de scope van het informatiemodel.

5.2.6 Registratie verkeersbesluit

Stakeholders: Wegbeheerders

Wegbeheerders zijn per 01072021 wettelijk verplicht om verkeersbesluiten digitaal te publiceren.

Daarbij publiceert de wegbeheerder zowel de tekst van het besluit, eventuele externe bijlagen met daarin de geschetste veranderingen van de verkeerssituatie als ook de metadata over dat besluit. In de huidige situatie is echter het formaat van verkeersbesluiten niet geschikt om deze op een eenvoudige wijze te verwerken tot digitale verkeerskundige informatie.

Verkeersbesluiten zijn de bron voor (een deel van) de wijzigingen in de digitale verkeerskundige informatie. Een deel van de wijzigingen is niet verkeersbesluitplichtig, waaronder tijdelijke wijzigingen van minder dan 4 maanden en een deel van de verkeersborden.

De officiële publicatie van het verkeersbesluit geeft een verkeersbord de wettelijke status waarmee gehandhaaft kan worden op overtreding van de verkeersmaatregel.

De juridische informatie in het verkeersbesluit valt buiten de scope van het informatiemodel.

In eerste instantie wordt in het informatiemodel nog geen relatie gelegd naar een verkeersbesluit. Eerst moet duidelijk worden wat de volgordelijkheid is van het ontwerp- en besluitvormingsproces en de vastlegging van verkeersbesluiten, daarna wordt bepaald in welke dataset (en in welk informatiemodel) de relatie kan worden gelegd.

5.2.6.1 Ingangsdatum

Wettelijk gezien is een verkeersbesluit pas handhaafbaar, als er een bord geplaatst is. Om de dataset niet te gecomnpliceerd te maken wordt in het informatiemodel uitgegaan van de (geplande) plaatsingsdatum van het bord en wordt niet naar de formele publicatie als verkeersbesluit gerefereerd.

Voor de primaire use case is het niet nodig om historische gegevens te kunnen vinden - alle actuele verkeerskundige gegevens zijn voldoende. Daarentegen is het wel handig, deze informatie te kunnen aanleveren voor het bord geplaatst wordt. Daarmee kan gezorgd worden dat de data actueel en beschikbaar is op het moment van plaatsing van het bord.

Voor gebruik van de digitale Verkeerskundige informatie in verkeersberekeningen en wegontwerpen is het wel noodzakelijk om te kunnen bepalen welke verkeersmaatregelen en waarschuwingen gelden, en welke verkeersborden aanwezig of juist verwijderd zijn op een bepaald tijdstip. Ook hier is de (geplande) plaatsingsdatum of datum van weghalen van belang.

  • Het informatiemodel MOET de mogelijkheid bieden om een begin- en einddatum en -tijdstip aan te duiden voor een verkeersmaatregel of waarschuwing
  • Het informatiemodel MOET de mogelijkheid bieden om een begin- en einddatum en -tijdstip aan te duiden voor plaatsing en weghalen van een verkeersbord. Als geen datum is aangegeven, gelden de begin- en einddatum van de bijbehorende verkeersmaatregel.

5.2.7 Registratie verkeerskundige informatie

Stakeholders: Wegbeheerders

Als laatste stap registreert de wegbeheerder de verkeerskundige informatie in een landelijke registratie. De metadata over de transactie bij registratie en validatie van wijzigingen in de verkeerskundige informatie zijn buiten scope.

5.3 Bouwfase

Figuur 9 Bouwfase

In de bouwfase wordt de gewenste weginrichting en verkeersborden besteld, gemaakt en geplaatst op basis van het verkeerskundige model en het bijbehorende wegontwerp.

5.3.1 Bestellen

Stakeholders: Publieke opdrachtgevers, bouwaannemers, producenten, toeleveranciers

De publieke opdrachtgever of bouw- en onderhoudsaannemer moet de verkeersborden kunnen bestellen bij een producent of toeleverancier. Bij het bestellen worden specificaties toegevoegd over het soort, de levensduur, garanties, gewenste materialen of duurzaamheidsklassen.

5.3.2 Produceren

Stakeholders: Producenten en toeleveranciers

De producent van verkeersborden werkt op basis van specificaties aan de verkeersborden en markeringsmiddelen; en voegt informatie toe over het productieproces en over onderhoudsspecificaties.

5.3.3 Contracteren

Stakeholders: Contractmanagers

Contracteren wegaanleg en plaatsing verkeersborden. De publieke opdrachtgever besteed de plaatsing van verkeersborden conform het verkeersbesluit aan (als onderdeel van een groter project). Hierbij worden specificaties toegevoegd aan de gewenste verkeersborden.

5.3.4 Bouwen

Stakeholders: Bouwbedrijven

De bouwaannemer bouwt de weg op basis van het ontwerp en het verkeersbesluit en geeft de actuele geometrie door van de gebouwde weg. De bouwaannemer plaatst de verkeersborden op basis van het ontwerp en het verkeersbesluit en geeft de actuele geometrie door van het geplaatste verkeersbord. De bouwaannemer brengt de markeringen op basis van het ontwerp en het verkeersbesluit aan en geeft de actuele geometrie door van de markering.

De gewenste ligging volgens het ontwerp en het verkeersbesluit komt niet per sé overeen met de werkelijke ligging van de weg en de verkeersborden. Dit zijn twee verschillende "representaties" van de objecten, die beide waarde hebben.

5.3.5 Tijdelijke verkeerssituaties

Stakeholders: Bouwbedrijven

Tijdens bouw en beheren kan een bouwbedrijf tijdelijk de verkeerssituatie aanpassen of verkeersborden plaatsen. Bij een situatie langer dan vier maanden is een tijdelijke situatie ook verkeersbesluitplichting. In de ideale wereld worden alle tijdelijke situaties als digitale Verkeerskundige informatie gepubliceerd, zodat het verkeerskundige wegennetwerk, de verkeersmaatregelen, waarschuwingen en verkeersborden altijd overeen komen met de fysieke situatie. Als dit niet het geval is worden digitale systemen van weggebruikers niet altijd van de juiste informatie voorzien.

5.4 Gebruiksfase

Figuur 10 Beheer- en gebruiksfase

5.4.1 Weggebruik

Stakeholders: Weggebruikers

Zie voor beschrijving van de informatiebehoefte van de weggebruikers het hoofdstuk over de use case.

5.4.2 Beheren

Stakeholders: Wegbeheerders

In de beheerfase wordt informatie bijgehouden over de kwaliteit van de verkeersborden: vervuiling, slijtage en bijbehorende maatregelen waarmee de verkeersborden functioneel en zichtbaar blijven. Ook wil de beheerder generieke informatie gebruiken over de verkeersborden: wie de beherende partij is, wie het onderhoud uitvoert, wanneer welke onderhoudsmaatregel is uitgevoerd, en informatie uit de ontwerp- en bouwfase: locatie, paal waarop een verkeersbord bevestigd is, datum plaatsing, levensduur of garanties, enzovoorts. Met deze informatie kan de asset manager risico's, prestaties en kosten afwegen en de juiste maatregelen treffen: onderhoud of vervanging.

Figuur 11 Asset management proces volgens iAMPro

Een wegbeheerder zal daarnaast moeten controleren of de volgens het verkeersbesluit geregistreerde gewenste objecten ook fysiek aanwezig zijn. Zowel na de bouw als tijdens het beheer zal regelmatige controle nodig zijn om te controleren of verkeersborden aanwezig zijn en markeringen niet te veel versleten. De [verkeerskundige informatie] kan daarbij helpen: een digitaal systeem krijgt hiermee de informatie waar een verkeersbord of markering aanwezig is en kan dit controleren op camerabeelden of in ingemeten puntenwolken uit een laserscanner. Dan moet wel bekend zijn welke verkeersborden op welk tijdstip aanwezig horen te zijn, dan wel wanneer het verkeersbord verwijderd moet worden:

  1. In het Informatiemodel Verkeerstekens moet een verkeersbesluit en daarmee de de bijbehorende verkeersborden en markeringen een begin- en eindtijd krijgen zodat duidelijk is of deze aanwezig zijn op een specifiek tijdstip of niet.

5.4.3 Handhaving

Stakeholders: Toezichthouders

Bij handhaving in het verkeer is het beschikbaar hebben van digitale Verkeerskundige informatie over de lokale vsituatie handig voor gebruik in applicaties om boetes te registreren. Daarbij is het fysiek aanwezig zijn van een verkeersbord of markering vanuit de wettelijke basis noodzakelijk om te kunnen handhaven. Controleren of het fysieke verkeersteken aanwezig is, is de verantwoordelijkheid van de wegbeheerder, zie bij de use case beheren.

5.5 Use cases Sloopfase

5.5.1 Circulair hergebruik

Stakeholders: Wegbeheerders, publieke opdrachtgevers, bouwaannemers, producenten, toeleveranciers

Bij nieuwbouw of renovatie worden verkeersborden en markeringen weggehaald of verplaatst. Hierbij is informatie nodig uit de bouw- en beheerfase die wel wordt aangeduid als een "materialenpaspoort" om te kunnen bepalen of de verkeersborden kunnen worden hergebruikt, en of zij hiertoe moeten worden gerestaureerd.

6. Raakvlak: Wetten

6.1 RVV 1990

In Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV1990) zijn de verkeersregels en verkeerstekens te vinden die in Nederland van toepassing zijn.

Raakvlaktype: Bron voor informatiemodel

Het RVV 1990 is de primaire bron voor verkeersmaatregelen, waarschuwingen en bijbehorende verkeersborden die worden opgenomen in het Informatiemodel Verkeerstekens.

In de RVV staan de volgende in het Informatiemodel Verkeerstekens op te nemen verkeersregels:

Daarnaast op te nemen in het Informatiemodel Verkeerstekens

6.2 BABW

het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW) stelt regels voor het nemen van verkeersbesluiten en verkeersmaatregelen.

Raakvlaktype: Bron voor informatiemodel

Raakvlaktype: Buiten scope Potentieel gebruik informatiemodel.

In het ideale geval worden de concepten en definites uit het Informatiemodel Verkeerstekens toegepast binnen de BABW

6.3 EU 2019/2144

EU 2019-2144 wet om voor ISA een snelheidsbeperking afdwingende versie te gaan voorschrijven,

7. Digitale Stelsels

Een digitaal stelsel is een geïntegreerd systeem dat technologieën, gegevens, processen en standaarden combineert om informatie-uitwisseling en samenwerking binnen een bepaald domein te faciliteren.

7.1 NORA

NORA staat voor Nederlandse Overheid Referentie Architectuur, set van voor overheden bindende afspraken over interoperabiliteit en kwaliteit van digitale dienstverlening in de publieke sector.

Door gebruik te maken van een informatiemodel op basis van linked data wordt aan deze voorwaarden voldaan.

7.2 GEBORA

GEBouwde Omgeving Referentie Architectuur, dit is één van de families binnen het digitale stelsel NORA. Deze referentie architectuur beschrijft de manier van werken in de gebouwde omgeving. Daartoe is een ketenbenadering gekozen: de waardeketens vormen het hoogste niveau van beschrijving in de organisatielaag. De waardeketens worden gebaseerd op de asset life cycle. GEBORA wordt ontwikkeld en beheerd door DigiGO, zie deze website.

Omdat het stelsel nog niet is ontwikkeld kan niet met zekerheid gezegd worden dat aan deze voorwaarde wordt vopldaan, maar door gebruik te maken van een informatiemodel op basis van linked data en de [NEN_2660_2_2022] wordt aangesloten bij de huidige inzichten van DigiGO op dit gebied.

7.3 NDTFL

De Nationale Digitale Tweeling voor de fysieke Leefomgeving, waarmee de referentie-architectuur wordt gegeven voor een ecosysteem van digitale tweelingen van de gebouwde omgevingen. NDTFL wordt ontwikkeld en beheerd door Geonovum, zie dit ontwikkelvoorstel Hierbij horen architectuur uitgangspunten.

Omdat het stelsel nog niet is ontwikkeld kan niet met zekerheid gezegd worden dat aan deze voorwaarde wordt voldaan, maar door gebruik te maken van een informatiemodel op basis van linked data is een flexibele distributie van gegevens mogelijk.

7.4 DMI-ecosysteem

Het Dutch Metropolitan Innovations DMI-ecosysteem voorziet de domeinen van mobiliteit, openbare ruimte en woningbouw van nieuwe instrumenten vanuit de digitale wereld. Het DMI-ecosysteem wordt vormgegeven door Geonovum.

Raakvlaktype: Buiten scope Potentieel gebruik informatiemodel.

7.5 DSGO

Het Digitaal Stelsel Gebouwde Omgeving maakt een set van uniforme afspraken die zorgt voor veilige, betrouwbare en gecontroleerde toegang tot data in de gebouwde omgeving. Dit stelsel wordt ontwikkeld en beheerd door DigiGO Doel: Met deze uniforme afspraken maken alle ketenpartners die actief zijn in de verschillende fases van de levenscyclus van een bouwwerk makkelijk en veilig gebruik van reeds beschikbare data. Waardoor zij in staat zijn om hun onderlinge – digitale - samenwerking te verbeteren, en efficiënter en duurzamer te werken. Zie voor meer informatie de website van DigiGO. Bestuurlijke aanjager is de Bouwdigitaliseringsraad, waarin ook het ministerie van BZK deelneemt.

Wegbeheerders hebben te maken met een hele keten aan samenwerkingspartners en toeleveranciers, die informatie moeten uitwisselen in de gebouwde omgeving.

8. Raakvlak: Standaarden

8.1 Informatiemodellering

In deze paragraaf staan de modelleertechische normen en richtlijnen waaraan het Informatiemodel Verkeerstekens dient te voldoen, en de wijze waarop technisch wordt aangesloten op andere informatiemodellen.

8.1.1 NEN2660-2:2022

De [NEN_2660_2_2022] bevat drie belangrijke (hoofd)onderdelen:

  1. Een praktisch toplevelmodel waarin genoeg semantiek aangegeven wordt om het Informatiemodel Verkeerstekens, net als IMBOR, in uit te drukken.
  2. Extensies hierop voor de meest gebruikt toepassingen in de gebouwde omgeving.
  3. Een taalbinding (en daarmee de keuze voor) de LinkedData W3C standaarden: SKOS [skos-primer], RDFS [rdf-schema], OWL [owl2-primer] en SHACL [shacl]. Het Informatiemodel Verkeerstekens, net als IMBOR, kan gebruik maken van deze twee keuzes en hierop zo goed mogelijk aan te sluiten. In onderstaande figuur is ook te zien waar de NEN2660-2 zich op focust. Het Informatiemodel Verkeerstekens neemt, net als IMBOR, plaats in de "M1: Informatie model" laag.
Figuur 12 NEN2660-2 scope in grijs grijze vlakken (bron: TNO)

Het NEN2660-2 topmodel focust op de gebouwde wereld. In deze specifieke use case is alleen het verkeersbord echt fysiek. Toch zorgt modellering op deze manier voor een mate van standaardisatie van het informatiemodel en de andere informatiemodellen in de gebouwde omgeving.

  • Het informatiemodel MOET worden opgesteld conform de [NEN_2660_2_2022].
  • Het informatiemodel MOET generiek en schaalbaar zijn, zodat de relatie met andere use cases in de toekomst goed te leggen valt.
  • Het informatiemodel MOET van alle concepten een definitie geven of verwijzen naar een definitie in wetten of andere informatiemodellen.

8.1.2 NEN 3610

De [NEN_3610] is de standaard voor het uitwisselen van geo-informatie, gebruikt Unified Modeling Language (UML) als formele taal voor het vastleggen van semantiek en beveelt Geography Markup Language (GML) aan als technisch uitwisselingsformat. NEN 3610 is hiermee nog niet geschikt om semantiek, gegevensdeling en uitwisseling middels Linked Data te realiseren. De NEN3610 is in 2021 herzien (t.o.v. 2011) en vormt de basis van de Samenhangende objecten registratie (SOR) die binnen het DiSGeo programma wordt opgetuigd. bron: Geonovum

Binnen de NEN2660-2 is reeds een relatie tussen de NEN2660-2 en de NEN3610 aangegeven. Het gaat hier alleen om een afstemming tussen de begrippenkaders.

  • Het informatiemodel MOET waar mogelijk aangesloten op de [NEN_3610] Bij tegenstrijdigheden geldt de [NEN_2660_2_2022].

8.1.3 MIM

Het Metamodel Informatie Modellering (MIM) is een gemeenschappelijk vertrekpunt voor het maken van informatiemodellen.

  • Het informatiemodel MOET waar mogelijk aangesloten op de MIM. Bij tegenstrijdigheden geldt de [NEN_2660_2_2022].

8.1.4 Ontology alignment

Voor het op elkaar afstemmen van informatiemodellen, "ontology alignment" is nog geen formele specificatie beschikbaar. Tot hier op nationaal of internationaal niveau overeenstemming over is gaan we uit van de uitgangspunten die hierover beschreven staan in het [whitepaper_ontology_alignment]. Dit geldt alleen voor modellen op basis van de NEN 2660; voor een niet in linked data opgesteld model zoals worden gewoon concepten en attributen hard-copy overgenomen in het informatiemodel.

8.2 Domeinstandaarden

Er bestaan verschillende andere domeinstandaarden of informatiemodellen die wegkenmerken of verkeersborden beschrijven. Dat zijn raakvlakken of juist ijkingsbronnen om het Informatiemodel Verkeerstekens beter vorm te geven.

8.3 Ontwerpfase

8.3.1 NLCS

Met De Nederlandse CAD Standaard (NLCS) worden de objecten op een tekening herkend door alle partijen. Het doel van NLCS is het vermijden van dubbel werk, misverstanden en extra kosten met eenduidige tekeningen. Dit vergroot de efficiency, de kwaliteit, geeft een completer en eenduidig beeld en versnelt de tijdigheid waarmee wijzigingen worden gecommuniceerd.

Circa 30% van de ontwerptekeningen bij verkeersbesluiten komen uit CAD-systemen. Tijdens het ontwerpproces wordt veel onderliggende digitale informatie gemaakt, maar deze informatie wordt niet optimaal ontsloten voor bijvoorbeeld publicatie van de verkeerskundige informatie in de gebruiksfase. NLCS kan verbeterd worden zodat de informatie uit het ontwerp handiger kan worden overgenomen naar de volgende fase, bijvoorbeeld voor het publiceren van de actuele verkeerskundige situatie op een weg.

Raakvlaktype: Gebruik informatiemodel

DigiGO wil op verzoek van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de verkeersborden opnemen in de NLCS standaard zodra deze gepubliceerd worden in het Informatiemodel Verkeerstekens. Het betreft dan de kijkrichting, positie en het type verkeersbord met onderbord. Vervolgens wil DigiGO nadere afspraken maken met de leveranciers van CAD-systemen om digitale informatie over de verkeersborden beschikbaar te kunnen maken voor andere systemen, waaronder potentieel de verkeersbesluiten applicatie van KOOP.

Bij NLCS wordt een ontology alignment gepubliceerd naar het Informatiemodel Verkeerstekens.

8.3.2 ASVV

CROW publiceert de ASVV, de Aanbevelingen voor Verkeersvoorzieningen Binnen de Bebouwde Kom. De kennis uit de ASVV wordt gebruikt door verkeerskundig ontwerpers, adviseurs, wegbeheerders, beleidsmedewerkers en juristen.

Raakvlaktype: Buiten scope Potentieel gebruik informatiemodel

In het ideale geval worden de concepten en definites uit het Informatiemodel Verkeerstekens toegepast binnen de ASVV zodat op alle locaties voor mensen herkenbare termen ontstaan. Met links kunnen gebruikers van het handboek naar de website met definites en afbeeldingen van verkeersborden worden verwezen.

8.3.3 Handboek Wegontwerp

CROW publiceert het Handboek Wegontwerp. Dit is een bundeling kennis, richtlijnen en praktijkvoorbeelden rond het ontwerp van wegen buiten de bebouwde kom (Bubeko). Het Handboek Wegontwerp is geen open standaard maar kennis waarvoor een abonnement moet worden afgesloten.

Raakvlaktype: Buiten scope Potentieel gebruik informatiemodel

In het ideale geval worden de concepten en definites uit het Informatiemodel Verkeerstekens toegepast binnen het Handboek Wegontwerp zodat op alle locaties voor mensen herkenbare termen ontstaan. Met links kunnen gebruikers van het handboek naar de website met definites en afbeeldingen van verkeersborden worden verwezen.

Noot: Vanuit [=Informatiemodel Verkeerstekens=] verwijzen naar Handboek Wegontwerp en ASVV

8.3.4 Wegontwerp RWS

Rijkswaterstaat publiceert eigen handleidingen en richtlijnen voor Wegontwerp RWS.

Raakvlaktype: Buiten scope Potentieel gebruik informatiemodel

In het ideale geval worden de concepten en definites uit het Informatiemodel Verkeerstekens toegepast binnen de richtlijnen van Rijkswaterstaat zodat op alle locaties voor mensen herkenbare termen ontstaan. Met links kunnen gebruikers van het handboek naar de website met definites en afbeeldingen van verkeersborden worden verwezen.

8.4 Bouwfase

8.4.1 NEN3381:2020

De [NEN3381_2020] "Wegmeubilair - Eisen voor permanente en tijdelijke verkeersborden" richt zich specifiek op de functionele en visuele eigenschappen van verkeersborden in Nederland.

De [NEN3381_2020] wordt beheerd door de normcommissie Verkeerstekens.

Raakvlaktype: Buiten scope Potentieel gebruik informatiemodel

In het ideale geval worden de concepten en definites uit het Informatiemodel Verkeerstekens toegepast binnen de norm zodat duidelijk is op welk type verkeersborden de eisen in deze norm betrekking hebben.

8.4.2 NEN_EN_12899_1_2007

De [NEN_EN_12899_1_2007] "Fixed, vertical road traffic signs - Part 1: Fixed signs" is een norm gericht op het bieden van algemene richtlijnen voor de constructie en prestatie van verkeersborden in diverse Europese landen.

Raakvlaktype: Buiten scope Potentieel gebruik informatiemodel

In het ideale geval worden de concepten en definites uit het Informatiemodel Verkeerstekens toegepast binnen de norm zodat duidelijk is op welk type verkeersborden de eisen in deze norm betrekking hebben.

8.4.3 DIN_67520_2013_10

De [DIN_67520_2013_10] wordt beheerd door het Deutsches Institut für Normung e.V. (DIN), wat de Duitse nationale organisatie voor normalisatie is. Deze norm betreft de retroreflecterende eigenschappen van materialen die worden gebruikt in verkeerssignalisatie, zoals verkeersborden en wegmarkeringen. Deze norm specificeert de prestatie-eisen voor retroreflectie, wat essentieel is voor de zichtbaarheid van verkeersborden en -markeringen in het donker.

Raakvlaktype: Buiten scope Potentieel gebruik informatiemodel

In het ideale geval worden de concepten en definites uit het Informatiemodel Verkeerstekens toegepast binnen de norm zodat duidelijk is op welk type verkeersborden de eisen in deze norm betrekking hebben.

8.4.4 CROW_96a_en_96b

De [CROW_96a_en_96b] Werk in Uitvoering geeft normen voor het ontwerpen en inrichten van tijdelijke verkeersmaatregelen op wegen binnen en buiten de bebouwde kom; autosnelwegen en niet autosnelwegen. Hiermee kun je het veiligheidsniveau acceptabel houden met passende verkeersmaatregelen en tijdelijke bewegwijzering.

Raakvlaktype: Buiten scope Potentieel gebruik informatiemodel

In het ideale geval worden de concepten en definites uit het Informatiemodel Verkeerstekens toegepast binnen de norm zodat duidelijk is op welk type verkeersborden de eisen in deze norm betrekking hebben.

8.5 Beheer- en gebruiksfase

8.5.1 CROW_279

De [CROW_279] bevat de basisgegevens voor voertuigen. Ook de menselijke kant is meegenomen, omdat voertuigen niet over de weg rijden zonder invloed van de mens als bestuurder.

Raakvlaktype: Buiten scope Potentieel gebruik informatiemodel

In het ideale geval worden de concepten en definites uit het Informatiemodel Verkeerstekens toegepast binnen de norm zodat duidelijk is op welk type verkeersborden de eisen in deze norm betrekking hebben.

8.5.2 IMGeo

IMGeo definieert een verkeersbord, als punt op de kaart. Welk type verkeersbord op de BGT kaart staat kan niet worden geregistreerd. Wegbeheerders leveren actuele wegen aan voor de kaarten van de BGT op basis van het informatiemodel IMGEO. Aanvullend hierop voegen zij in hun areaalbeheerpakketten extra informatie toe aan deze wegvlakken, ten behoeve van beheer van de wegen.

Raakvlaktype: Buiten scope Potententieel op elkaar aansluitende informatiemodellen

Figuur 13 Domeinmodellen voor geografische informatie; IMGeo is gebaseerd op de [NEN_3610].

8.5.3 IMBOR

Noot: Informatiemodel, data en applicaties

In IMBOR zijn 1331 soorten verkeerstekens opgenomen in de categorien bebakening en bewegwijzering en daarnaast ook wegmarkeringen. Bij al deze objecten zijn attributen opgenomen opgenomen en waardelijsten. Het gaat dan om de gegevens van borden die in de beheerfase nodig zijn, zoals bijvoorbeeld datum plaatsing, beheerder of gewenst kwaliteitsniveau van het object. De soorten verkeerstekens zijn bepaald met gebruikers, op basis van hun bestaande areaalgegevens.

  • Het Informatiemodel Verkeerstekens MOET aansluiten op IMBOR zodat wegbeheerders geen tegenstrijdigheden ervaren bij het gebruiken van de informatiemodellen.

Raakvlaktype: Gezamenlijk beheer

Het Informatiemodel Verkeerstekens MOET waar mogelijk samenhangen met IMBOR, en waar nodig een alignment krijgen met IMBOR.

8.5.4 Datex II

DATEX II is de Europese standaard voor het vastleggen en uitwisselen van verkeersgegevens tussen verkeerscentrales, verkeersinformatiecentra en dienstverleners.

https://www.datex2.eu/ is inmiddels open gepubliceerd. Voor Nederlands is er door NDW een Nederlands profiel opgesteld.

  • Raakvlaktype: Bron voor informatiemodel Het Informatiemodel Verkeerstekens MOET gebruik maken van de concepten en definities uit DATEX II. Daarbij geldt wel de nuance, dat het model heel anders in elkaar zit dan een semantisch model, en er instabiliteit in de namespaces zit. Daarom worden namen van attributen waar mogelijk wel overgenomen, maar wordt nog niet gepoogd om een echte alignment te maken of om alles op elkaar af te stemmen.

8.5.5 ISO 14823-1

NEN-EN-ISO 14823-1 specificeert een grafisch gegevenswoordenboek (GDD), een systeem van gestandaardiseerde codes voor bestaande verkeersborden en pictogrammen die worden gebruikt om verkeers- en reizigersinformatie (TTI) te verstrekken. Het coderingssysteem kan worden toegepast bij het opstellen van berichten binnen intelligente transportsystemen (ITS). Het coderingssysteem komt neer op een cijfercode waarmee de betekenis van het bord wordt aangeduid, een soort vertaaltabel waarmee soorten verkeersborden worden gecodeerd, voorbeeld:

  • Nummer: 148
  • Naam: Warning of roundabout (Clockwise)
  • Definitie: Warning of a clockwise roundabout ahead.

8.5.6 INSPIRE

De dataspecificaties van INSPIRE, infrastructuur voor ruimtelijke informatie in Europa, zijn openbaar beschreven op deze pagina met UML-diagrammen en uitgebreide technische documentatie.

Voorbeelden van relevante specificaties:

  • Het Wegennetwerk, uit het thema Transportnetwerken
  • De FeatureType supertype TransportProperty is relevant voor bijna alle wegkenmerken.
  • Het Linear reference system: "Reference system that identifies a location by reference to a segment of a linear spatial object and distance along that segment from a given point [ISO 19116 - modified]".

Raakvlaktype: Bron voor informatiemodel Bron voor de definitie van wegkenmerken die vanuit verkeerskundig perspectief moeten worden opgenomen in het informatiemodel.

  • Het Informatiemodel Verkeerstekens MOET waar relevant gebruik maken van de concepten en definities uit INSPIRE

8.5.7 Data.vlaanderen.be

De Vlaamse overheid heeft binnen het OSLO-programma (Open standaarden voor linkende organisaties) en het project Lokale Besluiten als Gelinkte Open Data (LBLOD) verschillende vocabulaira en applicatieprofielen ontwikkeld die (deels) overlappen met de doelen van het Informatiemodel Verkeerstekens.

Er wordt gebruik gemaakt van vocabularia die de herbruikbare concepten beschrijven. De applicatieprofielen stellen dan vereisten aan eigenschappen van en relaties tussen die concepten:

Raakvlaktype: Potentiële internationale aansluiting Indien de Vlaamse en Nederlandse situatie gelijkenissen vertonen kan gezocht worden naar een gemeenschappelijk vocabulair dat kan leiden tot internationale aansluiting van informatiemodellen en toegankelijker gebruik van informatiemodellen.

8.5.7.1 Besluiten Mobiliteit

Zie deze pagina

Dit applicatieprofiel definieert een specificatie voor de publicatie van inname- en signalisatievergunningen en aanvullende reglementen van een bestuursorgaan .

8.5.7.2 Wegenregister

Zie deze pagina

De applicatie waarop dit profiel betrekking heeft is het Wegenregister. Het Wegenregister is het middenschalig referentiebestand van de wegen in Vlaanderen die beheerd zijn door het gewest, de provincies, de gemeenten of andere instanties en die openbaar toegankelijk zijn. Het moet alle (openbaar toegankelijke) wegen van Vlaanderen bevatten, met bijbehorende attribuutgegevens. Het bestand heeft een middenschalige precisie.

8.5.7.3 Verkeersborden

Zie deze pagina

Dit applicatieprofiel definieert een specificatie voor de uitwisseling van [statische, verticale] verkeersbordinformatie die geplaatst zijn of worden op het openbaar domein.

Doorheen de verschillende werkgroepen is gekomen tot een model dat bruikbaar is in de toepassingscontexten van zowel de regelgeving als technisch onderhoud.

8.5.7.4 Vlaamse Wegen OTL

De Vlaamse wegen OTL, een uitwerking van OSLO, is de objecttypenbibliotheek van alle weginfrastructuurobjecten van het Agentschap wegen en verkeer.

8.5.8 Verkeersbordenoverzicht.nl

Het https://verkeersbordenoverzicht.nl/ is een de facto standaard in Nederland, waarbij een individuele wegbeheerder de meest voorkomende fysieke platen publiceert en daarbij, soms foutief, de bestelcodes van de verkeersbordenfabrikanten weergeeft. Veel wegbeheerders kijken op deze site om snel een code op te zoeken.

8.5.9 Bordenboekje VNVF

De VNVF publiceerde tot nu toe een bordenboekje met bestelcodes van verkeersborden. VNVF is bezig met het maken van een nieuwe, logische bestelcodering voor het samenstellen van de informatie die op een fysieke plaat komt.

Raakvlaktype: Samenhang met informatiemodel De bestelcodering zou logisch moeten kunnen worden opgesteld uit onderdelen van het informatiemodel.

8.5.10 ISO 14832-1

De [NEN_EN_ISO_14823_1] norm beschrijft een grafisch gegevenswoordenboek (GDD) met gestandaardiseerde codes voor verkeersborden en pictogrammen die gebruikt worden om verkeers- en reizigersinformatie (TTI) te communiceren. Het systeem zorgt ervoor dat deze beelden consistent en begrijpelijk zijn voor weggebruikers wereldwijd.

De afbeeldingen worden gecodeerd en kunnen worden gebruikt in intelligente transportsystemen (ITS), zoals digitale verkeersborden of apps, om real-time informatie te verstrekken. De codering maakt het mogelijk om verkeersborden en pictogrammen eenvoudig te integreren in verschillende digitale systemen en zorgt voor uniforme communicatie van verkeersinformatie.

9. Raakvlak: Databronnen

9.1 NWB Wegennetwerk

Het NWB wordt actueel gehouden met ingewonnen data en (in mindere mate) door aanlevering van gegevens door wegbeheerders en geeft de gebruikstoestand weer van wegen.

Raakvlaktype: Aansluitend informatiemodel Het NWB gebruikt een eigen informatiemodel, wat aansluit op de eigen database. Om het Informatiemodel Verkeerstekens heeft als aanname dat informatie wordt toegevoegd aan de [NWB-wegvakken] met referentie aan het wegvak-id, de richting van het wegvak en relatieve posities in de lengre van het wegvak. De wegvakken zelf worden niet opgenomen in het Informatiemodel Verkeerstekens.

Figuur 14 Het Verkeerskundig wegennetwerk: visualisatie van de informatie in het NWB.

Daarbij gelden momenteel de volgende regels:

9.2 Verkeersbordendata

Het NDW publiceert de verkeersborden in Nederland in de verkeersbordendata. Het bestand is op twee bronnen gebaseerd:

  1. Start-bestand met de op basis van camera's ingewonnen verkeersborden.
  2. Mutaties die door de wegbeheerder worden ingevoerd.

De verkeersborden hebben, waar betrouwbaar mogelijk, een toewijzing aan een [=NWB-wegvak] en ze hebben allemaal een locatie (x,y).

Raakvlaktype: Potentieel gebruik informatiemodel

De in beheer/gebruik zijnde verkeersborden zouden in de toekomst kunnen worden uitgedrukt in termen van het informatiemodel. Dit vraagt om een ontwikkeltraject samen met de wegbeheerders, die bronhouders zijn voor deze informatie.

9.3 Data Top 15

De Data Top 15, met onder andere maximumsnelheden, verkeersborden en andere datasets, verwijst weer door naar andere programma's waarbinnen deze data wordt gepubliceerd, en naar data.overheid.nl waar individuele beheerorganisaties waaronder Rijkswaterstaat eigen data publiceren. In deze bronnen zitten dubbelingen met de gegevens die in de landelijke netwerkregistratie zullen worden opgenomen.

Raakvlaktype: Potentieel gebruik informatiemodel

9.4 Basisregistraties

9.4.1 BGT

Verkeersborden in de BGT zijn opgenomen als 2D punt van het type "bord", op basis van het informatiemodel IMGeo.

Raakvlaktype: Aansluitend informatiemodel

9.4.2 WKD

De WKD bevat de gegevens over wegkenmerken op het nederlandse wegennet.

Raakvlaktype: Potentieel gebruik informatiemodel

9.4.3 WEGGEG

De WEGGEG bevat gegevens over wegkenmerken op het Nederlandse rijkswegennet.

Raakvlaktype: Potentieel gebruik informatiemodel

Zweedse variant van NWB.

Raakvlaktype: Buiten scope Potententieel raakvlak van de informatiemodellen bij internationale standaardisatie.

10. Raakvlak: Applicaties

10.1 GEORGE

Kort voor: GEOgrafische Registratie van GEgevens. Applicatie die wordt gemaakt en beheerd door het NDW, in opdracht van het ministerie van IenW, waarmee wegbeheerders ondersteund worden om de verkeerskundige informatie in het NWB aan te passen. Daarnaast biedt George deze viewer waarmee iedereen de verkeerskundige informatie in het NWB kan inzien.

Het informatiemodel verkeersborden is opgesteld als voorbereiding op het federatief delen van verkeerskundige informatie. De implementatie vraagt om serieuze organisatieveranderingen bij wegbeheerders met technische middelen, opleidingen, veranderingen in de werkprocessen en de cultuur van informatie delen en samenwerken met opdrachtnemers in bouwprojecten. Daarnaast is een gezamenlijk groeipad nodig waarin George meegroeit met de data-volwassenheid van de wegbeheerders.

10.2 ISA

Een ISA-systeem gebruikt een snelheidsbord-herkenning met behulp van een camera of GPS gebaseerde snelheidslimiet data van wegbeheerders. Een gebruiker wordt in de auto ondersteund, doordat het voertuig geen extra gas bijgeeft als de snelheidslimiet wordt bereikt, tenzij dat actief wordt gedaan door de gebruiker. Er is geen sprake van automatisch remmen.

De Europese Unie heeft in EU 2019-2144 besloten om wel een snelheidsbeperking afdwingende versie te gaan voorschrijven, samen met een aantal andere veiligheidsmaatregelen voor voertuigen, verplicht in voertuigen die verkocht worden vanaf 2022. Dit zal van Wegbeheerders gaan vragen, om de verkeerskundige informatie beter actueel en compleet beschikbaar te maken.

Meer Nederlandstalige informatie kan worden gevonden in de (open) CROW Publicatie Handreiking Intelligente Snelheids Assistent (ISA) voor wegbeheerders

11. Raakvlak: Organisaties

De raakvlakanalyse beschijft in drie hoofdstukken welke beheerorganisaties, partijen en samenwerkingsverbanden er zijn die te maken hebben met wetgeving, standaarden of informatiemodellen, databronnen en niet-commerciële applicaties met als inhoud:

  1. Het verkeerskundige wegennetwerk en de fysieke ligging van de wegen.
  2. De digitale representatie van verkeersborden in andere use cases in de fases van de levenscyclus: Ontwerp, Bouw, Beheer, Gebruik, Sloop.

11.1 NDW

Het NDW levert veel verkeersgegevens:

NDW maakt gebruik van DATEX-II, een Europese standaard.

Het NDW ontsluit de volgende voor dit document relevante databronnen:

Raakvlaktype: Gezamenlijke ontwikkeling en beheer

Het Informatiemodel Verkeerstekens wordt in samenwerking met het NDW opgesteld en beheerd.

11.2 DigiGO

(DigiGO) maakt en beheert standaarden voor de gebouwde omgeving, waaronder de met het informatiemodel samenhangende standaard NLCS en het [DSGO], een digitaal stelsel uniforme afspraken die zorgt voor veilige, betrouwbare en gecontroleerde toegang tot data in de gebouwde omgeving.

Raakvlaktype: Uitgangspunten voor het informatiemodel

Raakvlaktype: Gezamenlijk beheer / samenhangende standaarden

Wegbeheerders hebben te maken met een hele keten aan samenwerkingspartners en toeleveranciers, die informatie moeten uitwisselen. Daarom zal het informatiemodel moeten passen bij de BIM standaarden. In het ideale geval vindt gezamenlijk beheer plaats om standaarden op elkaar te laten aansluiten.

11.3 CROW

CROW beheert (naast het Informatiemodel Verkeerstekens) de volgende relevante standaarden:

CROW is daarnaast de facilitator van KPVV

Raakvlaktype: Gezamenlijk beheer

11.4 Geonovum

Geonovum beheert de Nederlandse geo-standaarden waaronder IMgeo, en is trekker van het DMI-ecosysteem.

Raakvlaktype: Gezamenlijk beheer

11.4.1 KPVV

het Kennisprogramma Verkeer en Vervoer maakt kennisproducten en – diensten voor:

  • gemeenten, provincies, stadsregio’s, waterschappen en hun koepels;
  • belangenorganisaties, kennisinstituten, vervoerbedrijven en onderwijsinstellingen.

De hoofddoelgroepen zijn de beleidsambtenaren, managers en bestuurders die lokaal en regionaal verkeers- en vervoersbeleid ontwikkelen en realiseren. Deze groepen gebruiken verkeersmodellen om te toetsen of het ontwerp voldoent aan de mobiliteitsdoelstellingen, en zijn verantwoordelijk voor de publicatie van verkeersbesluiten.

Raakvlaktype: Te informeren groep

Deze groep moet geinformeerd worden over de toepassing van het Informatiemodel Verkeerstekens bij de publicatie van verkeersbesluiten.

11.5 PIANOO

PIANOo faciliteert het uitwisselen van kennis over aanbesteden door publieke opdrachtgevers in Buyer Groups zoals de Buyer Group Verkeersborden

11.5.1 Buyer Group Verkeersborden

De Buyer Group verkeersborden en bewegwijzering bij PIANOo werkt aan het verduurzamen van verkeersborden en bewegwijzering.

Raakvlaktype: Buiten scope Potentieel gebruik informatiemodel

In het ideale geval worden de concepten en definites uit het Informatiemodel Verkeerstekens toegepast binnen producten van de Buyer Group Verkeersborden / PIANOO zodat duidelijk is over welke verkeerstekens het gaat en op alle locaties voor mensen herkenbare termen ontstaan. Met links kunnen gebruikers van de eisen naar de website met definites en afbeeldingen van verkeerstekens worden verwezen.

11.6 NEN

De NEN beheert nationale standaarden en levert input voor CEN- en ISO normen. De NEN, specifiek de normcommissie verkeerstekens, beheert in dit kader de relevante standaarden:

11.6.1 Normcommissie Verkeerstekens

De normcommissie Verkeerstekens houdt zich onder de vlag van de NEN bezig met de normalisatie op het gebied van verkeerstekens. De Europese en nationale normalisatie is gericht op uniformering van het programma van eisen van de constructies van verkeerstekens binnen Nederland en Europa. De normcommissie is actief betrokken bij het opstellen en herzien van Europese normen. Ook houdt de commissie zich bezig met ontwerpen, het vaststellen van nieuwe en onderhouden van bestaande niet-RVV verkeersborden, naar aanleiding van vragen uit de markt. Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu wordt voorzien van advies en voorstellen omtrent nieuwe RVV verkeersborden. Zie ook deze website

Raakvlaktype: Gezamenlijk beheer Potentieel gezamenlijk beheer van de de statische verkeersborden die genomineerd zijn om in de wet te worden opgenomen. Hiervoor moeten nog afspraken worden gemaakt.

11.7 VNVF

De Vereniging voor Nederlandse Verkeersbordenfabrikanten. Deze fabrikanten maken gezamelijk afspraken over de bestelcodes voor nieuwe verkeersborden, die logisch zijn opgebouwd uit borden, onderborden, eigen afbeeldingen en eigen teksten. De wegbeheerder zou vanuit de verkeerskundige informatie een bord moeten kunnen bestellen zonder dubbelop ook een bestelcode te hoeven registreren, immers, de inhoud van het bord is al geregistreerd.

Raakvlaktype: Gezamenlijk beheer Daarom is het uitgangspunt, dat het Informatiemodel Verkeerstekens aansluit op de bestelcodering van het VNVF, op zo'n manier dat de bestelcode kan worden afgeleid uit de verkeerskundige informatie.

11.8 Internationaal

11.8.1 Vlaanderen

OSLO publiceert informatiemodellen rondom wegen en verkeer.

11.8.2 Zweden

De Zweedse overheid publiceert de Zweedse netwerkregistratie.

12. Uitgangspunten beheer

Het Informatiemodel Verkeerstekens zal in beheer genomen moet worden om up to date te blijven. Dit hoofdstuk beschrijft hiervoor de afspraken en randvoorwaarden. Zonder een goed beheerproces, waarin een informatiemodel in de eerste drie jaar uitgebreid wordt beproefd en verbeterd, kan geen goed werkend informatiemodel worden ontwikkeld. Zeker niet, als dit toekomstbestendig moet zijn en geschikt voor uitbreidingen. Dit vraagt om beproeving, wijziging en uitbreiding. Na drie jaar is een informatiemodel stabieler en gaat de beheerlast omlaag. De beproeving zit zowel in het opstellen en behereen van de verkeerskundige data, als in het gebruik ervan. Beide stakeholders, producenten en consumenten van verkeerskundige informatie kunnen hiermee feedbcak geven over de werkbaarheid en functionaliteit van het informatiemodel.

12.1 BOMOS

De beheerstrategie MOET open en transparant zijn conform het Beheermodel voor Open Standaarden, zie ook de BOMOS-documentatie.

Beheer volgens BOMOS heeft de volgende voordelen:

Figuur 15 Activiteitendiagram van Beheermodel voor Open Standaarden (BOMOS) van Forum voor standaardisatie

Het Informatiemodel Verkeerstekens MOET voldoen aan de criteria van Ken Krechmer voor digitale en informatiestandaarden. Deze zijn aanvullend op de standaard eisen vanuit BOMOS.

Voor de verdere invulling van de Beheerstrategie is inmiddels een apart document opgesteld: Beheerplan

13. Samenstelling informatiemodel

13.1 Inleiding

In onderstaande afbeelding staan de onderdelen waaruit het informatiemodel bestaat.

Figuur 16 De samenstelling van het informatiemodel

De links naar deze odnerdelen en nadere toelichting hiervan is inmiddels opgenomen in de ReadME op GitHub.

14. Vervolg

14.1 Ontwikkelingfase

In de ontwikkelingsfase worden de onderdelen van het Informatiemodel Verkeerstekens gemaakt die in hoofdstuk 12 beschreven staan.

Zonder een goed beheerproces, zoals beschreven in hoofdstuk 11, waarin een informatiemodel in de eerste drie jaar uitgebreid wordt beproefd en verbeterd, kan geen goed werkend informatiemodel worden ontwikkeld. Zeker niet, als dit toekomstbestendig moet zijn en geschikt voor uitbreidingen. Dit vraagt om beproeving, wijziging en uitbreiding. Na drie jaar is een informatiemodel stabieler en gaat de beheerlast omlaag.

Een informatiemodel werpt pas vruchten af als het geimplementewerd is en de bijbehorende informatie ook op vergelijkbare manier is opgesteld en doorzoekbaar is op basis van het informatiemodel en databases en applicaties daarop zijn ingericht. De periode van drie jaar geeft de wegbeheerders, KOOP, NDW en SMART Mobility leveranciers de gelegenheid om ook de eigen implementatie van het informatiemodel te ontwikkelen en beproeven.

Figuur 17 De ontwikkelingsfase van het informatiemodel in de eerste drie jaren.

14.2 Beheerfase

Na de ontwikkel- en beproevingsfase gaat het informatiemodel een relatief stabiele fase in waarbij wijzigingen vooral bestaan uit aanvullingen, of eventueel updates op basis van wetswijzigingen.

14.3 Scope-ontwikkeling

Indien de scope van het informatiemodel wordt uitgebreid, geldt voor deze uitbreiding weer bovenstaand traject van ontwikkeling, beproeving en beheer.

Figuur 18 Een voorbeeld van potentiële scope-uitbreidingen van het informatiemodel voor andere doelgroepen, zoals beschreven in hoofdstuk 5, de stakeholderanalyse

15. Definities

actiepunt

De plek op het NWB-wegvak waar een verkeersmaatregel geldt

adviessnelheid

Een verkeersmaatregel die een aanbevolen maar niet verplichte maximumsnelheid geeft

ASVV: Aanbevelingen voor Verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom

CROW publiceert de ASVV, de Aanbevelingen voor Verkeersvoorzieningen Binnen de Bebouwde Kom. De kennis uit de ASVV wordt gebruikt door verkeerskundig ontwerpers, adviseurs, wegbeheerders, beleidsmedewerkers en juristen. De ASVV is op dit moment geen open standaard, er moet een abonnement voor worden afgesloten. Zie ook ASVV op crow.nl.

BABW: Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer

Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer. De Algemene maatregel van bestuur waarbij regels worden gesteld voor het nemen van verkeersbesluiten en verkeersmaatregelen. Bron: CROW thesaurus

De BABW bevat regels over de plaatsing en uitvoering/materialisatie van verkeersborden. BABW verwijst naar de NEN3381:2020 voor visualisaties van de fysiek te plaatsen verkeersborden. regeling

bebakening

Bebakening is het samenstel van op, in en naast de verharding aangebrachte verkeerstekens en voorwerpen die ter geleiding, waarschuwing, regeling en beveiliging van het verkeer dienen. Bron: CROW thesaurus

beïnvloedingsgebied

Een geografische locatie (punt, polygoon of vlak) waarvoor een verkeersmaatregel of waarschuwing geldt. Dit kan resulteren in een werkingslengte, rijstrookaanduiding, een route, of een zone.

bewegwijzering

Bewegwijzering is het geheel van visuele middelen dat op, langs of boven de weg is aangebracht om de weggebruiker in staat te stellen zijn route te bepalen. Bron: CROW thesaurus

BGT: Basisregistratie Grootschalige Topografie

Een digitale kaart van Nederland waarop gebouwen, wegen, waterlopen, terreinen en spoorlijnen eenduidig zijn vastgelegd. De kaart is op 20 centimeter nauwkeurig. De informatie wordt aangeleverd door de beheerders van de objecten. Wegen zijn hierin opgenomen als 2D vlakobject. Verkeersborden zijn hierin opgenomen als 2D punt van het type "bord", op basis van het informatiemodel IMGeo.

Buyer Group verkeersborden

De Buyer Group verkeersborden en bewegwijzering werkt aan het verduurzamen van verkeersborden en bewegwijzering. In maandelijkse sessies delen de opdrachtgevers kennis en ervaringen en werken zij samen aan één duurzame marktvisie en -strategie. Deze strategie passen deelnemers toe in hun eigen projecten. Zie ook deze website

CROW

Kennisinstelling voor de openbare ruimte en infrastructuur

Data Top 15

In het landelijke programma 'Digitalisering Overheden' werkt het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat met vijf landsdelen samen om er voor te zorgen dat in 2023 alle wegbeheerders 'digitaal capabel in mobiliteit' zijn. Hiervoor is een Data Top 15 opgesteld, met onder andere maximumsnelheden, verkeersborden en andere datasets. Zie datapedia.nl.

Datex II

DATEX II is de Europese standaard voor het vastleggen en uitwisselen van verkeersgegevens tussen verkeerscentrales, verkeersinformatiecentra en dienstverleners. Website

DigiGO

DigiGO maakt en beheert standaarden voor de gebouwde omgeving, waaronder de met het informatiemodel samenhangende standaard NLCS en het [DSGO]-stelsel. Website.

Digitaal Stelsel
Een geïntegreerd systeem dat technologieën, gegevens, processen en standaarden combineert om informatie-uitwisseling en samenwerking binnen een bepaald domein te faciliteren.
DMI-ecosysteem

Het Dutch Metropolitan Innovations (DMI)-ecosysteem voorziet de domeinen van mobiliteit, openbare ruimte en woningbouw van nieuwe instrumenten vanuit de digitale wereld. DMI is mede mogelijk gemaakt door het Nationaal Groeifonds. DMI-website

DSGO
Digitaal Stelsel Gebouwde Omgeving maakt een set van uniforme afspraken die zorgt voor veilige, betrouwbare en gecontroleerde toegang tot data in de gebouwde omgeving. Dit stelsel wordt ontwikkeld en beheerd door DigiGO Doel: Met deze uniforme afspraken maken alle ketenpartners die actief zijn in de verschillende fases van de levenscyclus van een bouwwerk makkelijk en veilig gebruik van reeds beschikbare data. Waardoor zij in staat zijn om hun onderlinge – digitale - samenwerking te verbeteren, en efficiënter en duurzamer te werken.
dynamisch verkeersbord

Een verkeersbord weergegeven op een electronisch signaleringsbord, waarmee telkens wisselende afbeedlingen dan wel teksten getoond kunnen worden.

federatief data delen

Federatief data delen door de overheid is een manier waarop overheidsorganisaties gegevens delen zonder alles op één plek op te slaan. Het draait om samenwerking en het soepel laten aansluiten van verschillende systemen, zodat informatie makkelijk en veilig beschikbaar is. In een federatief stelsel spelen landelijke registraties een centrale rol als betrouwbare bronnen van kerngegevens, zoals een samenhangend verkeerskundig wegennetwerk. Ze vormen het fundament waarop andere overheidsorganisaties kunnen aansluiten, waardoor gegevensbijvoorbeeld de verkeerskundige informatie consistent is, actueel en efficiënt beschikbaar zijn binnen het netwerk.

fysieke plaat

De fysieke uiting van verkeersmaatregelen, met op de Fysieke plaat een schild met een omlijsting en achtergrondkleur en daarop iconen, in de vorm van afbeeldingen van verkeersborden of teksten.

GEBORA

GEBouwde Omgeving Referentie Architectuur, dit is één van de families binnen het digitale stelsel NORA. Deze referentie architectuur beschrijft de manier van werken in de gebouwde omgeving. Daartoe is een ketenbenadering gekozen: de waardeketens vormen het hoogste niveau van beschrijving in de organisatielaag. De waardeketens worden gebaseerd op de asset life cycle. GEBORA wordt ontwikkeld en beheerd door DigiGO, zie deze website.

Geometrische objectrepresentatie

De weergave van een object, zoals een verkeersbord of een weg, in een GIS of CAD model. Dit kan een punt, vlak of lijn zijn, maar ook een 3D vorm. Een object zoals een verkeersbord kan meerdere representaties hebben.

Geonovum
Geonovum beheert de Nederlandse geo-standaarden waaronder IMgeo, en is trekker van het DMI-ecosysteem.
Handboek Wegontwerp

CROW publiceert het Handboek Wegontwerp. Dit is een bundeling kennis, richtlijnen en praktijkvoorbeelden rond het ontwerp van wegen buiten de bebouwde kom (Bubeko). Het Handboek Wegontwerp is geen open standaard maar kennis waarvoor een abonnement moet worden afgesloten. Zie ook deze website

Herhalingsbord

Een bord geplaatst ter herinnering aan eenzelfde bord dat aan het begin van een en hetzelfde wegvak geplaatst is. Definitie conform de BABW.

IMBOR

Het Informatiemodel Beheer Openbare Ruimte (IMBOR) bevat de afspraken over de benamingen en definities van alle type objecten in de openbare ruimte en de beheergegevens die per type object vastgelegd kunnen worden. De objecttypen uit de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) vormen de de geometrische representatie van de objecten in IMBOR. Zie ook deze website en deze viewer

IMGeo

Het Informatiemodel ontwikkeld voor objectgerichte geografische informatie in de BGT. Wegen zijn hierin opgenomen als 2D vlakobject. Verkeersborden zijn hierin opgenomen als 2D punt van het type "bord".

Informatiemodel Verkeerstekens

Een informatiemodel waarmee verkeersmaatregelen, waarschuwingen en verkeerstekens op eenduidige manier digitaal gepubliceerd kunnen worden in relatie tot het verkeerskundige wegennetwerk, zodat deze informatie machine-verwerkbaar is.

INSPIRE

In het kader van INSPIRE realiseren de Europese lidstaten een digitaal netwerk voor het uitwisselen van gegevens over de leefomgeving. Geonovum ondersteunt het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en dataproviders bij de invoering van INSPIRE in Nederland.

Intelligente snelheidsondersteuning (ISA)

Een systeem om de bestuurder te helpen de juiste snelheid voor de wegomgeving aan te houden door hem specifieke en gepaste feedback te geven.

Bron: Verordening (EU) 2019/2144, art 3, lid 3

KOOP

Kennis- en Exploitatiecentrum voor Officiële Overheidspublicaties. De primaire taak van KOOP is het rechtsgeldig bekendmaken en beschikbaar stellen van wet- en regelgeving van alle overheden van Nederland.

KpVV: Kennisprogramma Verkeer en Vervoer

Onder de vlag van CROW wordt het Kennisprogramma Verkeer en Vervoer uitgevoerd. Doel van dit programma is om door middel van kennis bij te dragen aan de kennisbehoefte van de decentrale overheden op het gebied van mobiliteit. De projecten zijn gericht op het ontwikkelen van nieuwe kennisproducten of op kennisontwikkeling en – uitwisseling (bv communities). Zie ook deze website

lokale wettelijke maximumsnelheid
Een lokaal afwijkende maximumsnelheid ten opzichte van de standaard wettelijke maximumsnelheid die bij het snelheidsregime van de weg hoort volgens het § 8 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)
MIM: Metamodel informatiemodellering
NDTFL
De Nationale Digitale Tweeling voor de fysieke Leefomgeving, waarmee de referentie-architectuur wordt gegeven voor een ecosysteem van digitale tweelingen van de gebouwde omgevingen. NDTFL wordt ontwikkeld en beheerd door Geonovum, zie dit ontwikkelvoorstel Hierbij horen architectuur uitgangspunten.
NDW: Nationaal Dataportaal Wegverkeer

Onder vlag van het NDW werken Nederlandse overheden samen aan het inwinnen, combineren, opslaan en distribueren van mobiliteitsdata. Deze gegevens zijn essentieel voor het managen van het verkeer, ze voeden talloze verkeersinformatiediensten en vormen een stevige basis onder het mobiliteitsbeleid in ons land. NDW is de gezamenlijke organisatie die de inwinning van de gegevens organiseert, toeziet op de kwaliteit, data verrijkt, opslaat en publiceert. Zie ook De website van het NDW

Niet-wettelijk verkeersbord

Verkeersbord waarvoor geen wettelijke basis is in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) of daarop aanvullende wetten.

NLCS: de Nederlandse CAD Standaard

BIM loket beheert de Nederlandse CAD Standaard, de Nederlandse CAD standaard voor uitwisseling van informatie in 2D CAD-ontwerptekeningen. CAD betekent Computer-aided design: het ontwerpen van onder meer constructies en apparaten met behulp van computerprogramma's. De NLCS bevat basisafspraken over het omgaan met metadata, digitaal tekenen, het uiterlijk van de tekening en – vooral – de bestandsopbouw van 2D-tekenwerk. Deze afspraken zijn onafhankelijk van de CAD-platforms die geleverd worden door softwareleveranciers. NLCS website

NORA

Nederlandse Overheid Referentie Architectuur, set van voor overheden bindende afspraken over interoperabiliteit en kwaliteit van digitale dienstverlening in de publieke sector. Startpagina

Normcommissie Verkeerstekens

De normcommissie Verkeerstekens houdt zich onder de vlag van de NEN bezig met de normalisatie op het gebied van verkeerstekens. De Europese en nationale normalisatie is gericht op uniformering van het programma van eisen van de constructies van verkeerstekens binnen Nederland en Europa. De normcommissie is actief betrokken bij het opstellen en herzien van Europese normen. Ook houdt de commissie zich bezig met ontwerpen, het vaststellen van nieuwe en onderhouden van bestaande niet-RVV verkeersborden, naar aanleiding van vragen uit de markt. Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu wordt voorzien van advies en voorstellen omtrent nieuwe RVV verkeersborden. Zie ook deze website

NWB-Junctie

Het begin- of eindpunt van één of meer wegvakken in het Nationaal Wegen Bestand (NWB). In het NWB hebben juncties aan de hand van X- en Y-coördinaten een locatie in het digitale verkeerskundige wegennetwerk gekregen. Juncties komen voor bij kruispunten, gemeentegrenzen, provinciegrenzen, beheergrenzen en bij bepaalde specifieke kenmerkwijzigingen zoals straatnaamwijziging.

NWB-Wegvak

Een wegvak in het Nationaal Wegen Bestand (NWB) is een deel van een weg, dat zich tussen twee punten (juncties) bevindt.

Een wegvak in het Nationaal Wegen Bestand (NWB) is Road element conform de Europese standaard voor wegeninformatie (Geografic Data Files).

Een wegvak in het NWB is een lijn met x- en y coördinaten. Elk wegvak loopt van een begin- naar een eindjunctie en kent een positieve en een negatieve richting. Welke van beide juncties als beginjunctie van het wegvak wordt benoemd, is volstrekt willekeurig.

Daarbij gelden momenteel de volgende regels:

  • Wanneer een weg uit één rijbaan bestaat, ook als die in beide richtingen bereden kan worden, is deze in het NWB opgenomen als één wegvak.
  • Wanneer een weg meerdere rijbanen heeft, wat vooral het geval is bij Rijkswegen, worden deze rijbanen als aparte wegvakken in het bestand verwerkt.
  • Het Nationaal Wegen Bestand is nog niet tot op het niveau van een rijstrook gedifferentieerd; een rijbaan met meerdere rijstroken is als één wegvak opgenomen in het NWB. Op het hoofdwegennet wordt wel het aantal rijstroken gedefinieerd als attribuut van het wegvak.
NWB: Nationaal Wegenbestand

Een open geografisch databestand van een verkeerskundig wegennetwerk bestaande uit lijnen (NWB-wegvakken) en knopen (NWB-juncties) met alle wegen in Nederland die in beheer zijn bij het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen of beheerorganisaties zoals Schiphol en Havenbedrijf Rotterdam. Ook losliggende voet- en fietspaden en onverharde wegen zijn in het NWB-Wegen opgenomen. Het NWB is gedeeld eigendom van alle wegbeheerders en gebruikers van wegendata in Nederland. Het Nationaal Wegenbestand wordt op vrijwillige basis bijgehouden door wegbeheerders, gemeenten en provincies. Zie ook deze website

onderbord

Een bord onder het verkeersbord met een van de volgende inhouden:

  1. Een nadere uitleg van het verkeersbord
  2. ingeval op een onderbord uitsluitend symbolen voorkomen: het verkeersbord geldt slechts voor de aldus aangeduide weggebruikers of het aldus aangeduide verkeersgedrag;
  3. ingeval op een onderbord het woord "uitgezonderd" in combinatie met symbolen voorkomt: het verkeersbord geldt niet voor de aldus aangeduide weggebruikers of het aldus aangeduide verkeersgedrag.
OSLO: Open Standaarden voor Linkende Organisaties

Het Belgische OSLO (Open Standaarden voor Linkende Organisaties) ontwikkelt en publiceert open standaarden in co-creatie met publieke of private partners. De Vlaamse Overheid zet daarmee in op een eenduidige standaard voor de uitwisseling van informatie. Het is de bedoeling om te zorgen voor meer samenhang, een betere begrijpbaarheid en een betere vindbaarheid van informatie en dienstverlening. Op die manier kan iedereen de gegevens makkelijker gebruiken. Doel is het bereiken van semantische interoperabiliteit.

PIANOo

PIANOo, Expertisecentrum Aanbesteden van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft als taak het inkopen en aanbesteden bij overheden te professionaliseren. PIANOo brengt experts op inkoop- en aanbestedingsgebied bij elkaar, bundelt kennis en ervaring en geeft advies en praktische tips. PIANOo valt per 1 januari 2017 onder de directie Nationale Programma's van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Zie ook deze website

rijbaan

Elk voor rijdende voertuigen bestemd weggedeelte met uitzondering van de fietspaden en de fiets/bromfietspaden. Bron: RVV1990

rijbaandeel

Delen van de rijbaan waarvoor aparte verkeersregels bestaan in Hoofdstuk II Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), dit betreft rijstroken en fietsstroken

rijrichting

De richting waarin je moet of mag rijden

rijstrook

Door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan van zodanige breedte dat bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen daarvan gebruik kunnen maken. Bron: Artikel 1 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Merk op, dat in deze definitie de fietsstrook niet als rijstrook is gedefinieerd. Het aspect Strook in het informatiemodel kan zowel een nummer van een rijstrook als van een fiets- of voetgangersstrook zijn.

route

Een verzameling met meerdere wegvakken waarvoor een verkeersmaatregelen of waarschuwingen gelden, denk bijvoorbeeld aan een route voor transport voor gevaarlijke stoffen, of een weg met meerdere kruispunten (en dus meerdere wegvakken) waarvoor een verlaagde snelheid geldt.

RVV 1990

Het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 is een uitvoeringsbesluit bij de Wegenverkeerswet 1994. In het RVV zijn de verkeersregels en verkeerstekens te vinden die in Nederland van toepassing zijn.

Tekst van de regeling

Schild
De achtergrond van een Fysieke Plaat, waar verkeersborden en onderborden op kunnen staan. Een schild heeft een kleur en kan woorden bevatten zoals Zone of Herhaling

Het Metamodel Informatie Modellering (MIM) is een gemeenschappelijk vertrekpunt voor het maken van informatiemodellen. Het model bevat duidelijke afspraken over het vastleggen van gegevensspecificaties en biedt tegelijkertijd ruimte aan de verschillende niveaus van modellering. Het MIM is in 2020 uitgekomen en vormt een belangrijke leidraad voor het informatiemodel, ondanks enkele tegenstrijdigheden met de [NEN_2660_2_2022].

Het MIM gaat uit van:

Het MIM gaat uit van een begrippenkader en een explicietere modellering van een informatiemodel.

Smart Mobility

Reis- en rijgedrag ondersteund door digitale systemen waaronder andere navigatiesystemen, rijtaakondersteunende systemen, zelfrijdende voertuigen, intelligente verkeersregelinstallaties en systemen waarmee reizigers hun reis online kunnen plannen, reserveren, betalen en onderweg op de hoogte te blijven

Snelheidsregime

Snelheidsregime voor verkeer conform § 8 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)

SPARQL

SPARQL (SPARQL Protocol and RDF Query Language) is een RDF-zoektaal (querytaal) die gebruikt wordt om RDF-gebaseerde data te bevragen door middel van zoekopdrachten (queries). Met deze zoektaal is het mogelijk om informatie op te vragen voor applicaties op het semantisch web. Bron: Wikipedia

standaard wettelijke maximumsnelheid
De maximumsnelheid die bij het snelheidsregime van de weg hoort volgens het § 8 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)
statisch verkeersbord

Een verkeersbord waarop altijd dezelfde afbeelding dan wel tekst te zien is

Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens

Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens. Regeling

verkeersbesluit

Wegbeheerders zijn per 01072021 wettelijk verplicht om verkeersbesluiten over nieuwe en langdurende (>4 maanden) tijdelijke verkeerskundige situaties digitaal te publiceren in de decentrale bladen zoals het Gemeenteblad, Provinciaal Blad, Waterschapsblad of Staatscourant en deze officieel bekend te maken op www.overheid.nl, conform Wegenverkeerswet 1994 artikel 15.

verkeersbesluiten applicatie

Een applicatie van KOOP voor het publiceren van (eenvoudige) Verkeerskundige informatie bij verkeersbesluiten

verkeersbord

In het informatiemodel wordt hier specifiek bedoeld de afbeeldingen (InformatieObjecten) zoals bekend uit de RVV 1990, bijlage 1 bedoeld om op een fysieke plaat weer te geven ter regeling, waarschuwing, geleiding of informering van het verkeer.

verkeersbordendata

De door het NDW gepubliceerde fysiek geplaatste, geplande en verwijderde verkeersborden in Nederland.

verkeerskundig wegennetwerk

Een geometrische beschrijving van de wegen op basis van lijnen en knopen, waarmee de routes die gereden kunnen worden vastliggen. Deze beschrijving kan zich op verschillende abstratieniveau's bevinden: op wegniveau, op rijbaanniveau en op rijstrookniveau.

verkeerskundige informatie

Informatie over de op een weg geldende verkeersmaatregelen, waarschuwingen en de bijbehorende verkeersborden.

verkeersmaatregel

Een gebod en/of verbod of adviessnelheid dat kan worden gevisualiseerd met een verkeersbord uit bijlage I, behorende bij het RVV 1990, categorie A tot en met H.

Verkeersregel
De regels voor verkeer uit Hoofdstuk II Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)
verkeersteken
  • verkeersborden
  • verkeerslichten
  • verkeerstekens op het wegdek

Bron: BABW

Verordening (EU) 2019/2144

De Europese Unie heeft in deze wet besloten om voor ISA een snelheidsbeperking afdwingende versie te gaan voorschrijven, samen met een aantal andere veiligheidsmaatregelen voor voertuigen, verplicht in voertuigen die verkocht worden vanaf 2022.

Bron: Verordening (EU) 2019/2144, art 3, lid 3

Vlaamse wegen OTL

Een uitwerking van OSLO is de objecttypenbibliotheek van alle weginfrastructuurobjecten van het Agentschap wegen en verkeer, zoals beschreven in de verschillende standaardbestekken. Elk objecttype heeft daarin een eenduidige definitie, een aantal vastgelegde eigenschappen en mogelijke relaties met andere objecttypes. Zie ook deze website en meer specifiek de startpagina over de OTL.

VNG: Vereniging Nederlandse Gemeenten

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten is de koepelorganisatie van alle gemeenten in Nederland. De VNG is een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid naar Nederlands recht.

VNVF
De Vereniging voor Nederlandse Verkeersbordenfabrikanten. Deze fabrikanten maken gezamelijk afspraken over de bestelcodes voor nieuwe verkeersborden, die logisch zijn opgebouwd uit borden, onderborden, eigen afbeeldingen en eigen teksten.
voorwaarschuwingsbord

Een op enige afstand voor het bord geplaatst identiek bord van bijlage 1 van het RVV 1990, met een onderbord waarop een afstandsaanduiding is vermeld. Definitie conform de BABW.

waarschuwing

De waarschuwingen aan het verkeer op een locatie volgens de RVV 1990, Bijlage 1 Verkeersborden, categorie J.

weg

Alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten. Bron: Wegenverkeerswet

wegalignement

Een aaneenschakeling van bogen, overgangsboden en rechte lijnen met daarbij vastgelegd de gebruikte ontwerpsnelheid en verkanting (hoe schuin de weg ligt in een boog). Op basis van de ontwerpsnelheid, die meestal gelijk is aan de gewenste wettelijke maximumsnelheid, kan vervolgens onderzocht worden, of de weg comfortabel en veilig te berijden valt. Uit het alignement volgt de benodigde rijstrookbreedte die toeneemt bij hogere snelheden of krappe bochten.

wegdeel

Delen van de weg waarvoor aparte verkeersregels bestaan in Hoofdstuk II Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), voorbeelden: rijbaan, voetpad, fietspad, ruiterpad

weggebruiker

Voetgangers, fietsers, bromfietsers, bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, van een motorvoertuig of van een tram, ruiters, geleiders van rij- of trekdieren of vee en bestuurders van een bespannen of onbespannen wagen. Definitie conform de RVV 1990.

WEGGEG

De gegevens over wegkenmerken op het Nederlandse hoofdwegennet. De bestanden zijn beschikbaar als een landelijke webservices via het open data portaal van Rijkswaterstaat.

Wegmarkering

Op of in het oppervlak van de verharding aangebrachte tekens ter geleiding, waarschuwing, regeling of informatie van het verkeer. Bron: CROW thesaurus.

Wegmarkering omvat onder meer pijlen, strepen, doorgetrokken en onderbroken lijnen en haaientanden.

Wegontwerp RWS

Rijkswaterstaat publiceert op deze website eigen handleidingen en richtlijnen voor wegontwerp.

wegvak

Gedeelte van een weg tussen twee zijwegen of – indien geen zijweg aanwezig is – tussen twee punten waarop een verkeersmaatregel betrekking heeft. Bron: BABW

werkingslengte

De werkingssfeer van punt a naar punt b op een NWB-wegvak waarvoor een verkeersmaatregel of waarschuwing van toepassing is.

Wettelijk verkeersbord

Verkeersbord met een wettelijke basis in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) of daarop aanvullende wetten.

WKD: Wegkenmerken Database

De gegevens over wegkenmerken op het nederlandse wegennet. De bestanden zijn beschikbaar als een landelijke webservices via het open data portaal van Rijkswaterstaat. Daar waar de wegkenmerken op het rijkswegennet bekend zijn (WEGGEG) komen ze ook terug in WKD. WKD is volop in ontwikkeling en kent medio 2022 de volgende wegkenmerken: maximumsnelheid, wegcategorie, komgrenzen, wegbreedte en breedtebeperkingen, verkeerstype, aanwezigheid inritten en parkeerpunten op 80 km/h wegen aanwezigheid parkeervlakken langs overige wegen alsmede diverse informatie mbt begroeiing en bomen langs de 80km/h wegen.

zone

Gebied bestaande uit meerdere (delen van) wegvakken waarvoor een verkeersmaatregel geldt, conform Artikel 66 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)

Zweedse netwerkregistratie

Zweden heeft een netwerkregistratie live staan met deze website, deze landingspagina voor datasets en deze Engelstalige toelichting

A. Index

A.1 Termen gedefinieerd door deze specificatie

A.2 Termen gedefinieerd door referentie

B. Index van eisen

  1. In § 3.1 Doel informatiemodel:
    1. Het Informatiemodel Verkeerstekens MOET zorgen dat verkeersmaatregelen, waarschuwingen en verkeersborden op eenduidige manier gepubliceerd kunnen worden in relatie tot het verkeerskundige wegennetwerk, zodat deze informatie machine-verwerkbaar is.
    2. Het Informatiemodel Verkeerstekens MOET het opstellen en beheren van de verkeerskundige informatie ondersteunen: de wegbeheerder moet daarvoor herkenbare informatievelden invullen en de informatie kunnen beheren als aanvulling op, en passend bij, de asset informatie voor beheer en voor andere landelijke registraties.
  2. In § 3.4.1 Levensfase assets:
    1. Het informatiemodel MOET het gebruik van de weg ondersteunen met digitale verkeerskundige informatie.
    2. Het informatiemodel MOET rekening houden met aansluiting op asset informatie van de wegbeheerder en daarmee het opstellen en beheren van de digitale verkeerskundige informatie door de wegbeheerder ondersteunen.
  3. In § 3.4.3 Verkeersmaatregelen:
    1. Het informatiemodel MOET de types en definities van de verkeersmaatregelen, waarschuwingen bevatten die in de RVV 1990 staan.
    2. Het informatiemodel MOET de types en definities van de verkeersmaatregelen, waarschuwingen bevatten die genomineerd zijn om in de wet te worden opgenomen.
    3. Het informatiemodel MOET duidelijk aangeven welke verkeersmaatregelen of waarschuwingen al opgenomen zijn in wetgeving, en welke nog niet.
    4. Het informatiemodel MOET mogelijk maken om niet-wettelijke borden, die wel buiten aanwezig zijn of die slechts genomineerd zijn om opgenomen te worden, te registreren.
  4. In § 3.4.4 Statische verkeersborden:
    1. Het informatiemodel MOET de types en definities van de statische verkeersborden bevatten die in de RVV 1990 staan.
    2. Het informatiemodel MOET de types en definities van de statische verkeersborden bevatten die genomineerd zijn om in de wet te worden opgenomen.
    3. Het informatiemodel MOET duidelijk aangeven welke statische verkeersborden al opgenomen zijn in wetgeving, en welke nog niet.
    4. Het informatiemodel MOET de meest voorkomende onderborden uit de praktijk opnemen en de mogelijkheid om eigen gemaakte teksten op onderborden te publiceren.
  5. In § 4.3.1.1 NWB-Wegvak:
    1. Het informatiemodel MOET aansluiten op het informatiemodel van het NWB om te zorgen dat verkeerskundige informatie gekoppeld kan worden aan het juiste NWB-wegvak en de juiste richting in het NWB-wegvak.
  6. In § 4.3.1.1.1 Rijrichting:
    1. Het informatiemodel MOET als default situatie hebben dat een verkeersmaatregel of waarschuwing van toepassing is op het gehele NWB-wegvak, in beide richtingen.
    2. Het informatiemodel MOET de mogelijkheid bieden om aan te duiden vanaf welke [NWB-junctie] een verkeersmaatregel of waarschuwing geldt, indien deze alleen in één richting geldt.
  7. In § 4.3.1.1.2 Rijstrook:
    1. Het informatiemodel MOET de mogelijkheid bieden om de verkeersmaatregelen en waarschuwingen te laten gelden voor één van de rijstroken, die oplopend vanaf één worden genummerd vanuit het midden van de weg. Ook als het NWB-Wegvak nog niet is gesplitst in rijstroken.
  8. In § 4.3.1.2 Werkingslengte:
    1. Het informatiemodel MOET als default situatie hebben dat de verkeersmaatregel of waarschuwing geldt voor het gehele NWB-wegvak.
    2. Het informatiemodel MOET de mogelijkheid bieden om een verkeersmaatregel of waarschuwing te laten gelden vanaf een beginpunt in het [NWB-wegvak].
    3. Het informatiemodel MOET de mogelijkheid bieden om een verkeersmaatregel of waarschuwing te laten gelden tot een eindpunt in het [NWB-wegvak].
  9. In § 4.3.2 Verkeersmaatregel:
    1. Het informatiemodel MOET de mogelijkheid bieden om een verkeersmaatregel of waarschuwing van toepassing te laten zijn op een of meerdere NWB-wegvakken.
  10. In § 4.3.3 Fysiek verkeersbord:
    1. Het informatiemodel MOET de mogelijkheid bieden om aan te duiden waar het fysieke verkeersbord staat ten opzichte van het wegennetwerk, de netwerklocatie: Het informatiemodel MOET de mogelijkheid bieden om aan te duiden voor welk wegvak het fysieke verkeersbord bedoeld is. Het informatiemodel MOET de mogelijkheid bieden om aan te duiden voor welke rijrichting het fysieke verkeersbord bedoeld is (heen of terug) Het informatiemodel MOET de mogelijkheid bieden om aan te duiden waar het fysieke verkeersbord staat: boven de weg, of links of rechts naast de weg.
    2. Het informatiemodel MOET de mogelijkheid bieden om aan te duiden voor welk wegvak het fysieke verkeersbord bedoeld is.
    3. Het informatiemodel MOET de mogelijkheid bieden om aan te duiden voor welke rijrichting het fysieke verkeersbord bedoeld is (heen of terug)
    4. Het informatiemodel MOET de mogelijkheid bieden om aan te duiden waar het fysieke verkeersbord staat: boven de weg, of links of rechts naast de weg.
    5. Het informatiemodel MOET de mogelijkheid bieden om aan te duiden waar het fysieke verkeersbord staat op een kaart of in een 3D model, daarvoor is een geolocatie en een geo-orientatiehoek nodig.
  11. In § 4.3.4 Onderbord:
    1. Het informatiemodel MOET de mogelijkheid bieden om de informatie op een onderbord weer te geven.
  12. In § 4.3.5 Visualisatie verkeersbord:
    1. Het informatiemodel MOET voor elk type verkeersmaatregel of waarschuwing weergeven, welk type bord moet worden getoond ten behoeve van de visuele ondersteuning van de weggebruiker.
  13. In § 4.3.5.1 Afbeeldingen verkeersborden:
    1. Het informatiemodel MOET een schaalbare afbeelding (SVG) van de fysieke verschijningsvorm van verkeersborden en onderborden bevatten grote gelijkenis met de afbeeldingen in de RVV-1990.
    2. Het informatiemodel MOET gebruik maken van een lettertype uit het publiek domein met grote gelijkenis met de lettertypes in de RVV-1990.
  14. In § 5.2.2.1 Beïnvloedingsgebied:
    1. Het informatiemodel MOET de mogelijkheid bieden, maar niet verplichten, om een verkeersmaatregel of waarschuwing van toepassing te laten zijn op een zone of een route.
    2. Het informatiemodel MOET de mogelijkheid bieden, maar niet verplichten, om met een link te verwijzen van een zone of een route naar een een geometrische representatie (vlak of polygoon).
  15. In § 5.2.2.2 Selecteren verkeersbord:
    1. Het informatiemodel MOET de relaties bevatten tussen de types verkeersborden en de bijbehorende types verkeersmaatregelen en waarschuwingen die kunnen voorkomen.
    2. Het informatiemodel MOET bij een type verkeersmaatregel of waarschuwing aanduiden, welke verkeersborden hier bij toegepast kunnen worden.
    3. Het informatiemodel MOET de relaties bevatten tussen de types verkeersborden en de bijbehorende types onderborden.
    4. Het informatiemodel MOET de mogelijkheid bieden om aan een verkeersmaatregel en waarschuwing een of meerdere verkeersborden te verbinden.
  16. In § 5.2.6.1 Ingangsdatum:
    1. Het informatiemodel MOET de mogelijkheid bieden om een begin- en einddatum en -tijdstip aan te duiden voor een verkeersmaatregel of waarschuwing
    2. Het informatiemodel MOET de mogelijkheid bieden om een begin- en einddatum en -tijdstip aan te duiden voor plaatsing en weghalen van een verkeersbord. Als geen datum is aangegeven, gelden de begin- en einddatum van de bijbehorende verkeersmaatregel.
  17. In § 6.2 BABW:
    1. Verkeersborden MOETEN voldoen aan § 1 Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)
    2. Onderborden MOETEN voldoen aan § 2 Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)
    3. Zoneborden MOETEN voldoen aan § 3 Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)
    4. Het informatiemodel MOET de mogelijkheid bieden om aan te duiden of een bord bedoeld is als voorwaarschuwingsbord.
    5. Het informatiemodel MOET de mogelijkheid bieden om aan te duiden of een bord bedoeld is als herhalingsbord.
  18. In § 7.1 NORA:
    1. Het Informatiemodel Verkeerstekens MOET ondersteunen dat publicatie van verkeerskundige informatie door NDW binnen de architectuurprincipes van NORA passen.
  19. In § 7.2 GEBORA:
    1. Het Informatiemodel Verkeerstekens MOET ondersteunen dat publicatie van verkeerskundige informatie door NDW binnen de architectuurprincipes van GEBORA passen.
  20. In § 7.3 NDTFL:
    1. Het Informatiemodel Verkeerstekens MOET ondersteunen dat publicatie van verkeerskundige informatie door NDW binnen de architectuurprincipes van NDTFL passen.
  21. In § 7.5 DSGO:
    1. Het Informatiemodel Verkeerstekens MOET passen binnen het samenhangende stelsel van informatiemodellen en standaarden in het DSGO, het Digitaal Stelsel Gebouwde Omgeving.
  22. In § 8.1.1 NEN2660-2:2022:
    1. Het informatiemodel MOET worden opgesteld conform de [NEN_2660_2_2022].
    2. Het informatiemodel MOET generiek en schaalbaar zijn, zodat de relatie met andere use cases in de toekomst goed te leggen valt.
    3. Het informatiemodel MOET van alle concepten een definitie geven of verwijzen naar een definitie in wetten of andere informatiemodellen.
  23. In § 8.1.2 NEN 3610:
    1. Het informatiemodel MOET waar mogelijk aangesloten op de [NEN_3610] Bij tegenstrijdigheden geldt de [NEN_2660_2_2022].
  24. In § 8.1.3 MIM:
    1. Het informatiemodel MOET waar mogelijk aangesloten op de MIM. Bij tegenstrijdigheden geldt de [NEN_2660_2_2022].
  25. In § 8.3.1 NLCS:
    1. Het Informatiemodel Verkeerstekens MOET een definitie bevatten van elke Fysieke Plaat in de NLCS, om een zo eenvoudig mogelijke alignment te kunnen maken tussen beide standaarden.
  26. In § 8.5.3 IMBOR:
    1. Het Informatiemodel Verkeerstekens MOET aansluiten op IMBOR zodat wegbeheerders geen tegenstrijdigheden ervaren bij het gebruiken van de informatiemodellen.
    2. Het Informatiemodel Verkeerstekens MOET waar mogelijk samenhangen met IMBOR, en waar nodig een alignment krijgen met IMBOR.
  27. In § 8.5.4 Datex II:
    1. Raakvlaktype: Bron voor informatiemodel Het Informatiemodel Verkeerstekens MOET gebruik maken van de concepten en definities uit DATEX II. Daarbij geldt wel de nuance, dat het model heel anders in elkaar zit dan een semantisch model, en er instabiliteit in de namespaces zit. Daarom worden namen van attributen waar mogelijk wel overgenomen, maar wordt nog niet gepoogd om een echte alignment te maken of om alles op elkaar af te stemmen.
  28. In § 8.5.6 INSPIRE:
    1. Het Informatiemodel Verkeerstekens MOET waar relevant gebruik maken van de concepten en definities uit INSPIRE
  29. In § 12.1 BOMOS:
    1. De beheerstrategie MOET open en transparant zijn conform het Beheermodel voor Open Standaarden, zie ook de BOMOS-documentatie.
    2. Het Informatiemodel Verkeerstekens MOET voldoen aan de criteria van Ken Krechmer voor digitale en informatiestandaarden. Deze zijn aanvullend op de standaard eisen vanuit BOMOS.

C. Referenties

C.1 Normatieve referenties

[CROW_279]
Reference not found.
[CROW_96a_en_96b]
Reference not found.
[DIN_67520_2013_10]
Reference not found.
[NEN_2660_2_2022]
Reference not found.
[NEN_3610]
Reference not found.
[NEN_EN_12899_1_2007]
Reference not found.
[NEN_EN_ISO_14823_1]
Reference not found.
[NEN3381_2020]
Reference not found.
[RFC2119]
Key words for use in RFCs to Indicate Requirement Levels. S. Bradner. IETF. March 1997. Best Current Practice. URL: https://www.rfc-editor.org/rfc/rfc2119
[RFC8174]
Ambiguity of Uppercase vs Lowercase in RFC 2119 Key Words. B. Leiba. IETF. May 2017. Best Current Practice. URL: https://www.rfc-editor.org/rfc/rfc8174
[whitepaper_ontology_alignment]
Reference not found.